Kastelen & buitenplaatsen in Nederland
Guus Pauwels

Laatste update

12 mei 2017

Bezoeker

Home.
Brabant.
Drenthe.
Flevoland.
Friesland.
Gelderland.
Groningen.
Limburg.
Noord Holland.
Overijssel.
Utrecht.
Zeeland.
Zuid Holland.
Diversen .
Foto pagina
Auteur: Thera Coppens
Uit Vitrine september 1998
historisch-toerisme-bureau.nl
Beschrijving Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
Binnenhof

 

Het Binnenhof

Binnenhof 23

2513 AA Den Haag

Provincie Zuid Holland

Weergave op de kaart

Noorderbreedte

Oosterlengte

52° 4' 46.29" N

4° 18' 47.07" E

Tekstbron: Chris Schram
Residentie.net Officieel verstaat men onder het "Binnenhof" het terrein rond het kasteel en alle op en om dat terrein (plein) staande (poort)gebouwen, en de Gevangenpoort. Dit ondanks het feit dat de Gevangenpoort aan het Buitenhof grenst.
Vroege geschiedenis
In november 1229 kocht graaf van Holland Floris IV een landgoed van Vrouwe Meiland van Wassenaar in de oude Duinen achter Scheveningen, vlak bij het gehucht Eijk en Duinen. Het landgoed zou volgens sommige bronnen kort daarvoor geplunderd zijn door enkele roofridders. De Graven van Holland hadden bij Loosduinen al een jachtslot gehad dat bij een klooster lag. Bovendien verbleven ze regelmatig in een versterkte woning te  's Gravezande.  Floris IV wilde echter een huis op 'eigen grond'. Sinds 1097 hadden d graven al een woning bij de Plaats, maar Floris IV zocht wellicht een plaats die beter e verdedigen was. Tussen 1230 en 1234 liet Floris de oude Hoeve van rouwe van Meiland van Wassenaar ombouwen tot een klein kasteel (Donjon), waarbij mogelijk van de oudere bouwresten gebruik gemaakt werd. Om het gehele terrein werden wallen van aarde en hout opgeworpen. Namen als Fluwelen Burgwal, Lutherse Burgwal en Gedempte Burgwal herinneren ons aan de afmetingen van dit terrein. Een dorp was er nog niet. Alleen deze hoeve in het bos. Nadat de zoon van Floris IV, Willem II tot Rooms-Koning van het Duits-Romaanse rijk was gekroond (1248) zette deze de bouw voort. Graaf Willem II had enkele militaire successen behaald in (het huidige) Duitsland en zou door de Paus tot keizer gekroond worden. Daarom wilde hij een indrukwekkend paleis hebben in zijn 'geboorteland' Holland. Kiezen voor één van de bestaande steden zou tot jaloesie hebben geleid van de andere steden. Daarom besloot Willem II wijselijk tot de bouw van een paleis in het bos. Het moet in die tijd tot vele gefronste wenkbrauwen hebben geleid. Voordat de kroning plaats zou vinden, wilde Willem de oude vijanden van Holland, de West-Friezen, nog even een gevoelige nederlaag toebrengen.  Hij zou er dan als keizer geen last meer van hebben. Hij had beter kunnen wachten, want Willem verloor niet alleen de slag, maar ook zijn leven. Holland heeft vervolgens nooit een Keizer voortgebracht. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Luxemburg, dat diverse keizers heeft 'geleverd'. De bouw van het kasteel werd voltooid onder Graaf Floris V, de zoon van Willem II. Het kasteel bestond toen uit een woongedeelte (Rolgebouw) en een grote zaal (de Ridderzaal). Vanaf dat moment gold het als de residentie van de graven van Holland. Het stond aan de hofvijver en was omgeven door muren en slotgrachten. Het ommuurde en omgrachte terrein waarop dit grafelijke paleis stond, grensde aan de westzijde aan een voorhof (het Buitenhof) met de stallen en andere gebouwtjes, dat vanuit het noorden alleen bereikbaar was via een poort (Gevangenpoort). Aan de oostzijde grensde het terrein aan een gebied met moestuinen (tegenwoordig het Plein) en het Haagse Bos.  

Nadat de familie-tak van Floris IV uitstierf kreeg Holland graven uit het graafschap Henegouwen. Deze Henegouwse graven maakten in het begin van de 14e eeuw nauwelijks gebruik van het paleis. Uit die tijd is dan ook niet veel bekend van Den Haag en het Haagse Hof. Het kasteel zal aan verval onderhevig geweest zijn. Regen, wind, zon en vorst zullen hun tol hebben geëist evenals plantengroei. Albrecht van Beieren en diens opvolger, Willem IV, woonden vrijwel permanent op het Binnenhof. Vooral Graaf Albrecht lijkt van groot belang geweest voor de ontwikkeling van veel Hollandse Seden. Wanneer je de geschiedenis van grote Hollandse Steden (maar ook bijvoorbeeld Noordwijk, waarvan hij de Stadsrechten afnam) bekijkt blijkt vaak dat Albrecht de aanzet/toestemming heeft gegeven tot voor die steden belangrijke ontwikkelingen. Ongetwijfeld heeft dat ook met de tijd te maken gehad. De steden begonnen door een steeds beter wordend economisch 'klimaat' te groeien. Door de graven Albrecht en Willem IV werd het Binnenhof complex aanzienlijk uitgebreid, waardoor het Binnenhof langzamerhand geheel door bebouwing omgeven raakte. Toen Holland in 1433 deel ging uitmaken van het Bourgondische rijk, verloor het grafelijke paleis zijn eigenlijke functie, waarna het wederom langzaam verviel.  Steden in de Nederlanden waren machtig. Het werden er ook steeds meer. Aangezien de graaf niet in iedere stad te gelijk kon zijn hadden de graaf (van Holland, maar ook andere gebieden in het huidige Nederland & België) reeds in de 13e eeuw zgn "stadhouders" in dienst. Zij waren plaatsvervangers van de graaf. De titel "Stadhouder" bleef ook bestaan toen de graaf niet langer uit Holland kwam, maar uit Henegouwen en ook na die periode. Toen er na Willem IV geen graaf meer op het Binnenhof woonde (Middelburg in Zeeland was nu "residentie" werd een deel van de bebouwing langs de Hofvijver permanent voor de Stadhouders ingericht. Dit bleef ook zo tijdens de Spaanse Periode en de jaren van de Republiek. Stadhouders waren nu geen vervangers meer van een graaf, maar eerst van de Koning van Spanje en later van de Republikeinse Regering (Staten van Holland & Staten Generaal) In 1585 vestigde prins Maurits zich in het Stadhouderlijk Kwartier en in hetzelfde jaar werd het Binnenhof de zetel van de Staten-Generaal. De onder Maurits uitgevoerde verbouwing en uitbreiding van het Stadhouderlijk Kwartier (met o.a. de Mauritstoren) was het begin van een langzaam voortschrijdende gedaante-wisseling van het Binnenhof, die met de bouw van de zuidvleugel onder Stadhouder Willem V voorlopig een einde vond.

Bebouwing van de Hofvijverzijde
De bebouwing aan de Hofvijver bestaat (gezien vanaf de Korte Vijverberg) voorbij het restant van de slotgracht tussen Mauritshuis en Binnenhofcomplex, uit diverse  gebouwen die tussen circa 1550 en 1913  in verschillende stijlen zijn gebouwd. Er is in diezelfde periode ook veel afgebroken om ruimte te creëren. Zo viel de Hofkapel in de 19e eeuw onder de slopershamer. Één van de oudste gebouwen is het 'ministerstorentje', met spits toelopend dak, dat waarschijnlijk uit 1479 dateert,  maar in 1547 ingrijpend werd verbouwd en in latere tijden drastisch is gerestaureerd. Oorspronkelijk had het een verdedigingsfunctie, waarna er in 1556 een soort opslagplaats van werd gemaakt. Na 1581 deed de toren dienst als gevangenis en vanaf 1849 (Thorbecke) werd het de vaste werkplek van de minister van Algemene Zaken (Minister-President).In  één van de gebouwen bevindt zich de zogenaamde Trêvezaal (de voormalige audiëntiezaal van de afgevaardigden van de Staten-Generaal). In deze zaal er zijn de onderhandelingen gevoerd die tot het twaalf jarige bestand (tijdens de 80-jarige oorlog) hebben geleid. Op het eind van de veertiende eeuw bevonden zich hier de vertrekken van de graaf en in de zestiende eeuw heeft Keizer Karel V er tijdelijk gewoond. De lange gevelrij wordt afgesloten door de tussen 1598 en 1600 gebouwde Mauritstoren, die op de hoek met de haaks daarop staande westvleugel (Stadhouderlijk Kwartier) staat. Op het Binnenhof zelf hebben lange tijd ook diverse woningen gestaan die er in de loop der eeuwen zijn gebouwd. Van al deze woningen is eigenlijk alleen het "Keurhuis" over. Een smal gebouw. Het is gebouwd in 1640 en was een goud- en zilversmidskeurhuis. In de gevelsteen boven de deur staat te lezen : "'t Goutsmits Keurhuys".

Ridderzaal
Hoewel de Ridderzaal, die vroeger de 'Grote' of 'Nieuwe Zaal' genoemd werd (de oude Zaal lag achter de Ridderzaal) er oud uit ziet, heeft hij er eeuwenlang anders bijgestaan. In de 19e eeuw heeft men allerlei gebouwtjes die er in de loop der eeuwen bijgebouwd waren verwijderd en de middeleeuwse gevel voor een groot gedeelte gereconstrueerd. De Ridderzaal, het (dwars) daarachter gebouwde Rolgebouw en de vierkante "De Lairessevleugel" daar weer achter, was het Grafelijke paleis. Over de geschiedenis van het gebouw bestaan verschillende theorieën. De Graven van Holland bezaten al een Jachthuis bij de Hofvijver in 1097. Het was een groot gebouw van steen dat 600 jaar is blijven (be)staan. Het stond ter hoogte van de Plaats aan de Haagse Beek (de Haragha). Het was omgeven door wallen en grachtjes. Hoewel de woning van de Graven stevig genoeg was om tot het einde van de 17e eeuw te blijven staan hebben de Graven toch gekozen voor een nieuwe woning. Zijn zoon (Roomskoning Willem II) en kleinzoon (Floris V) hebben de hoeve vervangen door een indrukwekkend paleis van steen Het bovenste gedeelte van het gebouw en de twee ( 36 meter hoge) ronde torens zijn de oudste onderdelen van de huidige Ridderzaal. Het portaal en de twee torenspitsen dateren van 1880. De beroemde fontein, met het beeld van Willem II, is in 1885 geschonken door Jhr. Victor de Stuers en 86 (!) andere inwoners van Den Haag als dank voor de restauratie van de Ridderzaal. De tekst op de fontein luidt :
Ter nagedachtenis aan den Graaf van Holland, Koning Willem II, den begunstiger der Stedelijke wijsheden, den beschermer der Kunst, den stichter der kastelen van 's Gravenhage en Haarlem.

Vóór de verbouwing van 1860 zijn er plannen geweest om het hele complex af te breken.  Een tekening uit 19e eeuw laat een enorm Neo-Classicistisch gebouw zien,  gelegen aan de Hofvijver. Hagelwit en lijkend op de Amerikaanse regeringsgebouwen. Over de Hofvijver was in de plannen een witte brug bedacht en het eiland was naar het midden verplaatst. De brug zou over het eiland heenlopen. Deze plannen waren echter te duur voor Nederland en niet uitvoerbaar. Het was niet voor het eerst dat men de Ridderzaal wilde afbreken, want ook in de 17e eeuw waren er al plannen voor sloop van het gebouw. Stadhouder Prins Maurits wilde er een Paleis in Italiaanse Stijl voor in de plaats hebben. De financiële middelen ontbraken daar toen echter voor en dus nam Maurits genoegen met een uitbreiding van het oude Stadhouderlijke kwartier met een naar hem genoemde toren. De Stadhouders, vanouds vertegenwoordigers van de Graaf van Holland, later van de koning van Spanje, hadden hun hoofdzetel in de gebouwen in de hoek van de Hofvijver en het Buitenhof. Die situatie bleef ongewijzigd toen de Staten van Holland de Spaanse Koning afzwoeren als landsheer (1581). In tegenstelling tot hun nieuwe machtspositie bleven de Staten van Holland zelf vooralsnog gehuisvest in een vrij bescheiden gebouw aan de hofvijver. Pas in het eerste stadhouderloze tijdperk (na de dood van Willem II in 1650) zou de nieuwe Statenzaal in gebruik genomen worden. Ten tijde van Stadhouder Prins Frederik Hendrik was het Binnenhof nog echt een Stadhouderlijk hof. Hoewel Frederik Hendrik eigenlijk slechts gebruiker van een 'dienstwoning' was, ondernam hij diverse initiatieven ter verbetering van de gebouwen en de omgeving. Hij was hierbij vooral beïnvloed door het Parijs van Hendrik IV. Op het Binnenhof zelf waren diverse andere regeringslichamen gehuisvest, zoals de Staten van Holland, het Hof van Holland, de Rekenkamer en de Staten-Generaal. Tot ongeveer 1630 lag het Binnenhof nadrukkelijk gericht op het westen, in de richting van het Buitenhof en het dorp Den Haag. De enige echte toegang tot het Binnenhof lag dan ook aan de westkant. Aan de Oostzijde lagen een oude moestuin en een boomgaard.

Anno 1860
Het Stadhouderlijke kwartier bestond uit een vleugel die in de plaats was gekomen van de muur die Buitenhof en Binnenhof van elkaar scheidde. Prins Maurits had de Stadhouderstoren daar tegenaan laten bouwen. Bij het stadhouderlijk paleis hoorden ook enkele oudere gebouwen langs de hofvijver (tussen de Stadhouderstoren en hofkapel) . De Ridderzaal zelf was na het tijdperk van de Graven niet meer in gebruik als paleis. Het is daarna gebruikt als stal, als kazerne en zelfs een tijdlang als loterij-hal. In 1994 en '95 heeft de Eerste Kamer in de Ridderzaal vergaderd, omdat op dat moment de vergaderruimte van diezelfde Eerste Kamer gerestaureerd werd. De Ridderzaal wordt nu alleen nog maar gebruikt voor bijzondere bijeenkomsten, zoals de opening van de Staten-Generaal. In 2006 is de Ridderzaal verbouwd. De zaal is prachtig geworden.
't  Goutsmits Keurhuys
Dit pand is gebouwd in de 17e eeuw voor het gilde van de Goud- èn Zilversmeden. Dit gilde was het meest welvarende gilde van Den Haag toch valt het gebouwtje bijna niet op. Het is echter een klein pareltje. Vooral de gevelversiering is heel bijzonder. Oorspronkelijk stond het temidden van andere 17e eeuwse panden. De Ridderzaal werd in de 17e en 18e eeuw omgeven door huizen en bedrijfjes. Tussen de Mauritspoort en de Binnen- of Middenpoort lag bijvoorbeeld tot circa 1915 ook een 'gewone' straat met huizen. Wie door de Mauritspoort kwam, kwam langs een prachtige Classicistische poort die toegang gaf tot "het Helletje", de binnenplaats van de oude Raad van State. Om bij het Goutsmits Keurhuys te komen moest je door de Spuipoort en de Hofpoort. Alleen de Stadhouder mocht gebruik maken van de Stadhouderspoort aan de Buitenhofzijde. Vrijwel alle oude panden zijn tussen 1860 en 1915 vervangen door nieuwbouw in historische stijl of er keerde niets meer voor terug. Het Keurhuys der Goud en Zilversmeden (binnenhof 6) is als enige 17e eeuwse gebouw aan deze kant van de Ridderzaal (rechtsachter) overgebleven. Binnenhof 4 is iets jonger. Dat is in 1779 gebouwd. Het wordt thans gebruikt door de Tweede Kamer, net als de 20e eeuwse gebouwen die er omheen staan. 
Mauritspoort
Het middeleeuwse kasteel was tot het begin van de 17e eeuw omgeven door hoge muren. Deze waren in de 14e eeuw gebouwd door de Graaf van Holland. Na de oorlog met Spanje werd Holland onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (of Provinciën). Het kasteel werd nu regeringscentrum van een veel groter gebied. De stadhouders (eerst Maurits, later zijn broer Frederik Hendrik) maakten het Binnenhof tot hun paleis. Een groot gedeelte van de muren moest wijken voor statige gebouwen (in de stijl van die tijd).Ook de oude poorten werden afgebroken. Aan de achterzijde van het Kasteel had sinds de 13e eeuw een grote moestuin gelegen. Deze tuin werd door de prins van Oranje verkocht. Hij wilde dat er een plein zou worden aangelegd. Het werd in 1633 opgeleverd. Er moest een comfortabele entree naar het binnenhof worden gemaakt voor voorname (hof-) functionarissen die zich aan het nieuwe plein zouden vestigen. De stadhouder had immers zijn paleis op het Binnenhof. Om het Binnenhof ook aan deze zijde af te kunnen sluiten, werden er een jaar later, twee nieuwe, vrijwel identieke poorten aan die zijde gebouwd, later aangeduid als de Binnen- (of Midden)poort en de Maurits- (of Grenadiers)poort. De Mauritspoort is een van de vier poorten die nog bewaard gebleven zijn (er waren er tot 150 jaar geleden 5 of 6, waaronder de prachtige Spuipoort). De hekken die voor de poort lijken te staan horen bij het Mauritshuis, het oude paleis van Prins Johan Maurits van Nassau-Giesen, voormalig Koning van Brazilië. Tegenwoordig is in dat paleis het beroemde museum gehuisvest. De kleine poortjes naast de Mauritspoort zijn ongeveer 160 jaar oud. Oorspronkelijk (1840) zaten ze in een "één steens" muur (met aparte voetgangersbrug), later kwamen er echte poorthuisjes. Tot de 19e eeuw kon je aan deze kant slechts door de Mauritspoort naar binnen.
Stadhouderspoort
De Stadhouderspoort is onderdeel van het Binnenhof complex. Het is een van de vier poorten die nog bewaard gebleven zijn. De slotgracht werd circa 1860 gedempt. In de 17e eeuw eindigde die gracht (voor het zicht) al kort na de Stadhouderspoort. Vervolgens kwam er een muur waarachter een tuin lag. Na 1634 mocht alleen de Stadhouder  van de Stadhouderspoort gebruik maken. (Hof)functionarissen en bezoekers van het hof dienden gebruik te maken van de poorten aan de oostzijde van het Binnenhof. Hoge gasten kwamen op het Binnenhof via de Spuipoort. Tijdens de Franse overheersing kroonde Napoleon zijn halfbroer Lodewijk tot koning van Nederland, waarmee er een definitief einde kwam aan het tijdperk der Stadhouders. Vanaf dat moment mocht de Stadhouderspoort door iedereen gebruikt worden. De Stadhouderspoort behield zijn naam ook tijdens en na de Franse overheersing. De poort die men tegenwoordig passeert is echter een replica (gebouwd in 1899) van de oorspronkelijke poort. Het origineel staat in de tuin van het Amsterdamse gemeente museum. De Stadhouderspoort was tot het midden van de 18e eeuw alleen te bereiken over een ophaalbrug. Om het hele binnenhofcomplex lag tot die tijd namelijk een slotgracht. De gracht is verdwenen. Tot 2000 waren  er parkeer- en Taxi standplaatsen, nu is het een brede stoep. Er is een standbeeld voor Minister Drees neergezet. Op zich is dit een mooi standbeeld, maar het vloekt met de gebouwen op de achtergrond. Het kleine voetgangerspoortje links van de Stadhouderspoort is in 1880 gemaakt, de rechter in 1899.
Stadhouderstoren
De toren staat op de hoek van het oude Stadhouderlijke Paleis en lijkt  volledig "in" de hofvijver te staan. Op de top van de toren stond oorspronkelijk een observatorium. Vandaar kon met een telescoop naar de sterren en planeten worden gekeken. Christiaan Huygens ontdekte er de ringen van de planeet Saturnus en de Saturnus-maan Titan. Het maakte hem wereldberoemd, behalve in Den Haag, want in de stad is nergens een monument voor hem te bekennen! Wel staat er een borstbeeld van zijn (eveneens beroemde) vader, Constantijn, bij de Scheveningseweg. Naar Christiaan werd een kleine ruimterobot genoemd die begin 2005 een landing maakte op de maan Titan. Het is te hopen dat Den Haag Christiaan alsnog zal eren met een standbeeld. Het observatorium is reeds lang geleden afgebroken, de Stadhouderstoren is er nog. Stadhouder Maurits (zoon en opvolger van Stadhouder Prins Willem van Oranje) heeft de toren in 1592-1598 laten bouwen. Zijn jongere broer Frederik Hendrik heeft er in 1632 nog een lagere toren tegenaan laten zetten. Op de eerste etage van de toren bevond zich de raadszaal van de Stadhouders. Daarboven lagen privé-vertrekken, waaronder de slaapkamers. Aangezien de kosten voor de bouw van de Mauritstoren en de renovatie van de andere vertrekken van het Stadhouderlijk kwartier (naast en boven de Stadhouderspoort) hoog waren, werd besloten de oude grafelijke moestuin achter het Binnenhofcomplex te verkopen. De verkoop vond plaats in 1631, maar in plaats van de door Den Haag gewenste woningen kwam er op aandringen van Stadhouder Frederik Hendrik In 1633 een plein (Toen heette het Stadhoudersplein, nu gewoon 'Het Plein' ) De Stadhouderspoort die zich schuin onder de toren bevindt was niet toegankelijk voor het publiek. Gedurende de tijd dat Nederland een Republiek was (1648 tot de Franse overheersing aan het eind van de 18e eeuw) mocht alleen de Stadhouder van deze poort gebruik maken. Er stonden ook wachters voor. Gasten en (hof)functionarissen dienden vanaf 1634 gebruik te maken van de aan de oostzijde gelegen grenadiers- of Mauritspoort. In de gebouwen van het Stadhouderlijke paleis zetelt nu onder andere de Eerste Kamer.
alle gegevens op een rij
Afbeelding 1: Schets van het
Binnenhof rond ca. 1240-1290.
F is de Ridderzaal.
Die belemmert het uitzicht uit een
van de vensters van de Haagtoren (C).
Dat werd dan ook dichtgemetseld.
Naar: Beschrijving van de grafelijke zalen...
  • Stichtingsperiode

    • 13e eeuw
  • Typologie

    • versterkte residentie
  • Status / bouwgeschiedenis

    • goed. Het Binnenhof (Binnenhof 1) [1] was vanaf de 13de eeuw bezit van de graaf van Holland en werd in 1582 het politieke centrum van de Republiek en in 1813 van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1229 kocht graaf Floris IV de zogeheten hof van Vrouwe Meilendis. Onder zijn opvolgers kwam in de loop van de 13de eeuw een grafelijk paleis tot stand op een ruim rechthoekig plein, dat werd ommuurd en omgracht. Een duinmeertje aan de noordzijde werd vergroot tot de huidige Hofvijver. In de loop van de tijd werd het Binnenhofcomplex herhaaldelijk aangevuld en gewijzigd ten behoeve van de huisvesting van nieuwe bestuurlijke functies, eerst voor het graafschap en de provincie Holland en later voor de Republiek, het Koninkrijk en de moderne parlementaire democratie. De oorspronkelijke ommuring van het complex is zo goed als verdwenen en van de drie buitenpoorten resteert alleen de Gevangenpoort (Buitenhof). De contouren van de Spuipoort zijn met behulp van messing platen aangegeven in de bestrating van de Hofplaats. De omgrachting heeft men in 1862 gedempt of overkluisd. Het gedeelte naast het Mauritshuis is in 1985 weer uitgegraven. De oude bebouwing van het Binnenhof onderging de eerste restauratiewerken in 1861 (W.N. Rose) en in 1879-'84 (F.J. Nieuwenhuis). De oude Hofkapel (circa 1280) werd in 1879 grotendeels afgebroken. Het huidige aanzicht van het Binnenhof over de Hofvijver is grotendeels rond 1880 ontstaan. Een volgende ingrijpende restauratie- en nieuwbouwfase vond plaats in 1896-1904, onder leiding van een commissie bestaande uit de architecten C. Muysken, D.E.C. Knuttel, C.H. Peters, F.J. Nieuwenhuis en P.J.H. Cuypers. De vernieuwing van de bebouwing aan de noordzijde van het Binnenhof ging door tot 1913. De meest recente vernieuwing en wijziging van het Binnenhof is uitgevoerd in 1988-'92 met de toevoeging van een nieuw vergadercomplex voor de Tweede Kamer en enkele aangrenzende gebouwen. Het grafelijk paleis (I) Het oudste gedeelte van het Binnenhof is het voorm. grafelijk paleis (Binnenhof 14). Het onderkelderde tweelaags bouwdeel met de Oude Zaal of Rolzaal (A) is oorspronkelijk rond 1250 gebouwd voor graaf en Roomskoning Willem II. De lange westgevel is op de hoeken voorzien van de rechthoekige 'Haagtoren' (met kapelruimte) en een grote ronde traptoren. De overige hoeken hebben op steunberen uitkragende, slanke ronde traptorens. De huidige laat-romaanse vensters met middenzuiltjes zijn reconstructies, aangebracht bij de ingrijpende restauratie in 1896-1904. De kelder wordt overdekt door forse bakstenen kruisribgewelven. De Rolzaal daarboven ontleent zijn naam aan de rol met de te behandelen rechtszaken ten tijde van het gebruik als pleitkamer door het Hof van Holland (vanaf 1511). De zaal heeft korbeelstellen op gebeeldhouwde kraagstenen (1511) en een grotendeels vernieuwde 15de-eeuwse schoorsteen met rijk bewerkte houten kap. De herhaaldelijk gewijzigde oostelijke aanbouw, waarvan de kap dateert uit circa 1328 (d), is bij de restauratie teruggebracht in de toestand van 1688. Deze aanbouw, waar de Civiele Kamer van het Hof van Holland was gevestigd, herbergt zeven wandschilderingen op doek door Gerard de Lairesse in de zogeheten Lairessezaal (B). Het bouwdeel met trappartij aan de westzijde van de Rolzaal dateert vermoedelijk uit circa 1511. Ten westen van het Rolzaalgebouw ligt de Nieuwe of Ridderzaal (C). Deze zeer grote zaal verrees tussen circa 1280 en 1295 in opdracht van graaf Floris V in vroeg-gotische vormen. De rijzige voorgevel is voorzien van diverse ronde en spitsboognissen, een roosvenster en twee in doorsnee en opbouw iets verschillende ronde traptorens. Van 1709 tot het midden van de 19de eeuw vonden in deze zaal de trekkingen van de Staatsloterij plaats. De Ridderzaal is nu in gebruik voor plechtige bijeenkomsten, waaronder de jaarlijkse opening van de Staten Generaal (sinds 1904). De oorspronkelijke indrukwekkende trekbalkloze houten overkapping (overspanning 18 meter) werd in 1861 gesloopt en vervangen door een ijzeren overkapping op pijlers naar plannen van W.N. Rose. Rond 1880 kreeg de voorgevel het huidige ingangsportaal en werden de huidige torenspitsen geplaatst op de flankerende torens; de tafelmenten onder die spitsen dateren nog uit circa 1288 (d). Tijdens de restauratie van 1896-1904 werd de zaal ingrijpend gerestaureerd naar plannen van C.H. Peters en voorzien van de huidige inrichting met galerij en troon (opstelling [p. 210] 's-Gravenhage, Binnenhofcomplex, plattegrond later gewijzigd). De door verwijdering van aanbouwen weer vrijgelegde zijgevels kregen een weergang met kantelen en ronde torentjes. De zijgevelvensters en de vensters aan weerszijden van het ingangsportaal heeft men gereconstrueerd op grond van bouwsporen van 14de-eeuwse herstellingen. De flankerende aanbouwen achter de voorgevel zijn in historiserende vormen gereconstrueerd. Verder werd bij deze restauratie de ijzeren kapconstructie vervangen door een kopie van de laat-13de-eeuwse houten kap met grote gekromde jukken. Onder de zaal bevinden zich resten van een gebouw uit de tijd van Willem II of Floris IV, te weten de middelste kelder met bakstenen kruisribgewelven op ronde middenzuilen en verder enkele aansluitende muren. De voorste kelder is bij de bouw van de grote zaal aangebracht, de achterste kelder bij de restauratie rond 1900. In de kelders van de Ridderzaal is een bezoekerscentrum gevestigd en hier staan ook enkele zerken uit de afgebroken Hofkapel opgesteld. Het stadhouderlijk kwartier (II) Aan de westzijde van het Binnenhof staat de in fasen tot stand gekomen bebouwing van het zogeheten Stadhouderlijk kwartier (Binnenhof 1-3). Voor prins Maurits, die zich in 1585 als stadhouder op de hoek van Hofvijver en Buitenhof vestigde, verrees in 1592-'98 de grote Mauritstoren (D) op een mogelijk oudere onderbouw of fundering. Deze onderkelderde vijflaags hoektoren heeft zware steunberen, een vlak dak met balustrade en een traptoren met ingesnoerde spits. De aansluitende drielaags vleugel met steunberen kwam in 1620-'21 tot stand met behoud van de uit 1550 daterende Stadhouderspoort (E). De laat-gotische zandstenen poortboog aan de buitenzijde is bij de restauratie in 1879 gekopiëerd (origineel in tuin Rijksmuseum te Amsterdam). In 1677-'78 heeft men deze vleugel met vier traveeën verlengd voor stadhouder Willem III. De overwelfde open galerij met toscaanse zuilen aan het Binnenhof is sterk gerestaureerd. Inwendig bevat de westvleugel veel onderdelen in Lodewijk XV- en Lodewijk XVI-stijl. Aan de zijde van de Hofvijver liet Frederik Hendrik in 1632 de onderkelderde drielaags aanbouw naast de Mauritstoren optrekken en vervolgens in 1639-'41 een nieuwe vleugel richting Hofkapel, waarschijnlijk op restanten van een ouder bouwwerk. Deze vleugel (Binnenhof 21-23) werd tijdens het eerste stadhouderloze tijdperk (1650-'72) overgenomen door de Staten van Holland en in 1652-'57 naar plannen van Pieter Post en onder leiding van Pieter Arentsz Noorwits ingrijpend verbouwd (interieur voltooid 1666). Aan de zuidzijde bevindt zich in de stijl van de aansluitende westvleugel een arcade met galerij (waarschijnlijk circa 1678). De voorm. vergaderzaal van de Staten van Holland op de verdieping dient sinds 1849 als vergaderzaal van de Eerste Kamer der Staten Generaal (F) (gerestaureerd 1956). Het houten gewelf heeft een rijke beschildering van Andries de Haen en Nicolaas Wielingh (1664-'65). De door Pieter Roman naar ontwerp van Pieter Post uitgevoerde monumentale schoorstenen (1655) aan de korte zijden gaan half schuil achter de in 1881 over de volle breedte aangebrachte publieke tribunes. De schoorsteenstukken symboliseren Oorlog (Jan Lievens) en Vrede (Adriaen Hanneman). Bij de renovatie van de zaal in 1994-'95 is de opstelling van vergaderbanken uit 1956 behouden. De voorm. vergaderzaal van de Gecommitteerde Raden (nu koffiekamer) op de begane grond is een vierkante zaal met een houten cassettenplafond op vier zandstenen dorische zuilen. De plafondschilderingen zijn van Andries de Haen (1672). Het trappenhuis in de noordwesthoek van het stadhouderlijk kwartier heeft rijk stucwerk van Carlo Luraghi (1752-'53). Aan de zuidzijde van het stadhouderlijk kwartier werd eind 17de eeuw een haakse vleugel over de Hofsingel toegevoegd (kwartier Albemarle; vergroot 1730). De laatste resten hiervan verdwenen in 1913 bij de aanleg van de Hofweg, maar deze vleugel was al doorbroken met de bouw van de vleugel van stadhouder Willem V (III) in 1777-'93 naar ontwerp van Friedrich Ludwig Gunckel. De strakke natuurstenen gevel in sobere Lodewijk XVI-vormen heeft net als de oudere bouwdelen van het stadhouderlijk kwartier een galerij. De balzaal (G) in deze vleugel werd in 1815 vergaderzaal van de Tweede Kamer der Staten Generaal (tot 1992). Die in 1951 gerestaureerde en rond 1995 gerenoveerde zaal in Lodewijk XVI-stijl is voorzien van een stucplafond van Bernardus van Gorkum, Johan Pieter Röhl van Gorkum en Johannes Jacobus Beretta. Verder bevat dit bouwdeel een vertrek met rijke en kleurige Lodewijk XVI-decoraties (Ministerskamer). Overige gebouwen Binnenhof Eind 19de en begin 20ste eeuw heeft men aan de noordzijde van het Binnenhofcomplex ingrijpende vernieuwingen uitgevoerd voor de huisvesting van overheidsdiensten. Achter de nieuwe gevels werden wel delen van de oudere bebouwing geïncorporeerd. Met neorenaissance-gevels uitgevoerd is het in 1879-'84 naar plannen van F.J. Nieuwenhuis vernieuwde bouwdeel van het voorm. ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid (IV) (Binnenhof 20), nu onderdeel van het departement van Algemene Zaken. Behalve enkele restanten van de oude Hofkapel (delen muurwerk, kelder en kap) is in dit bouwdeel de voorm. vergaderzaal van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden of Statenzaal (H) opgenomen (1588-18de eeuw). Deze zaal kreeg in 1697 de huidige inrichting met een door Daniël Marot ontworpen plafond met geschilderde allegorische voorstellingen van J. Parmentier. Van zijn hand zijn ook de schoorsteenstukken. De aangrenzende Trêveszaal (J), die nu dient als vergaderzaal voor de ministerraad, wordt zo genoemd vanwege de onderhandelingen voor het Twaalfjarig Bestand die in een oudere zaal op die plek zijn gevoerd (trêve = wapenstilstand). Deze in 1697 naar ontwerp van Daniël Marot in zeer rijke Lodewijk XIV-stijl uitgevoerde zaal diende onder andere als audiëntiezaal voor de stadhouder. Het plafond heeft een koof met twaalf gebeeldhouwde houten atlanten en kariatiden (Johannes Blommendael). De ovale middenkoepel is beschilderd met een allegorie op de Eendracht (van de Republiek) door Theodorus van der Schuer. De schoorsteenstukken tonen een staatsieportret van koning-stadhouder Willem III en een allegorie op Vrijheid, Vrede en Overvloed door Theodorus van der Schuer. Verder herbergt het interieur [p. 212] enkele stadhoudersportretten (Jean Henri Brandon). Het stucwerk in de uitbouw aan de Vijverzijde is van Johannes Sima. Het hele bouwdeel is in 1969-'76 gerestaureerd onder leiding van J.P.M. Goudeau. Het bouwdeel van het voorm. departement van Binnenlandse Zaken (V) (Binnenhof 18-19), nu Algemene Zaken, kreeg in 1913 aan de zuidzijde het huidige uiterlijk in neorenaissancestijl naar plannen van D.E.C. Knuttel. Aan de zijde van de Hofvijver bevinden zich enkele, sterk gerestaureerde en gewijzigde, oudere bouwdelen, zoals de zogeheten Kleefse Kamer (K) (circa 1400), het appartement van Margaretha van Kleef, tweede gemalin van graaf Albrecht van Beieren. Naast dit aan de torenvormige gevel met kanteelbeëindiging herkenbare bouwdeel staat een bouwdeel met trapgevel (tweede helft 15de eeuw) en op de hoek staat het waarschijnlijk uit 1479 daterende achtzijdige torentje (L) waar nu de werkkamer van de ministerpresident is gesitueerd. Het interieur van het departement is grotendeels gemoderniseerd in 1969-'76 (J.P.M. Goudeau). Op de dwarsvleugel van het voornoemde departement sluit de Grenadierspoort of Mauritspoort (M) (1633-'34, gerestaureerd 1877-'80 en 1990) aan, bestaande uit een tweelaags middenbouw en lagere zijvleugels. Uit dezelfde tijd is de iets westelijker in de verbindingsvleugel van de nieuwbouw uit 1913 met het grafelijk paleis opgenomen Binnenpoort (N) (1633-'34; gerestaureerd 1990). Beide poorten zijn onder leiding van Joris Faes gebouwd met maniëristische zandstenen poortomlijstingen van Jan Gerritsz van Lier. Aan de zuidzijde van het Binnenhof staan van oost naar west het voorm. goud- en zilversmidskeurhuis (VI) (Binnenhof 6; circa 1640), voorzien van een fraai gebeeldhouwd fries, het voorm. kantoor van het Comptoir-Generaal van de Staten van Holland (VII) (Binnenhof 4; 1779) en de laat-18de-eeuwse Hofpoort (O). Aan de zijde van de Hofplaats staan de tot het regeringscomplex behorende panden Hofplaats 2-2ab (18de-19de eeuw). Op het Binnenhofplein bevinden zich verder een laat-18de-eeuwse pomp (P) en een naar ontwerp van P.J.H. Cuypers door de firma Vincent & Co. in neogotische vormen uitgevoerde smeedijzeren fontein (Q) met rond hardstenen bassin en bekroond door een verguld beeldje van graaf Willem II (1885; gerestaureerd 1975). Van de vroegere voorburcht van het Binnenhof, het Buitenhof, resteert alleen nog de in de kern 14de-eeuwse Gevangenpoort of 'Voorpoort van den Hove' (Buitenhof 33) [2], die van 1435 tot 1828 in gebruik is geweest als gevangenis. De kapconstructie dateert uit circa 1370 (d). De wapensteen van het Hof van Holland boven de poortdoorgang is een in 1949 aangebrachte kopie van de originele steen uit 1631. Het op de poort aansluitende gebouwencomplex met binnenterrein omvat onder meer het in de kern 15de-eeuwse en in 1604 verhoogde voorgebouw (oostzijde) en de uit het derde kwart van de 15de eeuw daterende en in de 17de eeuw verbouwde 'kapel' met houten spitsbooggewelf (zuidzijde). Verder zijn er het tussen 1517 en 1535 opgetrokken celgebouw (noordzijde) en de 18de-eeuwse conciërgerie (westzijde). De in deze gevangenis vastgehouden raadspensionaris Johan de Witt en zijn bezoekende broer Cornelis werden er op 20 augustus 1672 weggehaald en buiten de poort op brute wijze vermoord. Sinds 1882 is het complex ingericht als een museum van straf- en folterwerktuigen (gerestaureerd 1981). Recente toevoegingen Aan de zuidoostzijde van het Binnenhof bevindt zich de nieuwbouw van de Tweede Kamer der Staten Generaal (VIII), gebouwd in 1988-'92 naar plannen van P. de Bruijn. Aan de zijde van de Hofplaats ligt de gebogen vergaderzaal (R) naast een torenachtig bouwdeel. Aan de zijde van het Plein geeft een moderne entree toegang tot een hoog atrium ter plaatse van het gesloopte gebouw van de Hoge Raad. Deze entree wordt geflankeerd door twee voormalige ministeries die na renovatie (circa 1990) als huisvesting voor de kamerleden in gebruik zijn genomen. Aan de noordzijde staat het gepleisterde blokvormige vierlaags gebouw van het voorm. ministerie van Koloniën (IX) (Plein 1) [3], opgetrokken in 1859-'61 in eclectische stijl naar ontwerp van W.N. Rose. Het in 1883 naar achteren vergrote gebouw heeft tot 1959 gediend als ministerie en is gerestaureerd in 1979-'81. De huidige grijsgroene kleurafwerking is uit 1998. Opvallend is het gebruik van gietijzer bij consoles en daklijst en oorspronkelijk ook bij de vensters
  • Functie

    • kantoor
  • Synoniemen

  • Etymologie

  • Relevante links

  • Rijksmonument nummer

    • 17472
  • Literatuur

  • info Den Haag
    Plattegrond Binnhof Complex