Wittem werd voor het eerst in een schriftelijk stuk daterend uit 1125 in Luikse
archieven genoemd. Blijkens de oorkonde droeg weduwe Guda, echtgenote van Thiebald,
Heer van 's-Gravenvoeren en Valkenburg, de burcht Witham over aan de St. Jakobsabdij
in Luik. Deze akte toont al de vroege banden aan met het huidige België, waaraan
de gemeente Wittem grenst. De geschiedenis van Wittem kent heel wat belangrijke namen.
Ambiorix versloeg er in 54 voor Christus de Romeinen. Paus Leo de III rustte er uit
op zijn weg naar Tongeren en de Noormannen kwamen er langs toen ze Aken veroverden.
Dat heeft alles te maken met de ligging van Wittem. Het ligt halverwege Maastricht
en Aken. Aken was vroeger een keizersstad: Karel de Grote werd er tot keizer gekroond
en ook Karel V. Hij sliep in kasteel Wittem voordat hij in de Akense Dom tot keizer
werd gekroond. Als vorsten vanuit Brussel via Maastricht op weg waren naar Aken (of
Keulen), dan konden zij hun paarden uit laten rusten in Wittem. Er is nog een reden
waarom de ligging van Wittem belangrijk is. In de omgeving van Wittem komen twee
grote beken samen: de Sinselbeek en de Geul (die dan nog de Gulp heet). Het is dus
een dal en het is er moerassig. In de buurt werden vroeger veel molens gebouwd. Molens
voor graan, maar ook voor textiel. De mensen die deze molens in bezit hadden, brachten
het tot grote rijkdom. Voorbeelden zijn de families von Clermont en Merckelbach.
Een derde punt dat Wittem vroeger belangrijk maakte was de ligging van het dorp ten
opzichte van Luik en Maastricht. In de geschiedenis is Maastricht heel vaak door
legers aangevallen. Bijvoorbeeld de 80-jarige oorlog. Toen zaten de Spaanse troepen
in Maastricht en het was Willem van Oranje die de stad belegerde. Of later de oorlog
tussen Frankrijk en Holland: toen belegerde de Franse troepen Maastricht, dat destijds
in Hollands bezit was. Heel vaak als Maastricht belegerd werd, verbleven de vreemde
troepen in de buurt van Wittem. Zo kwam Willem van Oranje ook in Wittem terecht.
Zijn troepen waren bezig zich klaar te maken voor de aanval op Maastricht en Willem
van Oranje overnachtte op kasteel Wittem.
Het gelijknamige kasteel kwam in de 13e eeuw in eigendom van de ridders van Julémont
en via hen aan het adellijke geslacht van de machtige heren van Scavendriesch. Deze
familie stamde uit het gebied rond Luik. Het was een grote riddermatige familie,
met een heleboel takken, die tezamen ook wel werden aangeduid als de Scavendriesch.
Toen deze familie Wittem in bezit kregen, bouwde ze een grote stenen toren bij de
Sinselbeek. Dat was het feitelijke begin van kasteel Wittem. Het wapen van de Scavendriesch
was een rood, gekarteld kruis op een gele achtergrond. Hun wapen is nog steeds te
vinden bij de ingang van het kasteel van Wittem. De Savendriesch en de leden van
de voorname familie van Jan van Cosselaer, die hen in 1344 opvolgden, waren voortdurend
uit op gebiedsuitbreidingen. In 1289 namen zij Epen in bezit, in 1352 Wahlwiller
en Mechelen en in 1365 Nijswiller. Eys werd leenroerig aan Wittem, dat wil zeggen
dat de heer van Eys zijn bevoegdheden ontleende aan de boven hem geplaatste heer
van Wittem. Dat lukte pas na een verbeten strijd tussen de elkaar vijandig gezinde
edelen: de Mulrepas, aan wie Eys toebehoorde en de Scavendriesch, nauw gelieerd aan
Wittem.
Al heel snel speelde de ronde toren die toen kasteel Wittem was, een rol bij schermutselingen
tussen allerlei hertogen. Zo kreeg een Brabantse graaf op zeker moment ruzie met
de Hertog van Gelderland. Beiden wilden ze Maastricht en het gebied rond Maastricht
–waaronder Wittem- hebben. De ridders van de Scavendriesch kozen de kant van Brabant.
In de buurt van Keulen vond er een grote veldslag plaats. In die periode vonden de
ridders uit Wittem het belangrijk om de toren groter te maken. Dus bouwden ze er
grote muren aan vast en maakten ze een carré. Die carré lag tussen twee beken, zodat
je over een brug moest als je in het kasteel wilde komen. Op deze manier werd Wittem
een grote burcht, veel groter dan het tegenwoordig nog is. Kasteel Wittem had toen
wel 7 torens. Het kasteel was voornaam genoeg om Karel V er te laten overnachten,
toen hij op weg was naar Aken om in 1520 tot keizer gekroond te worden. Het door
annexaties onstane vorstendommetje kwam door verkoop in het bezit van Diederick van
Pallandt. Een van zijn nazaten, Floris II, bleef kinderloos. Bij zijn dood in 1639
kwamen de Wittemse bezittingen in handen van de graven van Waldeck Pyrmont. Door
financiële moeilijkheden waren zij genoodzaakt hun Wittemse bezittingen te verkopen.
De nieuwe eigenaar werd graaf Ferdinand van Plettenburg. Dit hield stand tot de Franse
Revolutie. Bij het uitbreken daarvan was van de eens zo imponerende vesting weinig
meer over dan een ruïne. De Franse overheersers maakten een eind aan het graafschap
Wittem en verkochten de grafelijke bezittingen aan de pachter van de naast het kasteel
gelegen boerderij Simon Merckelbach. Simon Merckelbach en vooral zijn zoon Jan Mathys,
vrederechter, burgemeester en grootgrondbezitter, restaureerden kasteel Wittem en
brachten het daarmee in de neogotische staat zoals we het kasteel nu kennen. Jan
Mathys Merckelbach liet ook het park rondom het kasteel aanleggen. De nazaten van
Jan Mathys hielden het kasteel en de landerijen tot 1956 in hun bezit. In 1958 kreeg
het kasteel de huidige bestemming van hotel-restaurant. Tien jaar lang geleid door
eigenaar J.F. Rooding en vanaf 1968 door de huidige eigenaren, de familie Ritzen.