

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Wijnandsrade
Opfergeltstraat 3
6363 BW Wijnandsrade
Provincie Limburg

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
50° 54' 8.86" N 5° 52' 59.55" E |

Over de oorspronkelijke burcht is weinig bekend. Zoals op de meeste plaatsen, is
het huidige complex ontstaan uit het oprichten van een waarschijnlijk houten verdedigingstoren,
boven op de nog aanwezige motteheuvel, vroeger ook omringd door grachten. Van hieruit
is achtereenvolgens het bouwwerk "gegroeid". De motteburcht werd voor het eerst vermeld
in de 12e-
In de 16e eeuw ging het kasteel via huwelijk van erfdochter Maria met Wilhelm von
dem Bongard over in diens geslacht. Wilhelm was een afstammeling van een oud Rijnlands
geslacht met bezittingen in Paffendorf en Bergerhausen. Hun zoons Wilhelm en Werner
erfden gezamenlijk de bezittingen. Na deling werd Wilhelm heer van Heijden en Werner
I verkreeg de alleenheerschappij over Wijnandrade. Werner I begon in 1554 aan de
voet van de motte met de bouw van een nieuw kasteel. De bouwwerkzaamheden duurden
tot 1563. Hiervan is de westvleugel van het huidige kasteel bewaard gebleven. In
deze vleugel bevindt zich de oorspronkelijke ridderzaal met een 16e-
In 1794 kwam er een einde aan de heerlijkheid Wijnandsrade met de komst van de Fransen. De familie von dem Bongard bleef wel eigenaar van kasteel en hoeve, maar het bestuur van het gebied werd overgenomen door de Fransen, dat de commune Wijnandsrade instelde, de later gemeente Wijnandsrade. De bezitters verbleven meestal op het slot te Paffendorf. In Wijnandsrade werden ze wel vertegenwoordigd door een rentmeester. In 1872 stelden baron Ludwig en baronesse Melanie het kasteel ter beschikking aan de Duitse Jezuïetenorde die door de keizer uit Pruissen verdreven was. Ze vestigden in het kasteel een seminarie, dat spoedig een centrum van geloof en wetenschap werd. De paters vertrokken uit Wijnandsrade in 1910.
Ludwig baron von dem Bongard, de laatste van zijn geslacht, stierf kinderloos en
vermaakte zijn bezittingen aan de neef van zijn vrouw. Deze neef Pius Wilderich graaf
van Waldendorf kreeg toestemming van de Oostenrijkse keizer Franz Joseph II de titel
Freiherr van Bongard te gaan voeren. Hij verkocht zijn bezittingen in Wijnandsrade
in 1916 aan de Heerlense bankier Hubert Jozef Dupont, die het op zijn beurt vrijwel
onmiddellijk door verkocht aan de pachter van de kasteelhoeve, Theodoor Joseph Hubert
Opfergelt, die van 1905 tot 1929 burgemeester van Wijnandsrade was. Hij werd opgevolgd
door zijn zoon Godfried Opfergelt. In 1928 kochten de pater Minderbroeders Conventuelen
het kasteel en een college waar seminaristen werden opgeleid in vestigden. De hoeve
met 58 hectare lanbouwgrond werd in 1959 verpacht aan de Stichting proefboerderij
Wijnandsrade. Een ingrijpende restauratie in het begin van de jaren '80 maakte de
hoeve geschikt als representatief centrum van de akkerbouw op de lössgronden. In
1967 vestigde zich ingenieursbureau Royal Haskoning in het kasteel dat ze hadden
gekocht. Aangezien het gedeeltelijk leeg bleef staan, was verval onontkoombaar. De
huidige eigenaar is sinds 1990 de Stichting tot Behoud van Kasteel Wijnandsrade en
deze is in 1992 met een ingrijpende restauratie begonnen die inmiddels voltooid is.
De ridderzaal wordt tegenwoordig onder meer gebruikt als trouwzaal. In het kasteel
zijn appartementen ingericht, die door particulieren bewoond worden. Ook zijn er
ruimten als kantoren en vergaderzaal in gebruik. Sommige gedeelten zijn voor het
publiek toegankelijk. In de zomer wordt reeds 35 jaar in kasteel en kasteelhoeve
het Cultuur-

