Buitenplaats Veldheim, bestaande uit een landhuis gebouwd in 1908- 1909 in opdracht
van burgemeester C.J. Clotterbooke Patijn van Kloetinge naar ontwerp van architect
J. Stuivinga in neorenaissancestijl. In de jaren dertig werd de achterzijde van de
buitenplaats gedeeltelijk verkaveld met de aanleg van de P.C. Hooftlaan, die het
object thans aan de achterzijde ontsluit. Oorspronkelijk fungeerde de Oude Arnhemseweg
als achtergrens. Tot de buitenplaats behoorde ook een tuinmanswoning, gelegen aan
het Jan Luykenlaantje 1. Deze woning valt buiten de bescherming aangezien de relatie
met Veldheim is verstoord. Aan het landhuis en op het terrein zijn diverse recente
bijgebouwen verschenen, die buiten de bescherming vallen. Waardevol zijn de resterende
open ruimte voor- en achter het hoofdgebouw. De oude bomen, zoals de rode beuken,
acacia's, zomereiken en kastanje, zijn een restant van de originele aanleg en derhalve
van belang.
Het op enige afstand van en evenwijdig aan de Utrechtseweg gelegen landhuis is op
een samengestelde plattegrond opgetrokken en bestaat uit twee bouwlagen onder een
uitzwenkend schilddak gedekt door bitumen shingles. De dakschilden worden doorbroken
door twee soorten dakkapellen. De grootste is voorzien van wangen. Beide typen hebben
een tympaan boven de vensters en een zadeldak als afdekking. De toren aan de voor-
of zuidgevel bevat een derde bouwlaag en kent boven een achthoekig schilddak een
klokketoren en een lantaarn met uivormige bekroning. De gevels zijn gemetseld in
kruisverband met natuurstenen accenten rond de vensters. De grote vensters bestaan
uit stolpramen met bovenlichten voorzien van een roedenverdeling. De dakkapellen
zijn voorzien van draairamen, eveneens met een roedenverdeling. Oorspronkelijk waren
alle grote vensters voorzien van persiennes.
De voorgevel of zuidgevel aan de Utrechtseweg is symmetrisch van opzet. Op de middenas
bevindt zich een risalerende vijfzijdige toren die wordt geflankeerd door een bordes,
dat over de resterende gevelbreedte doorloopt. Het bordes ligt drie treden hoog,
heeft een terazzo-vloer en is overdekt door een balkon met houten leuningen rustend
op Toscaanse zuilen. De zijkanten zijn afgeschermd met windschermen voorzien van
een roedenverdeling en glas. De gevel bevat op de eerste bouwlaag stolpende deuren
met vijfstrooks glas-in-lood bovenlichten. Op de verdieping ter weerszijden van de
toren zijn vier vensters aangebracht. De toren is op de begane grond voorzien van
stolpende deuren. In de schuine zijden zijn vensters aan te treffen. De verdiepingen
van de toren worden afgescheiden door cordonlijsten. De vensters op de derde verdieping
zijn voorzien van een natuurstenen omlijsting. Elke vensteromlijsting is voorzien
van een gebeeldhouwde sluitsteen in de vorm van een leeuwenkop. Ieder dakschild van
de toren bezit een dakkapel met tympaan. De open klokketoren bezit in de borstwering
cartouches en waarboven zich een identieke doch kleinere lantaarn bevindt met daarop
een ui-vormige bekroning met pseudo-dakkapellen. De symmetrisch ingedeelde achtergevel
bevat een middenrisaliet met schilddakbekroning, waarvan de nokhoogte lager is dan
de nokhoogte van het hoofdgestel. De tympaan van de dakkapel in het risaliet is hier
gedecoreerd met een gestoken engelenkopje. In het risaliet bevindt zich de hoofdentree,
bestaande uit een toegangsdeur in een portaal, dat rust op houten Toscaanse zuilen
en afgedekt is met een afgeplat schilddakje, waarvoor een getoogd tympaan geplaatst
is. Onder het linkervenster naast de toegangsdeur bevindt zich de eerste steen met
de tekst: `Deze steen is gelegd door E.A. Clotterbooke Patijn den 22en augustus 1908'.
In de eerste bouwlaag bevindt zich een groot driedelig rondboogvenster met gebrandschilderd
glas-in-lood. Ook in de zijgevels van de risaliet bevinden zich dergelijke vensters.
Deze zijn gesigneerd door atelier Van den Ham uit Utrecht en gedateerd 1909. De gevels
ter weerszijden van de risaliet bevatten diverse soorten vensters met roedenbovenlichten
en luiken. De smallere vensters zijn getralied. Rechts in de gevel bevindt zich een
rondboogvormige deur.
De rechterzijgevel bevat een driezijdige erker met vensters, waarvan twee nog luiken
bezitten. Op de verdieping zijn een viertal vensters te vinden, waarvan er drie zijn
dichtgemetseld en waarvoor een latere aanbouw is geplaatst die buiten de bescherming
valt.
De linkerzijgevel bevat rechts een vijfzijdige uitbouw over de volle hoogte die wordt
gedekt door dakschilden met ongelijke zijden. Een moderne aanbouw, die buiten de
bescherming valt, is aangebracht op het niveau van de kelderverdieping. De plattegrondindeling
is oorspronkelijk. Onder de bescherming vallen alle originele interieuronderdelen
waaronder de marmeren vloeren en lambrizeringen op de begane grond, de profileringen
van wanden en plafonds, de ornamenten van de plafonds, de deuren en ornamentiek,
de parketvloeren in de voormalige salon en de eetkamer alsmede de schouw in de eetkamer.
Bovendien is het trappenhuis van waarde vanwege de glas-in-lood vensters van atelier
Van der Ham uit Utrecht, de zuilen en de houten trap. Enkele glas-in-lood vensters
zijn uitgevoerd als schuifvensters, terwijl de originele houten zonweringen eveneens
nog aanwezig zijn. In de voormalige studeerkamer bevindt zich in een bovenlicht een
gebrandschilderd glas-in-lood raam, dat in sepia het oude huis Veldheim weergeeft.
De studeerkamer is als enige vertrek uitgevoerd in mahonie.
De landhuis van de buitenplaats Veldheim is van cultuurhistorische waarde als bijzonder
voorbeeld van een jongere buitenplaats, deel uitmakend van de Stichtse Lustwarande.
Het pand is van architectuurhistorisch belang vanwege de bouwstijl en ornamentiek
en vanwege de plaats in het oeuvre van de architect Jan Stuivinga.
Tekstbron: rijksmonumentenwikia.nl