De eerste vermelding van huis ’t Velde stamt uit 1326. Hendrik van Suderas werd toen
als eigenaar genoemd van Gelders leengoed. Pas in de 17e eeuw, onder de Bentincks
werd de basis voor het huidige huis gelegd. Stijlelementen en andere renaissanceversieringen
die tot de bouwperiode herleid konden worden, werden bij een restauratie in de jaren
zestig van de vorige eeuw ontdekt en verwerkt bij de renovatie zodat ze nu nog steeds
zichtbaar zijn in het huidige bouwwerk. In 1516 erfde Catharina Leerinck het goed
van haar broer Andries. Door haar huwelijk met Hendrik Bentinck viel het kasteel
toe aan zijn geslacht. De hoogtijdagen vierde dit geslacht pas in de 18e eeuw, maar
Hendrik was in zijn tijd ook al een vooraanstaand man als rentmeester van de hertogelijke
domeinen op de Veluwe.
Johanna Bentinck en haar eega Gosen van Lawich lieten in 1597 het huis danig verbouwen
waarbij vrijwel zeker de complete oostelijke vleugel en het achthoekige torentje
aan de voorkant werden aangebouwd. Vermoedelijk dateren de trapgevels aan de achterkant
ook uit deze periode. Hierdoor verkregen voor- en achterzijde twee totaal verschillende
bouwstijlen en werd het huis ook wel “het huis met de twee gezichten” genoemd. Arnold
Joost van Keppel tot Voorst, graaf van Abmarle verkreeg in 1691 de eigendomsrechten
over huis ’t Velde. Hij bezat toen ook al het iets noordelijker gelegen landgoed
van zijn voorouders. Daar hij goed bevriend was met koning-stadhouder Willem III
kon hij de stadhouderlijke architect Daniël Marot en Jacob Roman inschakelen bij
de bouw van huis De Voorst, waardoor en er een kleine replica ontstond van paleis
Het Loo, dat mede vanwege de tuinen ook wel “het Versailles van de Achterhoek” werd
genoemd. Rond 1700 liet hij ook het hoofdgebouw van huis ’t Velde naar het westen
verlengen en werd de hele zuidelijke hoofdvleugel onder één dak gebracht. In 1745
werd baron Jan Adolph Hendrik Samuel van Dorth de nieuwe bezitter van het huis. Hij
bood in het huis onderdak aan, aan Theodor von Neuhoff, de verjaagde koning van Corsica,
met wie hij familiebanden had. Vanwege financiële moeilijkheden kwam het goed in
1801 onder de veilinghamer en werd Anna Aleida Bouwer, weduwe van Jacob Derk Burchard
van Heeckeren, de nieuwe eigenaresse. Daarna wisselde het landgoed enige malen van
eigenaar voordat het in 1824 gekocht werd door mr. J.A, van Dijk. Hem werden de ramen
vervangen door nieuwe in Empire-stijl. Toen werd ook het huis voor het eerst wit
gepleisterd. Verder werd de balzaal onder handen genomen, kreeg de hal een decoratie
van stucwerk en gaf de baron Hendrik van Lunteren opdracht het park te veranderen
in een Engelse landschaps stijl. Vanaf 1899 mocht de familie zich Van Dijk van ’t
Velde noemen en bleef het goed tot 1959 in bezit van dit geslacht. In 1959 verwierf
de stichting Het Geldersch Landschap het gehele landgoed van 79 hectare en gaf het
huis in beheer aan de stichting Geldersche Kasteelen. In de periode 1962 tot 1964
onderging het huis een danige opknapbeurt en werd de zijvleugel van ramen voorzien
. Momenteel wordt het huis gebruikt als conferentie- en studiecentrum voor de school
voor politie leiderschap (spl). Op 21 maart 2006 werd in het park achter het koetshuis
de Tuin van Bezinning geopend; een nationaal monument ter ere van politiemensen die
tijdens het uitoefenen van hun dienst om het leven gekomen zijn.