

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteelruïne Ter Horst
Kasteellaan 1
5961 BW Horst
Provincie Limburg

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 27' 56.52" N 6° 3' 30.11" E |

De eerste vermelding dateert van 1326. In het leenaktenboek van de graven van Gelre is dan ene Florken van der Horst opgenomen. Mogelijk is hij de stichter van het kasteel. Opgravingen en archeologisch onderzoek wijzen in de richting 1300 als stichtingsdatum. Florken bezat dan wel het kasteel, maar de heerlijke rechten behoorden toe aan de heren van Meerlo. Rond 1360 was het kasteel in handen van Johan van Meerlo. Na zijn overlijden werd het kasteel tweeherig. De ene helft kwam in bezit van de hertog van Gelre, de andere helft kwam in handen van Johan van Broeckhuysen. De hertog zelf woonde er rond 1400 niet. Hij liet er de ambtsman van het ambt Kessel in resideren. Uiteindelijk kocht de hertog van Gelre de tweede eigenaar uit, waardoor aan deze twee herigheid een einde kwam. Johan van Wittenhorst en nazaten werden de nieuwe bewoners van ter Horst. Willem Wittenberg liet het middeleeuwse kasteel eind 1600 geheel herbouwen naar de mode van die tijd. Ook kocht hij de heerlijke rechten. In 1738 vererfde het kasteel op de familie von Fürstenberg.
De zonderlinge Frans Clemens von Fürstenberg liet het kasteel vervallen totdat het uiteindelijk onbewoonbaar was geworden. Hij zelf vond onderdak bij een van zijn pachters en overleed in 1827. De bouwval werd in 1842 gesloopt. Via de dochter van Frans Clemens was het eigendomsrecht op de restanten in 1860 vererfd op graaf Otto von Westerholt en later diens familie. Na de tweede wereldoorlog werd het goed geconfisqueerd als vijandelijk bezit. In 1950 werd het aan Staatsbosbeheer overgedragen. In 1961 werd de gemeente Horst eigenaar van de ruïne. Tussen 1969 en 1976 vonden er bij de ruïne opgravingen plaats. De gemeente liet de restanten in 2003 consolideren en maakte het voor het publieke toegankelijk, met o.a. een uitzichttoren.
"De kasteelruïne van Ter Horst"
Auteur: M. Flokstra
uit Castellogica van de Nederlandse Kastelen Stichting p. 171-

