

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Sterkenburg
Langbroekerdijk 10
3947 BB Driebergen
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 1' 24.69" N 5° 17' 1.76" E |

Het is waarschijnlijk dat het oorspronkelijke ronde woontoren door ridder Gijsbrecht
van Wulven op een leen van de bisschop van Utrecht niet lang voor 1261 gesticht werd
ter verdediging van het Langbroek, een moerasbos gelegen tussen de stroomruggen van
de Kromme Rijn en de Utrechtse Heuvelrug. Zijn zoon Ernst, vermeld tussen 1265 en
1295 zou het kasteel hebben voltooid en ging zijn naam tooien met Van Sterkenburg.
De geslachtsnaam stierf in de 15e eeuw in mannelijke lijn uit met zijn kleindochter
Catharina die in 1456 huwde met Wouter van Ijsendoorn. Het kasteel was nog in bezit
van deze familie toen in 1536 Sterkenburg door de Staten van Utrecht als ridderhofstad
werd erkend. Tijdens de Van Ijsendoorns is Sterkenburg waarschijnlijk uitgebreid
met een vierkante toren en is de ronde toren hoger opgetrokken. In 1565 werd de laatste
Van IJzendoorn met de ridderhofstad beleend. Hun achterkleindochter Mechteld van
Isendoorn trad in 1564 in het huwelijk met de Gelderse edelman Reinier van Aeswijn
(1544-
De weduwe van Antonie was zwanger en baarde een dochter, hun enig kind. Deze dochter,
Antonetta, gaf in 1666 haar jawoord aan Gijsbert van Mathenesse. Na het vroegtijdig
overlijden van vrouw en kinderen wees Van Mathenesse zijn driejarig achterneefje
als erfgenaam aan. Deze hoefde niet lang te wachten, want Gijsbert blies al vrij
snel zijn laatste adem uit. Of zijn achterneefje Sterkenburg ooit gezien heeft is
de vraag, want ook de nieuwe heer van Sterkenburg verwisselde binnen een jaar het
tijdelijke voor het eeuwige. Na enige erfenisperikelen en nog meer vroegtijdige overlijdens
kwam Sterkenburg in 1681 uiteindelijk in handen van Florentina van Mathenesse, gehuwd
met Johan baron van Hardenbroek. Zij verkocht de ridderhofstad en heerlijkheid Sterkenburg
in 1725 aan Catharina van Heusden, ten behoeve van haar zoon Mr Jan Frederik Mamuchet
van Houdringe. Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe, die in 1709 was gehuwd met
Mr Jan Jacob van Westrenen, erfde Sterkenburg in 1740 van haar ongehuwde broer, waarna
het tot in de negentiende eeuw in het bezit van deze Utrechtse regentenfamilie zou
blijven. Het slot dat Van Westrenen in bezit had gekregen, had een onregelmatige
grondslag met daarop een ronde en vierkante toren die door een tussenbouw rondom
een binnenplein waren verbonden. De tussenbouw werd gekenmerkt door verschillende
nokhoogten, allerhande gevelafsluitingen, hoge schoorstenen en arkeltorentjes. Tegen
het slot stond een torenachtig poortgebouw met arkeltorentjes en trapgevels. Ten
zuiden van het kasteel lag de voorburcht die via een poortgebouw uit 1626 bereikbaar
was. Het poortgebouw had een topgevel met in-
Vanaf 1841 verhuurde het echtpaar Hinlopen de Sterkenburg aan de weduwe Joanna Maria
Kneppelhout-
In 1978 verkocht de familie Steengracht het kasteel met bijgebouwen, waaronder de tuinmanswoning en het deels afgebrande westelijk koetshuis, met ruim 5 hectare grond aan de Hendrik de Groot te Utrecht. In de jaren die daarop volgde zou Sterkenburg diverse wooncommunes van wisselende samenstelling huisvesten, welke het reeds onderkomen kasteel niet ten goede zouden komen. Na het overlijden van De Groot kwam Sterkenburg in het bezit van de door hem opgerichte Stichting De Kiem. Deze verkocht het ruim 5 hectare grote landgoed, met ridderhofstad, tuinmanswoning, afgebrand westelijk koetshuis en de fundering van het oostelijk koetshuis in 2004 aan de huidige eigenaren van Sterkenburg. Het beheer van het kasteel en landgoed is in handen van de hiertoe opgerichte Stichting Behoud Sterkenburg, welke ook de uitvoerige restauratiewerkzaamheden coördineert. Sterkenburg wordt momenteel gerestaureerd, mede met subsidies van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM).
Het huidige omgrachte kasteel bestaat uit een ronde, deels dertiende-
Bij de vierkante toren zien we rondom op de begane grond hoge dubbele schuifvensters
en kleinere op de verdieping voorzien van geloogde bovenlichten, qua maat in overeenstemming
met de vensters van het woongebouw. Op de bovenste verdieping zijn kleine vensters
met gemetselde tussenstijlen aangebracht. Het tentdak met centrale schoorsteen wordt
omringd door kantelen met onderlangs lopend rondboogfries. Vanaf de vierkante toren
loopt in een stompe hoek een muur achter het woongebouw langs. De muur is grotendeels
opgebouwd uit een groot formaat baksteen (31,5 x 14,5 x 8 cm ) en is een restant
van een oude veelhoekige schildmuur die rond het kasteeleiland heeft gestaan. De
ronde toren is voorzien van een gekanteelde borstwering met segmentboogfries, waarachter
zich een plat dak bevindt dat te betreden is via een klein achtzijdig torentje met
spitsdak. Rondom zijn op regelmatige afstand vensters in de muur uitgehakt. Waarschijnlijk
bevonden zich hier eerst schietgaten of smalle lichtspleten. De toren heeft een middellijn
van 10 meter buitenwerks en muren van ruim 2,50 meter dikte. De toren bestaat uit
een kelder of begane grond met daarboven vier vertrekken. Het vertrek op de eerste
of hoofdverdieping staat bekend als de kapel en is voorzien van een imitatie kruisribgewelf
van stucwerk. In de eikenhouten vloer is een luik dat toegang geeft tot de kelder.
Boven de kapel bevindt zich de eerste torenkamer. De muur is hier ook 2,60 meter
dik en de middellijn binnenwerks bedraagt 4,80 meter . Deze kamer is thans alleen
bereikbaar via de eerste verdieping van het aangebouwde negentiende-
In de tuin en het park rond het kasteel zijn nog enkele elementen van de landschappelijke
aanleg te herkennen, met name in het gedeelte achter de oranjerie. Een brug over
het kanaal verbindt de oprijlaan met het voorplein. In deze brug is een steen ingemetseld
met het jaartal 1626. Deze is afkomstig uit de oude voorpoort. De leuningen zijn
in neogotische stijl uitgevoerd en van zink. Aan de noord-



Plattegrond kasteel Sterkenburg