

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Paleis Soestdijk
Amsterdamsestraatweg 1
3744 AA Baarn
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 11' 36.52" N 5° 16' 46.24" E |

Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, de toenmalige burgemeester van Amsterdam aan de
weg tussen Baarn en Soest een buitenverblijf bouwen: de Hofstede aen Zoestdijck.
In 1674 zocht de hartstochtelijke jager stadhouder prins Willem III een jachtterrein.
Hij vond dat rond het gebied van de Hofstede aen Zoestdijck. Op 26 april van dat
jaar werd de koopakte getekend. Het was een vrijwel onbewoond gebied, heel Nederland
zal toen nog nauwelijks drie miljoen inwoners hebben geteld. Bij een wildbaan hoorde
een jachtslot. De prins liet er een bouwen: het huidige paleis Soestdijk, maar dan
zonder de zijvleugels. Wel met stallen en koetshuizen en gebouwen voor de bedienden,
met siertuinen en parken plus wat bosaanleg. Kosten: 200.000 (goud) ponden. De hofstede
aen Zoesdijck vormde vermoedelijk de basis van het stadhouderlijke jachtslot dat
tussen 1674 en 1678 werd gebouwd. Architect van het 'nieuwe' Soestdijk was Maurits
Post, zoon van Pieter Post, welke onder meer betrokken was bij de bouw van Paleis
Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde. Het gebruik van het jachtslot Soestdijk door
stadhouder-
In 1702 erfde de Friese stadhouder Johan Willem Friso Soestdijk doordat Willem III kinderloos overleed. Na het overlijden van Johan Willem Friso in 1711 woonden zijn vrouw en zijn zoon, de latere stadhouder Willem IV, in de zomer op Soestdijk. Willem IV overleed in 1751 en zijn vrouw Anna en zoon Willem V bleven in de zomer op Soestdijk wonen. Dankzij aankopen van Prinses Anna, werd het landgoed rondom Soestdijk belangrijk uitgebreid. Aan het Paleis zelf werd echter niet veel verbouwd, afgezien van het feit dat de Prinses het gebouw opnieuw meubileerde. Ook na het overlijden van Prinses Anna bleef Prins Willem V Soestdijk gebruiken als zomerresidentie.
Na de Franse inval In 1795 werden alle stadhouderlijke verblijven als oorlogsbuit
in beslag genomen. Paleis Soestdijk en de omliggende terreinen werden tot staatsdomein
verklaard. Pas in 1799 kreeg het Paleis een nieuwe bestemming; het meubilair werd
verkocht en in het pand werd een logement gevestigd, met name gebruikt door Franse
soldaten. In 1806 werd de broer van de Franse keizer Napoleon, Lodewijk Napoleon,
verheven tot Koning van Holland. Hij nam het ernstig verwaarloosde Paleis Soestdijk
officieel in bezit. De Koning liet het stadhouderlijke jachtslot opknappen en uitbreiden.
Net als Paleis Huis ten Bosch richtte hij Soestdijk in met meubilair in de Empire-
Na de bevrijding schonk koning Willem I in 1815 het paleis aan zijn zoon prins Willem Frederik George Lodewijk, de latere koning Willem II, omdat hij zich zo dapper had gedragen in de strijd tegen de Fransen tijdens de slag bij Waterloo. De prins liet het paleis duchtig verbouwen, waarmee het paleis het aanzien van nu verkreeg, vooral door de verhoging van het middengedeelte met de merkwaardige klokkenkamer en de vleugels met de gebogen zuilengangen. Tijdens de grootscheepse verbouwing kreeg het paleis ook zijn witte pleisterlaag. Er kwam een attiek (dakverdieping) op het hoofdgebouw en op het dak verscheen een eigenaardige toevoeging, een open paviljoen. De prins liet ook het park en de tuinen opnieuw inrichten als Engels landschapspark, een stijl, die in die tijd voor eigenaren van grote buitenverblijven gemeengoed was geworden.
In 1818 hield prins Willem met zijn vrouw Anna Paulowna en zijn pasgeboren eersteling zijn intocht op Soestdijk. De Russische prinses was gewend aan de schittering van vorstelijke luxe plus bijbehorende indrukwekkende paleizen en Soestdijk hoewel in haar ogen een bescheiden optrekje, kon toch wel haar goedkeuring wegdragen doordat ze het een grappig miniatuur vond van het grote paleis van tsaar Paul bij St. Petersburg. De prinses was altijd zeer gesteld op haar vorstelijk waardigheid. Maar in haar gezin was ze een zorgende moeder. Onder toezicht van vader, de held van Waterloo, mochten ze met kleine kanonnetjes op schijven schieten. Hij gaf hun trouwens ook zelf het godsdienstonderwijs (negen uur per week). Wie zijn lessen niet kende of hoe dan ook straf had verdiend moest "de pet zonder rode rand" dragen. En dat betekende dat de schildwachten de anders aan het kind verschuldigde eerbewijzen achterwege lieten.
Hendrik, de jongste zoon, werd bestemd voor de zeedienst en zou al op zijn twaalfde
jaar gaan varen. Géén jager dus zoals zijn voorvader, maar hij kreeg op het Soestdijkse
domein toch een eigen jachthuisje, dat later door zijn moeder Anna Paulowna zou worden
bestemd tot haar Grieks-
Ook na hen bleef de Koninklijke familie het paleis gebruiken als zomerverblijf. Vooral
Koningin-
In 1937 betrokken prinses Juliana en prins Bernhard het paleis. Voor het eerst in
zijn geschiedenis werd het de woning van een jong gezin. Alle prinsessen, met uitzondering
van prinses Margriet, werden op Soestdijk geboren. In 1940 vielen de Duitsers Nederland
binnen. Tot de bevrijding in 1945 week het prinselijk gezin uit naar het buitenland.
Opnieuw herbergde Paleis Soestdijk buitenlandse militairen, ditmaal Duitse officieren.
Na de bevrijding keerde het gezin terug en in 1948 volgde Prinses Juliana haar moeder
Wilhelmina op als koningin. Paleis Soestdijk werd daarmee de Koninklijke residentie.
Onder het Nederlandse volk is Paleis Soestdijk vooral bekend geworden door het jaarlijkse
defilé met Koninginnedag. Van heinde en ver kwamen Oranjegezinde Nederlanders met
goedbedoelde, vaak zelfgemaakte of -
Hoewel Juliana als koningin haar werkzaamheden officieel in Huis Ten Bosch te Den Haag verrichtte, gebeurde dit in de praktijk maar weinig; de Koninklijke familie maakte tijdens de regeerperiode van Juliana voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd en Paleis Het Loo ging dienen als buitenverbijf, terwijl in dit laatste prinses Wilhelmina ging wonen. De Haagse paleizen Noordeinde en Huis ten Bosch werden buiten functie gesteld en werden in de regeerperiode van koningin Juliana maar minimaal gebruikt. Paleis Noordeinde was bij een brand in 1948 zwaar beschadigd en Huis ten Bosch werd gerestaureerd. Dit laatste paleis werd na de restauratie in 1956 alleen voor hoognodige bijeenkomsten gebruikt zoals formaties, belangrijke gesprekken en soms ook staatsbezoeken.
Toen Prinses Beatrix werd ingehuldigd als koningin, in 1980, was Paleis Soestdijk geen Koninklijke residentie meer. Prinses Juliana en Prins Bernhard bleven er wonen tot hun dood in 2004. Sinds 1971 is het paleis Rijksbezit. In afwachting van een nieuwe bestemming is het nu tijdelijk opengesteld voor het publiek.


Juliana
Bernhard

