

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012





Slot Zeist
Zinzendorflaan 1
3701 CE Zeist
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 4' 44.13" N 5° 14' 4.38" E |

In Duitsland kent men een streng onderscheid tussen de woorden “Burg” en “Schloss”.
Het woord burg wordt gebruikt bij de Duitsers voor een middeleeuws kasteel waar het
accent lag op de verdedigbaarheid. Schloss wordt gebruikt voor kastelen die ver-
Het huidige slot Zeist werd gebouwd door Willem van Nassau Odijk. Hij werd geboren
in 1632 als zoon van Lodewijk van Nassau-
In 1677 kocht hij de heerlijkheid Zeist en Driebergen van de Staten van Utrecht.
Hij verkreeg het enorme terrein van 18 hectare voor slechts 5000 gulden. In Frankrijk
had Van Nassau-
Het slot bestaat uit een hoofdgebouw met aan beide kanten lagere zijvleugels. Hierdoor
ontstaat een zogeheten cour d’honneur (voorplein), die met een rijk gedecoreerd hekwerk
werd afgesloten. Het hoofdgebouw ontleent een statige uitstraling aan zijn brede
gevel van zeven traveeën breed. De architectuur toont een duidelijke symmetrie, waarbij
de entree in het middenrisaliet is geplaatst. Hierop ligt de nadruk door de decoratie
te beperken tot deze middenpartij, die naar voren springt. De deurpartij is door
natuursteen omlijst en bekroond met een attiek. De zijvleugels dateren uit 1677,
terwijl het hoofdgebouw pas in 1685 is opgetrokken. Dit is te zien aan de vensters:
de vleugels hebben gewone openslaande kruisvensters terwijl het hoofdgebouw schuiframen
heeft, die op verschillende standen open kunnen. Odijk is bijzonder vooruitstrevend
als hij dit Engelse moderne snufje aan het einde van de 17 de eeuw toepast. In de
jaren tussen de bouw van de zijvleugels en het hoofdgebouw ontstaan de grachten en
imposante tuinen. De voortuin van Slot Zeist loopt in de richting van Amersfoort.
Opvallend is de centrale as, die zowel de voor-
Voor een belangrijk deel is de Franse interieurontwerper en tuinarchitect Daniël Marot verantwoordelijk voor het interieur van Slot Zeist. Hij brengt uit zijn thuisland de laatste mode mee. Marot voorziet de gestuucte wanden van de entreehal van olieverfschilderingen. Nieuw is dat Marot deze muurschilderingen op kalk (stuc) aanbrengt, naar Franse gewoonte. In Holland kent men dit procedé dan nog niet. Het geeft een veel strakker en indrukwekkender resultaat dan de gebruikelijke, hinderlijk glimmende schilderingen op schildersdoek, die vaak uitzakken of scheuren. De schilderingen in het trappenhuis verwijzen naar de klassieke oudheid. Onder de trap heeft Marot bijvoorbeeld een stroomgod afgebeeld: een klassieke riviergod die door de omgevallen kelk het water laat stromen. Maar ook het thema water staat centraal, net als in de tuin waar vele indrukwekkende waterpartijen zijn aangebracht. In de nissen zijn illusies van waterpartijen met figuren aangebracht, zoals fonteinen met putti (engeltjes) en dolfijnen. De roodpaarse banen die tegen de groene wand afsteken bevatten goudkleurige bloemenvazen, guirlandes en medaillons. De trap zelf is voorzien van een open hekwerk, dat op de hoekstukken na nog uit de 17de eeuw dateert.
Willem Adriaan van Nassau Odijk stierf in 1705 en werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk
Adriaan en zijn kleinzoon Willem Adriaan II. Deze laatste verkocht het goed in 1745
aan de Amsterdamse ijzerhandelaar Cornelis Schellingen en zijn vrouw Sofia Centen.
Hij betaalde er 157.000 gulden voor. Hij stelde een deel van het landgoed ter beschikking
aan graaf van Zinzendorf, de stichter van de Evangelische Broedergemeente of ook
wel Hernhutters genoemd. Rechts van de oprijlaan werd plaats ingeruimd voor de ongetrouwde
zusters en weduwen (het Zusterhuis en het Weduwenhuis), aan de andere kant voor de
ongetrouwde broeders (het Broederhuis). Later werden deze respectievelijk het Zuster-
Omdat de broeders en zusters in hun eigen onderhoud moesten voorzien richtten ze verschillende bedrijven op zoals een bakkerij, een knopenfabriek, een zilversmederij en een blikslagerij. Hun producten werden in het Broederhuis verkocht. De invloed van deze broedergemeenschap is van groot belang geweest voor de verdere ontwikkeling van Zeist. Omdat er zoveel te koop was, verwierf Zeist wereldfaam. Uit alle uithoeken van de wereld kwamen mensen van naam Zeist bezoeken, zoals bijvoorbeeld Tsaar Alexander I en de vrouw van Napoleon.
In 1767 ging het goed over aan de dochter van graaf von Zinzendorf, Maria Agnes. Na het overlijden van Maria Agnes in 1784, die het slot zelf nooit bewoonde, ging het goed over op een ander lid van de broedergemeenschap: Joahnnes Renatus van Laer. Na het overlijden van de weduwe van Van Laer, verkcoht Johannes van Laer jr. het slot aan Coenraad Willem Wijborch die het weer doorverkocht aan de Evangelische Lutherse gemeente in Berbice. In 1830 kwam het in bezit van jonkeer Jan Elias Huydecoper van Maarsseveen. Hij restaureerde het slot in de Empirestijl, een keizerlijke stijl uit de tijd van Lodewijk Napoleon, en bracht op de plaatsen van de grisailles in de Willemszaal bijbelse afbeeldingen van Cornelis Kruseman aan. De tuin van Marot werd veranderd in een tuin in Engelse landschapsstijl, ontworpen door de beroemde tuinarchitect Jan Zocher jr., ontwerper van o.a. het Vondelpark. In 1867 werd de familie Labrouchere eigenaar van het landgoed. In 1924 was het inmiddels weer doorverkocht aan de N.V. Bouw en exploitatiemaatschappij Heemstede, die het wilde slopen. Maar gelukkig kocht de gemeente Zeist het goed voor een bedrag van 130.000 gulden, waarna het slot onderkomen was voor diverse commissies en gemeentelijke bureaus. In 1945 vorderde majoor Gutsche het slot en de Ortskommandantur vestigde zich in het slot. In de nacht van 8 op 9 februari brak er brand uit, waarbij de linker vleugel nagenoeg geheel afbrandde. Het hoofdgebouw liep alleen waterschade op. Na de bevrijding diende het enige tijd als gevangenis voor politieke gevangenen. In 1948 werd in het park een openlucht theater met 1000 zitplaatsen gebouwd on het kader van werkverschaffing. In 1953 werden er slachtoffers van de Zeeuwse watersnoodramp opgevangen.
In 1960 begon ir. J.B. baron van Asbeck met de restauratie die in 1968 voltooid werd, waarna op 8 oktober prins Claus de officiële heropening verrichtte. Het Zeister Historisch Genootschap van de Poll huurde tot begin 2004 een gedeelte van het slot van de gemeente Zeist. Ze vertrokken echter naar een ander pand in Zeist, omdat de huur van het Slot flink verhoogd werd. Bovendien was de ruimte klimatologisch onvoldoende om de spullen in goede staat te houden. Tegenwoordig wordt het slot gebruikt voor exposities, congressen en het voltrekken van huwelijken.
luchtfoto van slot Zeist tijdens een ballonvaart in 2008

