





Kasteel de Ruyff
Rue saint vincent 71
4840 Henri Chapelle
Provincie Luik
De oude Ruyff, gebouwd op een lagergelegen terrein, ligt slechts op 300 meter ten
westen van het naburige en later gebouwde -
Het omvat twee vleugelvormige
gebouwen die -
Aan elke kant
van de muur is een stenen trap die afdaalt tot aan het wateroppervlak. Het meest
interessante gedeelte van het kasteel is ongetwijfeld de oostelijke vleugel. Het
is robuust en rechthoekig, met slechts één verdieping (terwijl de rest van het gebouw.
dat moderner is, twee etages heeft). In het noorden wordt het geflankeerd door een
vierkante toren die erg uitsteekt en een spits heeft (bestaande uit vier vlakken)
met daarop een schoorsteen in plaats van een weerhaan. Het dak bestaat uit eenvoudige,
hellende vlakken en nokken. In de buitenwanden zijn nog sporen te zien van vroegere
boogvormige gewelven (die gebruikt worden om goederen uit te laden) de in elkaar
lopende kleuren, oker, paars of soms rooskleurig, maken het geheel nog fraaier.
De
ramen (uit de zeventiende eeuw) die smal en hoog zijn, worden verdeeld 5 Mede vierkante
venstertjes, en zitten in houten kozijnen. In de noordelijke zijgevel -
Ofschoon
de historie van de Heerlijkheden op zich niet ons eigenlijke thema is, willen wij
er toch op wijzen dat de Ryckel een vergissing maakte toen hij beweerde dat de Ruyff
altijd uit twee delen heeft bestaan die aan twee verschillende Heerlijkheden toebehoorden.
Wij geloven daarentegen dat er bij de Ruyff oorspronkelijk slechts één Heerlijkheid
bestond dat in het oude kasteel zetelde, en waarvan het domein zich niet alleen uitstrekte
over het gebied dat (tot aan het eind van het Ancien Régime) onder haar gezag bleef,
maar ook over het gebied van de Heerlijkheid Balen te Ruyff, dat zich al omstreeks
de vijftiende eeuw ervan had losgemaakt. Deze theorie steunt namelijk op het feit
dat de eerste erfopvolging van de oude Ruyf f (in 1314) ruim 200 jaar eerder plaatsvond
dan die van Baelen te Ruyff (namelijk in 1530). Een andere reden om deze theorie
aan te nemen, is het feit dat het de vroegere heten van Ruyff waren die (door erfopvolging)
ook het eigendom over de Heerlijkheid Baelen te Ruyff verkregen.
Hier volgt een overzicht
van het eigendomsverloop van de oude Ruyff.
In 1314 is het kasteel in handen van Henri
de Rueve, zoon van Winand de Julémont. In 1355 is het Gothard van der Kapellen (Godefroid
de la Chapelle) die het bezit in handen heeft. We weten echter niet hoe dit verloop
tot stand gekomen is. Hij verkoopt het landgoed aan Johan Hanneman uit Baelen die
het omstreeks 1370 in bezit heeft.
Op een vreemde en onverklaarbare wijze is opeens
Guedeken, echtgenote van Jean Crommel (Krummel) d'Eynatten, eigenaresse (1380) van
het kasteel. De echtelieden Crommel hebben het bezit in 1406 nog steeds in harden.
Het kasteel gaat dan over op hun zoon Diderich (Thierry) Krummel d'Eynatten en vervolgens
op diens zoon Jean Krummel d'Eynatten, echtgenoot van Catherine de Schwartzenberg.
Hij verdeelt zijn bezit in 1467 onder zijn kinderen. De Ruyff gaat dan over op hun
zoon Jean Krummel d'Eynatten, die een dochter had uit het huwelijk met Sophie de
Brempt. Door het huwelijk van deze dochter met Górard de Palant komt de Heerlijkheid
in deze familie terecht.
Gérard de Palant krijgt het bezit in 1530 in handen en verkoopt
de Ruyff in 1534 aan zijn broer Werner de Palant en diens vrouw Jeanne de Bronckhorst
de Bettenburg. Zij laten het blote eigendom van het bezit na aan hun kinderen (in
1551). Eén van hen, Thierry de Palant wordt in 1554 eigenaar uit naam van alle kinderen.
Na de dood van Werner de Palant volgt zijn oudste broer hem op.
Vervolgens gaat de
Ruyff over op baron Carsilis de Palant, heer van Reuland. Diens weduwe: Otillie de
Vlodorp volgt hem in 1606 ais eigenaar op. in 1618 is wederom een zekere Werner de
Palant (die we niet exact hebben kunnen thuisbrengen) eigenaar van het kasteel en
verkoopt het vervolgens aan zijn broer Philippe. Op 20 november 1626 volgt Jean Werner
A Palant hem op en verkoopt het bezit aan Laurent Doenraedt. Deze treedt op in de
hoedanigheid van gevolmachtigde van Nicolas de Croonenberg, echtgenoot van N. van
der Heyden, die in 1644 de Heerlijkheid van Henri Chapelle koopt.
Hij was degene die
eveneens Heerlijkheid Veltjaeren kocht. Zijn zoon Adam Philippe de Croonenberg volgt
hem in 1655 op. In 1689 wordt het kasteel en de Heerlijkheid onteigend omdat bij,
samen met ene L. Brouvelt, was veroordeeld voor het aanmaken van valse nvinten op
het kasteel. Adam Philippe de Croonenberg lukt het om het kasteel terug in bezit
te krijgen en doet er vervolgens in 1703 afstand van. Niet lang daarna vindt er een
nieuwe onteeigening plaats (dit keer tegen zijn weduwe). De Heerlijkheid wordt verkocht
en toegewezen aan generaal baron Von Dopff, die in 1709 als eigenaar opvolgt en het
landgoed in 1716 verkoopt aan François Beaumont.
Het kasteel dat erg slecht onderhouden
was door de Croonenbergs, was erg in verval geraakt en de toren aan de tuinzijde
(die in 1693 door de Fransen onder vuur was genomen) was niet veel meer dan een ruïne.
In 1736 wordt het kasteel met Heerlijkheid voor de derde keer onteigend (tegen de
erfgenamen Beaumont die niets dan schulden erfden. Het bezit wordt dan toegewezen
aan Mathieu de Fromenteau. Deze was gehuwd met Marie Lambertine de Franquinet.
Na
hun gaat het kasteel en Heerlijkheid over op hun zoon, baron Lambert Antoine de Fromenteau
(+1788) echtgenoot van Jeanne Fr. Dd, le Pas. Hun zoon, baron Mathieu Arn. Guill.
Ant. de Fromenteau de Ruyff (echtgenoot van Marie Françoise Isab. de Nelis) erft
het landgoed maar overlijdt in 1831 op kasteel Ruyff, zonder nageslacht. Daardoor
gaat het bezit over op hun neven, de baronnen Auguste, Edouard en Jules de Waha Baillonville
(zonen van zijn zus Angéline Theodore Cl. de Fromentau de Ruyff, echtgenote van Baron
Henri Louis de Waha Baillonville (notariële akte van boedelscheiding door notaris
Ernst uit Aubel (15 mei 1835). Door een tweede akte van boedelscheiding van 11 augustus
1835 (notaris Demptinne uit Villers aux tours) blijven alleen baron Auguste en baron
Edouard de Waha Baillonviile over als eigenaren (in onverdeeldheid).
Op 13 october
1853 (bij notariële akte van notaris De Tiège uit Henri Chapelle) verkopen zij het
bezit (met een oppervlakte van ongeveer 89 ha.) aan baron Florent de Thiriart de
Mützhagen die het door middel van een testament nalaat aan zijn achterneef, baron
Gaston de la Rousselière Clouard'. Tenslotte geeft laatstgenoemde het kasteel inclusief
vijver, tuin, moestuin, enzovoorts (in totaal ongeveer drie ha.) in 1898 voor een
periode van negen jaar in pacht aan de paters Lazaristen van Theux. Vervolgens wordt
het genoemde landgoed op 15 januari 1907 aan hun verkocht (bij notariële akte van
Notaris Lefebure te Verviers).
Tekstbron: www.trois-
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
5 50°40'25.09"N 5°57'4.56"O |
