

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Maarten van Rossumhuis
Nonnenstraat 5
5301 BE Zaltbommel
Provincie Gelderlandl

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 48' 40.88" N 5° 14' 56.42" E |

De bekende Gelderse veldheer Maarten van Rossum liet in 1535 in de Nonnenstraat in Zaltbommel een versterkt huis bouwen, dat waarschijnlijk werd opgetrokken op de fundamenten van een vroeger gebouw dat verloren ging bij een stadsbrand van 1524. De kelders van de vierkante onderbouw van de traptoren stammen uit die vroegere fase. De begane grond van het huis telt 2 ruimtes en via een trap is de grote zaal op de eerste verdieping te bereiken. Door zijn torentjes en kantelen wordt het Maarten van Rossumhuis ook wel een stadskasteel genoemd.
Daar het huis in de overgangsperiode tussen gotiek en renaissance gebouwd werd, vertoont het kenmerken van beide bouwstijlen. De kantelen, de hoektorentjes en de verticale belijning vertegenwoordigen de gotische stijl. De boogvullingen boven de ramen en versieringen met beeldhouwwerken, de renaissance stijl. De ingangspartij stamt uit 1613.
Het had weinig gescheeld of het pand was in 1881 gesloopt. Maar op initiatief van jonkheer Victor de Stuers, referendaris van het ministerie van binnenlandse zaken, kocht het rijk het vervallen kasteel aan. Onder leiding van de bekende Roermondse architect P.J.H. Cuypers werd het kasteel gerestaureerd, waarna het kantongerecht er zich in vestigde. Cuypers plaatste o.a. de spitsen op de hoektorentjes terug. In 1908 vonden wederom werkzaamheden plaats, waarbij het huis geheel vrij kwam te staan met een tuin aan de achterzijde. In de dertiger jaren van de vorige eeuw kwam het huis leeg te staan. Met steun van de familie Philips richtte de Oudheidkamer voor Zaltbommel, Bommelerwaard en Heerewaarden, die in 1954 Stichting Maarten van Rossummuseum ging heten, vanaf 1936 het kasteel in als museum. Deze functie heeft het huis tot op heden.
Het versterkte huis werd dus in opdracht van Maarten van Rossum gebouwd. Zijn vader was Johan, heer van Rossum. Zijn moeder Johanna van Hemert. De heerlijkheid Rossum vererfde op zijn oudere broer, Jan van Rossum. Maarten erfde de heerlijkheid Poederoijen.
Maarten was jong als krijgsheer in dienst getreden van Karel van Egmond hertog van
Gelre en bracht het tot bevelhebber van diens troepen. De vijand was de Habsburgse
keizer Karel V, tegen wie hij in Overijssel en Utrecht veldtochten ondernam, die
meer als plundertochten bestempeld kunnen worden. Maar ook het zuidelijke Brabant
had te lijden van zijn zwerf-


