

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012



Kasteel Rijnhuizen
Edisonbaan 14
3439 MN Nieuwegein
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 2' 14.11" N 5° 5' 49.84" E |


De vroegste, met zekerheid vaststaande, vermelding van Rijnhuizen stamt uit het Gaasbeekse leenboek van 1459 waarin Johan van Rijn of ook wel Johan van Jutphaas met het goed beleend werd. Johan maakte in 1436 al deel uit van de Utrechtse ridderschap en werd in 1456 tot schout van Utrecht benoemd. Johan stierf in 1468 en zijn zoon Adriaan werd met het goed beleend. Uit zijn huwelijk met Lysbeth van Hemert werd zoon Dirk geboren die in 1497 met Rijnhuizen beleend werd. In 1536 werd het landgoed opgenomen in de lijst van ridderhofsteden in het Stichtse. Dirk, twee maal getrouwd, eerst met Cunera, een dochter van Gijsbrecht van Nijenrode en daarna met Lucia van Eyll, wisselde in 1546 het aardse met het eeuwige en liet 6 kinderen na, waarvan de oudste zoon Johan hem opvolgde.
Hij huwde Margreet van Voorst. Doch was het huwelijk bij zijn verscheiden kinderloos
gebleven en erfde zijn broer Gerrit het goed. Hij overleed echter al vijf jaar later.
Onghuwd. Het goed kwam toe aan zijn zus Johanna die het kasteel op haar beurt naliet
aan haar nicht Wilhelmina van Riebeeck. Vanwege financiële perikelen moest de ridderhofstad
in 1620 verkocht worden. De nieuwe eigenaar werd Hendrik van Tuyll van Serooskerken,
die o.a. burgemeester van Tholen was, Zeeland vertegenwoordigde in de Staten-
De Van Tuyll van Serooskerkens kregen belangstelling voor Utrecht, waar voor de adel
nog wel een rol van betekenis was weggelegd. Zo huwde Reynoud in 1636 met Agnes van
Reede tot Drakestein. In 1640 werd hij in de ridderschap van Utrecht verschreven.
Spoedig werd hij vanwege Utrecht gedeputeerde naar de Staten-
Rijnhuizen werd gekocht door de Amsterdamse koopman Louis de Geer wiens vader een
fortuin vergaard had als eigenaar van geschutsgieterijen, ijzer-



