specials:

fotosite GP
mobileme gallery
Zandsculpturen
Selectie

©2010 Guus Pauwels
Disclaimer

bezoeker

One.com gallery

 

Laatste update

21 maart 2012

Home

belgië

alles

aldenbiezen

amstenraeterhaus

baelen

betho

beusdael

borgitter

broich

colonster

crepe

declee

delamotte

duras

eynenburg

genoelselderen

gorsopleeuw

graaf

hamal

het rood kasteel

hex

hof van draeck

ingelmunster

jehay

kolmont

liberme

lontzen

mariaburcht

mariagaarde

modave

obsinnich

ordingen

pietersvoeren

raeren

raeren huis

renesse

rijkel

rullingen

ruyff

schalkhoven

terbiest

thor

tilff

vierset

waleffes

warfusee

frankrijk

alles1

amboise

angers

azay le rideau

blois

chambord

chenonceaux

cheverny

clos lucé

d'ussé

langeais

villandry

 

nederland

brabant

aldendriel

asten

boxmeer

bouvigne

breda

blauwecamer

croy

dommelrode

dussen

geldrop

gemert

grootdeurne

heeswijk

heeze

helmond

henksenhage

kleindeurne

maurick

meeuwen

nemelaar

onsenoort

ooijen

seldensate

slotlimburg

stapelen

strijen

tongelaar

wouwse plantage

drenthe

coevorden

friesland

epemastate

fogelsanghstate

poptaslot

schierstins

gelderland

aerdt

ammerzoden

batenburg

biljoen

brakel

cannenburch

de cloese

de kelder

den bramel

de voorst

doornenburg

doorwerth

engelenburg

essenburgh

goudenstein

hackfort

hernen

keppel

kinkelenburg

loevestein

loo

middachten

nederhemert

neerijnen

 

oude loo

rosendael

rossumhuis

ruurlo

schaffelaar

's heerenberg

slangenburg

slot rossum

slot well

staverden

terhorst loenen

't velde

verwolde

valkhof

vorden

waardenburg

wijenburg

wildenborch

wisch

wychen

zypendaal

groningen

breedenborg

ennemaborg

fraeylemaborg

menkemaborg

nienoord

verhildersum

wedderborg

limburg

aerwinkel

amstenrade

arcen

bethlehem

bloemendal

bocholtz

borgharen

buggenum

born

cartils

cortenbach

daelenbroeck

berckt

borggraaf

de grote hegge

nijenborgh

torentjes

d'erp

doenrade

eijsden

elsloo

erenstein

eyckholt

genhoes

gerlach

geulle

geulzicht

geusselt

goedenraad

grasbroek

gronsveld

malborgh

 

haeren

hagenbroek

hasselholt

heel

heijen

hillenraad

hoensbroek

holtmühle

hoogenweerth

horn

imstenrade

jeruzalem

karsveld

kessel

kruisdonk

lemiers

lichtenberg

limbricht

meerssenhoven

mheer

millen

montfort

mookerheide

neercanne

neubourg

nieuwenbrouck

nuhem

nywiller

obbicht

oost

ravenburg

reijmersbeek

rivieren

rijckholt

roosteren

schaloen

schaesberg

sibberhuuske

stein

strijthagen

tenhove

terhorst

terworm

vaalsbroek

vaeshartelt

valkenburg

vliek

well

wijnandsrade

witham

wittem

wolfrath

wylre

noord holland

assumburg

brederode

egmond

marquette

medemblik

muiderslot

nederhorst

paleisopdedam

schagen

 

overijssel

denberg

diepenheim

eerde

laer

nijenhuis

neijenhuisheino

oosterhof

rechteren

singraven

twickel

vilsteren

warmelo

wegdam

weldam

utrecht

amelisweerd

amerongen

beverweerd

bolensteiin

broekhuizen

camminga

cothen

dehorst

deviersprong

denham

doorn

drakestein

duurstede

Eyckenstein

goudestein

groenestein

groenevecht

groeneveld

gunterstein

haarzuilens

herteveld

hinderstein

hogevuursche

houdringe

houten

huis te vliet

ijsselstein

jaglust

kerckenbosch

linschoten

loenersloot

lunenburg

maartenshuis

ma retraite

moersbergen

molenstein

montfoort

nyenrode

oudaen

oudegein

renswoude

rhijnauwen

rhijnhuizen

sandenburg

slotzeist

slotzuylen

 

soestdijk

sparrendaal

sterkenburg

sypesteyn

veldheim

vollenhoven

vuylcoop

woerden

zuilenburg

zeeland

haamstede

moermond

munnikenhof

oud sabbinge

ten hooge

toorenvliedt

westhove

zuid holland

binckhorst

binnenhof

clingendael

crabbenhof

dever

de werve

duivenvoorde

te werve rijswijk

endegeest

hofwijck

groot poelgeest

hogehuis

hoornwyk

huis te merwede

huis ten bosch

huis ter woude

keenenburg

keukenhof

leidse burcht

mathenesse

mauritshuis

merckenburg

noordeinde

oude koningshuis

oud poelgeest

ravestein

rhoon

teylingen

warmond

 

Kastelen Nieuws
Home.
Zuid Holland.
Noord Holland.
Zeeland.
Brabant.
Limburg.
Gelderland.
Utrecht.
Overijssel.
Drente.
Friesland.
Groningen.
Diversen .

 

Kasteel Lunenburg

Langbroekerdijk A 99 3947 BE Langbroek

 

Provincie Utrecht

Noorderbreedte

Oosterlengte

52° 0′ 44″ N

5° 19′ 12″ E

//letter grootte //letter type //achtergrondkleur menu //kleur menu //kleur letters //target van de link //aantal aanwezige links ( moet gelijk zijn aan het nr aantal van de onderstaande links ) // naam en url van de link (voor het # teken de naam, achter het # teken de url ) //kan ook een pagina zijn // voor meer links gewoon een parameter kopieren, en nummer aanpassen van "anzahl" // voor meer links gewoon een parameter kopieren, en nummer aanpassen van "anzahl" de="here" id="obj_152" name="obj_152">
Lunenburg

De woontorens langs de Langbroekerwetering zijn vrijwel allemaal volgens hetzelfde stramien gebouwd. De leenheren waren onder andere de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland en Gelre. Verscheidene families werkten zich omhoog door zich tot de ridderstand te laten verheffen of door een belangrijke rol te spelen binnen de geestelijke stand. Een familie die vanaf de 13e tot de 15e eeuw een behoorlijke machtspositie bereikte, was de familie Van Zijl (Van den Zile). In een oorkonde van 1279 wordt Pontiaan van Zijl genoemd als bezitter van gronden in Langbroek.

 

Aangezien Pontiaan als eerste van zijn geslacht staat vermeld, wordt hij maar al te vaak -ten onrechte- als stichter van Lunenburg aangewezen. In 1339 nam een zekere Arent (Arnold) van Lunenburg Senior drie hoeven land in pacht op Merewijk onder Langbroek, een gebied dat grenst aan land van Gijsbrecht van Zijl en Loef van Zijl. Nu wil zijn naam geenszins impliceren dat Arnold de bouwer van Lunenburg is geweest. Opmerkelijk is wel het feit dat deze Arnold zich onderscheidde van zijn familie: hij heette Arnold van Lunenburg terwijl zijn broers zich Van Zijl noemden. Er is echter geen andere oorkonde die de naam Lunenburg vermeldt dan die uit 1339. Niettemin kan hij de toren hebben gekocht of in erfpacht hebben gehouden van een familielid zoals bijvoorbeeld Gerrit van Zijl, die tussen 1313 en 1340 in verscheidene oorkonden werd genoemd. In één van deze oorkonden (1330) komt Gerrit van Zijl voor als 'fidejussores', een persoon die borg staat voor iemand. Gerrit stond borg voor een som van 325 pond die de bisschop aan eiser verschuldigd was. Hij was schout en zou in hoedanigheid van gerechtelijk functionaris een gevangenis bij zijn huis gehad kunnen hebben. Indien hij niet de 'kooien' gebruikte voor de gevangenen, zou hij dan een kerker hebben laten bouwen in een stenen huis? Maar dan zou hij zich naar de toren hebben vernoemd en hij zegelde alleen maar als 'Gherart Van den Zile'. Wellicht bestond de toren al en had Arnold sr. er zijn naam aan gegeven. In 1341 werd Arnold als 'miles' vermeld. Hij was de eerste van zijn familie die ridder werd en over de middelen kon beschikken om een stenen toren te bouwen. Ondanks het feit dat de familie een niet onbelangrijke rol speelde, verviel zij aan het begin van de 15e eeuw tot poorters en boeren.

 

De eerste leenman die geen Van Zijl heette, was Ghijsbrecht van Lockhorst. Hij werd in 1402 beleend. Een aantal jaren later omschreef Steven van Everdingen Lunenburg als een huis 'metter hofstat'. Waarschijnlijk zal het kasteel vooral als woongelegenheid gediend hebben. In 1422 kreeg Ghijsbrecht de Ridder Lunenburg in leen van de domproost Sweder van Culemborch. Cornelis de Ridder, een nazaat van Ghijsbrecht, was leenman van Lunenburg in 1538, het jaar waarin de woontoren werd ingeschreven als ridderhofstad. Lunenburg bleef echter niet lang in handen van De Ridder, want in 1563 moest Willem de Ridder de toren verkopen aan Maarten Schipperius, die hem in 1580 doorverkocht aan Godard Boll, burgemeester van Utrecht. Deze zal op het voorterrein een woongebouw opgetrokken hebben.

 

Zijn kleindochter Henrica Boll trouwde Daniël van den Berch die er in 1619 mee werd beleend. Toen Daniël van den Berch, nazaat van eerder genoemde, in 1693 kinderloos overleed, verkocht zijn weduwe de toren aan Joseph Hoeufft, schepen en raad in de vroedschap van Utrecht. Dan is er sprake van 'de riddermatige hofstede van Lunenborgh met synen toorn, huysinge, singels, graften enz.'

Diens dochter huwde met Hendrick Ruysch, die het bezit in 1737 aan zijn zoon Balthasar Constantijn afstond. Voor 6.615 gulden verkocht Balthasar het goed in 1750 aan Frans Godard, baron van Lynden van Hemmen en Blitterswijk. Deze Gelderse edelman, die in 1726 gehuwd was met rijke Utrechtse patriciërsdochter Constantia Isabella van der Muelen, kocht het ongetwijfeld ten behoeve van zijn tweede zoon Bathazar Constantyn, die er in 1755 mee werd beleend. De oudste zoon kreeg Hemmen en de oudste dochter Blitterswijk in Noord-Limburg.

Lunenburg bestond in 1750 uit 18 morgen land en 20 morgen bos, het Lunenburgse Bos genoemd, en werd bij de belening omschreven als de 'toren, huisinge en getimmerte, singels, graften, vijvers, duivevlugten, visscherijen, mitsgaders boerewoning, brouwerij, ketels, schuren, bergen, boomgaarden, bouw- en weilanden'.

Balthazar Constantijn maakte een snelle carrière in het Sticht, waarbij zijn huwelijk met een dochter uit het geslacht Strick van Linschoten wel geholpen zal hebben. Hij overleed in 1822 op hoge leeftijd. Zijn zoon Jan Hendrik was in 1794 gehuwd met een van de dochters van Alexander Diderik van Spaen tot Biljoen. Zij zullen waarschijnlijk spoedig daarna het nieuwe landhuis hebben laten bouwen en het nieuwe park hebben laten aanleggen. Het echtpaar had drie dochters, die allen ongehuwd op Lunenburg bleven wonen.

De jongste, die in 1860 overleed, liet Lunenburg na aan haar neef jhr. mr. J. van Swinderen van Rijs. Deze woonde echter in Friesland en stelde Lunenburg zijn vader ter beschikking. Deze heeft het huis laten verbouwen en liet het nieuwe koetshuis optrekken.

 

Na de dood van zijn vader verhuurde Van Swinderen het aan particulieren. Door koop kwam het aan mr. Joan Gerard Kruimel die het vanaf 1888 verhuurde aan de schrijver Jan van der Poorten Schwartz, beter bekend onder zijn pseudoniem Maarten Maartensz. Kruimel liet de prachtige oprijlaan in zijn geheel rooien. In 1925 vond Lunenburg een nieuwe eigenaar in de persoon van mr. E. van Eibergen Santhagens. Hij was de laatste bewoner tot 1931, waarna het leeg kwam te staan. Door een bombardement in 1944 werd Lunenburg zwaar beschadigd. In 1967 werd de ruïne door het K.F. Heinfonds gekocht. Na de restauratie van 1968-1970 is Lunenburg verkocht aan P. Fentener van Vlissingen, de huidige eigenaar.

 

Hoewel de naam Lunenburg voor het eerst in 1339 voorkomt en pas in 1402 in een belening sprake is van een 'toerne te Lunenborch', kan de toren toch in de tweede helft van de 13e eeuw gebouwd zijn. Het steenformaat (30 x 15 x 7,5 cm) en het Vlaams verband in het metselwerk duiden daarop. De toren is buitenwerks 8,4 x 9,3 m groot; de muurdikte is op de begane grond 1,2 m, die van de noordwestmuur waarin de trap is uitgespaard 1,6 m. De totale hoogte tot aan de weergang bedraagt 15,5 m.

De fundering bestaat uit doorgaande muren zonder snijlagen of spaarbogen; de grondslag bestaat uit klei vermengd met veenlagen. De kelderruimte, die een tongewelf heeft met de kruin in noordwest-zuidoostrichting, was niet vanuit de begane grond te bereiken. Thans geeft een naderhand uitgebroken deur toegang tot deze kelder; wanneer de ruimte in gebruik werd genomen, kon tijdens de restauratie niet worden vastgesteld.

Wellicht moet hier in analogie met de Walenburg gedacht worden aan een aanaarding van de toren, zodat hier sprake is van een verloren gewelf; dit is een gewelf over een loze ruimte, dat om constructieve redenen is aangebracht. In dit geval gaat het mogelijk om afsluiting van de (vochtige?) loze ruimte. Wel werd in de zuidhoek van deze kelder tijdens de restauratie een waterput aangetroffen en gereconstrueerd. Er kon tijdens die werkzaamheden niet worden vastgesteld of de put oorspronkelijk was. Gezien de ligging van de put (tegen de fundering aan, in plaats van opgenomen in het metselwerk) lijkt een latere aanleg waarschijnlijk.

Ook een nog resterend venstertje in de noordoostmuur zal later uitgebroken zijn. Opvallend is dat tijdens de restauratie van 1968-1970 twee schietspleten in de zuidwestmuur zijn dichtgemetseld.

 

In 1772 werd Lunenburg in de Tegenwoordige Staat omschreven als: 'bestaande insgelijks in een zwaaren Tooren, met twee windijzers voorzien. Daar is egter, ook een bekwaam Heerenhuis, waar van men, met een houten brug, naar den ouden Tooren gaat, die rondom met eene ruime graft omvangen is. Ook is er, aan den weg, een Heerenbuitenpoort of voorburg'. Deze situatie heeft daarna waarschijnlijk nog slechts een kwart eeuw bestaan. Waarschijnlijk nog aan het eind van de 18e eeuw heeft de familie Van Lynden de grachten rond de woontoren laten dempen en de woontoren laten uitbreiden met een gepleisterd neoclassicistisch landhuis.

Opmerkelijk is dat men veel moeite heeft gedaan om de woontoren te handhaven. Het nieuwe huis had boven het souterrain twee verdiepingen en sloot met de vloeren vrijwel exact aan op de vloerniveaus van de oude toren. De plattegrond was zeer traditioneel ingedeeld. De twee muurtrappen, die van de begane grond naar de tweede verdieping voerden, werden benut als hoofdtrappehuis. Van Swinderen sr. heeft de achterzijde waarschijnlijk laten verbouwen door Samuel Adrianus van Lunteren (1813-1877), die veel kastelen moderniseerde. In de achtergevel liet hij een balkon en grote vensters aanbrengen.

 

In de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog werd Lunenburg gebombardeerd, omdat enige tijd daarvoor Duitse legervoertuigen onder de bomen geparkeerd hadden gestaan. Door het bombardement werd het kasteel ernstig beschadigd: de gehele zuidhoek van het 19e-eeuwse gebouw werd weggeslagen. In de zuidhoek van de woontoren ontstond een brede scheur in het metselwerk.

 

Al spoedig werden plannen gemaakt voor de herbouw van het kasteel. Een door architect W. Dijkman te Zeist in 1948 getekend plan, dat in het geheel geen rekening hield met de bouwhistorische gegevens om de toren geheel solitair (met een kleine aanbouw) te herstellen, werd niet uitgevoerd.

Eveneens kort na de oorlog werd de ruïne uitvoerig opgemeten en is er op basis van die opmeting een drietal restauratievarianten ontwikkeld. Als eerste werd een volledige reconstructie van de vooroorlogse situatie voorgesteld. Een alternatief hiervoor was het herstellen van het bestaande gebouwen ter plaatse van het weggebombardeerde gedeelte een terras aanleggen. Het derde bouwplan voorzag in het vrijwel isoleren van de woontoren, met behoud van het voorste gedeelte van het 19e-eeuwse huis. Echter, geen van deze restauratievoorstellen is uitgevoerd.

 

De 19e-eeuwse indeling van het huis maakte een bewoning naar 20e-eeuwse maatstaven vrijwel onmogelijk. Bovendien waren alle balklagen inmiddels verrot of verdwenen en waren de muren stukgevroren. Ten slotte werd onder leiding van de architect E.A. Canneman besloten de situatie van vóór ca. 1800 te reconstrueren: de woontoren kwam weer solitair op het eiland te liggen en werd via een houten brug toegankelijk gemaakt, precies zoals het op oude topografische afbeeldingen zichtbaar is. Tijdens de restauratie kwamen diverse oorspronkelijke details aan het licht. Zo bleken in de omstreeks 1800 vernieuwde muurtrappen de oude vormen nog herkenbaar. Van de balklagen van twee verdiepingen waren de uitsparingen voor de moerbalken te traceren. Tevens kwamen drie dichtgezette vensters, twee stookplaatsen en een privaat te voorschijn.

De huidige deur geeft via een trapportaal toegang tot het hoofdvertrek van de toren. Deze ruimte bevat een stookplaats, een kaarsnis en een muurkastje. De ruimte op de eerste verdieping bevat geen stookplaats. Wel werd hier het restant van een privaat aangetroffen; dit privaat is gereconstrueerd.

De tweede verdieping is door een koepelgewelf op rechthoekige grondslag -een zogenaamd Boheems gewelf- overwelfd. Voor de verwoesting was het gewelf weggewerkt achter overhoeks geplaatste wandjes. Dit gewelf was door het bombardement en de verwaarlozing ingestort, maar is tijdens de restauratie gereconstrueerd. Het gewelf was één steens dik; het steenformaat was hetzelfde als dat van de muren. Ter hoogte van de aanzet van het gewelf waren horizontaal gelegen balken in het midden van de muren opgenomen en bij de hoeken aan elkaar gekoppeld om de spatkrachten van het gewelf op te nemen. Vermoedelijk bevond zich oorspronkelijk boven dit gewelf een plat dak. Omdat hierover geen zekerheid verkregen kon worden, werd tijdens de restauratie besloten de uit de topografie bekende dakvorm te herstellen: een schilddak met twee windvaantjes.  

 

Plattegrond woontoren Lunenburg