

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012





Kasteel Nijenrode
Straatweg 25
3620 AC Breukelen
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 9' 50.26" N 5° 0' 34.38" E |

Het kasteel dateert uit het midden van de 13e eeuw en werd gesticht door Gerard Splinter van Ruwiel. In 1297 werd Gerard Splinter als heer van Nijenrode opgevolgd door zijn zoon Gijsbrecht I, die zich niet meer Van Ruwiel noemde, maar van Nijenrode. De van Nijenrodes speelden een belangrijke rol tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten en streden mee aan de zijde van de Hollandse graven. In deze strijd en later in de Stichtse Burgeroorlog werd kasteel Nijenrode regelmatig belegerd en beschadigd. Zo was er in 1311 sprake van een aanval op Nijenrode in opdracht van de bisschop van Utrecht. Het kasteel zal daarbij schade hebben opgelopen, want de Hollandse graaf Willem III erkende in dat jaar aan Gijsbrecht I 2000 'zwarte tournoisen' schuldig te zijn voor de aangerichte schades. In september 1481 is het kasteel belegerd, geplunderd en in brand gestoken, dit maal door de burgers van Utrecht, die onder andere hier een strijd uitvochten met de Utrechtse bisschop David van Bourgondië. De toenmalige bezitter Jan III heeft het kasteel vermoedelijk nog voor zijn dood in 1495 hersteld. In 1511 werden Nijenrode en het aan de andere zijde van de Vecht gelegen kasteel Gunterstein door de Utrechters en de Geldersen opnieuw belegerd en ingenomen. Beide kastelen werden verwoest en naar verluidt werden de stenen gebruikt om de vervallen muren van de Bemuurde Weerd in Utrecht te herstellen. Het kasteel werd door Willem Torck herbouwd.
Het kasteel Nijenrode bleef in het geslacht Nijenrode tot de dood van Josina van
Nijenrode in 1537. Het in 1536 als ridderhofstad erkende Nijenrode kwam niet toe
aan haar man Willem Torck, maar aan hun dochter Elisabeth die gehuwd was met Bernard
I van den Bongard. Hierdoor kwam Nijnenrode toe aan zijn geslacht. Zij werden respectievelijk
opgevolgd door zoon Floris, kleinzoon Bernard II, achterkleinzoon Bernard III van
den Bongard en tenslotte Maria van Wijhe van Hernen. Zij was een nicht van Bernard
III en erfde de ridderhofstad. Zij was getrouwd met Gerard van Reede tot Saesfelt
en hun zoon Gerhard Adriaan van Reede tot Saesfelt verkocht in 1675 het inmiddels
door de Fransen verwoeste kasteel voor 40.000 gulden aan de Amsterdamse koopman Johan
I Ortt, waarmee een einde kwam aan vier eeuwen adellijk bezit. Het herstel werd ter
hand genomen. Bij het herstel van Nijenrode werd het kasteel weer vrijwel in de staat
gebracht waarin het verkeerde vóór de brand. Johan III Ortt liet rond 1750 het grote
toegangshek bouwen met een hoogte van 4,35 m en een breedte van 4,10 m tussen 5,35
m hoge vierkante kolommen. De noordelijke kolom droeg het wapen van Ortt, de zuidelijke
kolom dat van zijn eerste vrouw Adriana Huydecoper. Na 1763 zijn nog forse smeedijzeren
zijstukken aan het hek aangebracht, waarin de letters Q en E aangebracht werden.
De E duidde op de tweede vrouw van Ortt, Dorothea Eyck. Na 1817 en vóór 1836 werd
het kasteel in opdracht van mevrouw G.W. Ortt-
Aan de periode Ortt op Nijenrode kwam in 1853 een einde door de dood van Sara Adriana
Ortt. Op een publieke veiling werd het kasteel verkocht aan de Utrechtse industrieel
Willem Hendricus de Heus. De Heus was onder andere eigenaar van een koperpletterij
en een metaalhandel, commissaris van een tweetal spoorwegmaatschappijen en exploiteerde
een drietal gasfabrieken. Hij woonde zelf nauwelijks op Nijenrode maar toch stak
hij in 1860 aanzienlijk wat geld in het verbouwen van het kasteel in de in die tijd
in de mode zijnde neo-
In 1903 werden de bezittingen bij publieke verkoop verkocht aan Gerardus van Es.
De familie van Es deed het in 1906 echter alweer van de hand aan de combinatie J.
Plomp, Th. J. Schipperijn en N. Beutener uit Maarssen, die er hun praktijk van hadden
gemaakt grote huizen aan de Vecht op te kopen, het interieur er uit te slopen en
te verkopen en vervolgens de huizen als ruïne achter te laten of te slopen. Gelukkig
kocht in 1907 de Amsterdamse koffiehandelaar Michiel Onnes het kasteel die het voor
1.250.000 gulden liet restaureren en in zijn huidige verschijningsvorm brengen. Van
1907 tot 1911 werd het hoofdgebouw gerestaureerd, waarbij onder andere gebruik werd
gemaakt van antieke onderdelen, zoals schouwen uit de 15e en 16e eeuw en 18e-
In de jaren 1917-
In 1930 kocht de Amsterdamse kunsthandelaar Goudstikker kasteel Nijenrode. Hij liet het tussen 1933 en 1935 geschikt maken als expositieruimte. Hij wilde mensen met onvoldoende financiële middelen om zijn vroeg Italiaanse kunstvoorwerpen te kunnen kopen, toch kennis laten maken met de collectie schilderijen en beelden. In een ander deel van het kasteel werden de beroemde feesten gehouden voor een keur aan regeringsfunctionarissen, zakenlui, diplomaten en politici. Goudstikker kwam om in 1940, waarna de kunsthandel overging op de Duitser Alois Miedl, die o.a. veel kunst leverde aan Joseph Göring.
In 1950 verkocht mevrouw Goudstikker-

Plattegrond Nijenrode
Schaalmodel 1:25 in Madurodam

