

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Moersbergen
Moersbergselaan
3941 BW Doorn
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 1' 38.06" N 5° 19' 12.12" E |

Kasteel Moersbergen aan de Moersbergselaan te Doorn gelegen, stamt uit de 15e eeuw.
Landgoed Moersbergen ligt op de scheiding van Heuvelrug en Kromme Rijngebied. De
naam is hier waarschijnlijk van afgeleid: het vroegere moerassige gebied van de Rijn
en de berg van de Heuvelrug. De eerste vermelding dateert uit 1435 toen Steven van
Sleen met het kasteel beleend werd. Door het huwelijk van een van zijn dochters,
Lysbeth Stevensdr. van Sleen, met Dirck van Waell, kwam het kasteel in eigendom van
dit aanzienlijke Utrechtse geslacht dat meermalen burgervaders aan de stad Utrecht
leverde. Na het overlijden in 1457 van Steven, erfde zijn kleinzoon Bertolmeus het
goed. Zijn zoon Dirk II volgde hem als eigenaar op. Dirk II trouwde Clara Zuylen
van Nijevelt en was tussen 1520 en 1530 verschillende keren schepen van Utrecht.
In 1531 was hij al lid van de ridderschap en in 1539 werd zijn kasteel als ridderhofstad
erkend. Hij overleed kinderloos in hun kasteel Ter Coulster in Noord-
Moersbergen vererfde op zijn neef, Bartholomeus, gehuwd met Catharina van Merveld. Hun zoon Adolph van Waell, was de laatste van Waell die op Moersbergen woonde en van 1610 tot 1612 burgemeester van Utrecht. Hij was remonstrant en behoorde tot de staatsgezinde partij, de zogenaamde Loevesteinse Factie. Zijn vlucht naar het stamslot van zijn moeder, Merveld bij Dulmen in het bisdom Munster, baatte hem niet want daar werd hij op last van de Staten Generaal gevangen genomen en via Zutphen naar Den Haag gevoerd. Hem werd gratie verleend op voorwaarde dat hij minstens zes maanden buiten de Republiek in ballingschap zou gaan. Hij vertrok in 1619 naar Holstein. Na zijn terugkeer woonde hij op Moersbergen waar hij in 1636 stierf.
Catharina, de enige dochter van Adolph had zich in 1635 verloofd met Reinier van
Raesfeld, heer van Middachten. Tot een huwelijk kwam het echter niet omdat ze er
vandoor ging met ritmeester Johan Gerard van Oostrum en met hem in Wijk bij Duurstede
in het huwelijk trad. Hierdoor kwam Moersbergen in het bezit van het geslacht Van
Oosterum. Hun kleindochter erfde in 1707 Moersbergen en zij verkocht het aan Cornelis
de Boodt. Diens dochter huwde Johan Daniël d’Ablaing waarna het kasteel bij haar
overlijden overging in handen van deze familie. Rond 1850 was Moersbergen nog steeds
in bezit van dit geslacht, met name van Johan Daniel Cornelis Carel Wilhelm baron
d’Ablaing van Giessenburg. In 1860 werd Moersbergen publiekelijk geveild. Vincent
Matthias d’Ablaing, zoon van e baron Johan, en zijn vermogen in Indië gemaakt, kocht
gedeelten van de bezittingen op, die bij zijn dood vererfden op neef Frank Rudolf
Matthias d’Ablaing. Door zijn slechte financiële situatie verhuurde Frank in eerste
instantie het kasteel aan Mathilde en Anna Catherina Luden, maar moest het in 1897
toch bij openbare veiling verkopen. Bij deze veiling werd het goed wederom gesplitst.
Een gedeelte van de grond en het kasteel werd gekocht door Anna Catherina Luden,
die vanwege haar ziekte niet wenste te verhuizen. De rest van de grond kwam in verscheidene
handen. Haar neef Jan A. W. van Luden kocht het goed naar haar dood aan en wist door
aankoop van andere gronden het landgoed te vergroten. Het kasteel verhuurde hij aan
de directeur van de Amstelbrouwerij, Bicker. Ook gaf hij het daarna in gebruik aan
mr. dr. A. Baron Schimmelpenninck van de Oye. In 1926 liet Jan het kasteel restaureren
en terugbrengen in “hollandsche-

