Kasteel Hoepertingen was ooit een versterkte middeleeuwse burcht. De oudste vermelding
over deze leenheerlijkheid gaat terug tot 1150. In de 17de en de 18de eeuw werd het
kasteel verbouwd tot een prachtig adellijk herenhuis op het platteland. Hiervan zijn
nog historische sporen bewaard zoals: de kasteelhal, de kardinaalszaal en de huiskapel.
Van 1930 tot 1985 werd de kasteelhoeve weer verbouwd, ditmaal tot meisjesinternaat
met de naam Sint-Maria Instituut. Nog steeds wordt een deel van het kasteel bewoond
door Zusters Annuntiaten van Heverlee.
Na een grondige modernisering in 1987 veranderde niet alleen de naam van Sint-Maria
Instituut in Kasteel Mariagaarde, maar ook de functie. Kasteel Mariagaarde biedt
momenteel mogelijkheden voor: vorming, bezinning, streekverkenning, kunstbeoefening
en cultuurtoerisme. Door de historische verbondenheid met dorp en streek, door zijn
historische architectuur, door een veelzijdig gamma van hedendaagse initiatieven
en door de eenvoudige maar verzorgde huisstijl is Kasteel Mariagaarde een uniek bezinnings-
en cursushuis.
De buitenkant van het kasteel
Vier verschillende bouwfasen bepalen het huidige binnen- en buitenzicht van Kasteel
Hoepertingen of het huidige Kasteel Mariagaarde. Van de 17de eeuwse waterburcht zijn
vooral de slotgrachten, de ronde en geblokte torens, de noordervleugel en het poortgebouw
van het gesloten hoevecomplex bewaard. De verbouwing van het waterkasteel in 1763
tot een classicistisch buitenhuis in Franse stijl domineert nog steeds het buitenzicht
en het interieur van het kasteel zelf. Door verbouwingen, afbraak en nieuwbouw in
de periode van 1937 tot 1961 maakte het specifieke karakter van de kasteelhoeve plaats
voor schoolgebouwen. In 1987 volgde een grondige verbouwing van het internaat tot
een cultureel verblijfscentrum voor volwassenen met de nieuwe naam Kasteel Mariagaarde.
Het interieur van het kasteel
De kasteelhal als centrale ontvangsthal
De Italiaanse stucwerkmotieven van de kasteelhal of 'de blauwe salon', gevat in paneellijstwerk,
vertonen een iconografie verwijzend naar het landleven: de Vier Jaargetijden. Ze
worden uitgebeeld door middel van trofeeën die aan linten, strikken en bloemslingers
zijn opgehangen.
De Kardinaalszaal is een receptiesalon. In het Lodewijk XV-stucwerk van de schoorsteen
werd het wapen van Jean Gaulthier de Sluse, broer van de eigenaar, afgebeeld onder
een kardinaalshoed met kwasten. Dit gebeurde wellicht als herinnering aan deze kardinaal,
die in 1687 overleed. Op de schouw hangt een stilleven, geschilderd in 1763 door
Martin Aubé. De driedelige steektrap in de noordvleugel vertrekt vanaf een hardstenen
bloktrede en bezit een trappaal, gesculpeerd tot twee rocaillevoluten met bloemen.
In een muurkast met fraai houtsnijwerk op de deuren is de oude kasteelkapel bewaard.
Op het antependium is in tromp l’oeil een marmeren altaar geschilderd. De moderne
kloosterkapel, die anno 1990 door architect Jan Martens in het kasteelinterieur werd
ingericht, is een sacrale oase van rust, van ruimte en licht. In het verblijfscentrum
is een kleine ronde stille ruimte ingericht als gastenkapel..