

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteelruïne Lichtenberg
Lichtenbergweg 2
6212 NG Maastricht
Provincie Limburg

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
50° 49' 22.17" N 5° 41' 40.45" E |

De ruïne van de hoogteburcht Lichtenberg bevindt zich langs de Maas, op de oostzijde van de Sint Pietersberg, iets ten zuiden van Maastricht. De overgebleven vierkante toren is opgenomen in een kasteelhoeve. De oorspronkelijk naam was Luchtenborg wat zoveel betekent als “hooggelegen kasteel”. De Latijnse naam “Mons Lucis” werd ook wel gebezigd.Over de naam doen twee mythes de ronde. Volgens de een zou het een Romeins lichtbaken langs de Maas zijn geweest, volgens de tweede zou een roofridder Lichtenberg bewoond hebben die voorbij reizende kooplieden “verlichtte” van hun koopwaar. Kasteel lichtenberg werd waarschijnlijk rond 1212 gesticht door de Luikse Bisschop Hugo van Pierrepont, vermoedelijk ter bescherming van de Luikse bezittingen rond Maastricht tegen de hertog van Brabant. Hiervoor gebruikte hij de 10e eeuwse fundamenten van een vroegere donjon en daarmee is de uit vuursteenblokken en kolenzandsteen bestaande onderbouw van de ruïne, een van de oudste nog zichtbare kasteelrestanten van ons land. In de 12e en 15e eeuw werd de toren verhoogd.
De eerste vermelding van het kasteel zelf, stamt uit 1267 toen de weduwe van ridder Lichtenberg, Syba van Tricht, een aantal goederen overmaakte aan haar drie telgen. Haar zoon ridder Hendrik van Lichtenberg werd de nieuwe kasteelheer. Het kasteel bleef in bezit van de Lichtenbergs tot circa 1400 toen Jan van Happart uit Wyck en vervolgens in 1410 de Maastrichte schepen, Rogier Bock kasteelheer werden. De kleindochter van Rogier Bock, Aleidis, huwde in 1439 met Jan van Eynatten, heer van Neubourg, waardoor het kasteel in bezit kwam van het geslacht Eynatten. Deze familie zorgde voor herstel van de schade die het kasteel had opgelopen tijdens gevechtshandelingen van 1408 tussen enerzijds Jan van Beieren en anderzijds de Luikse rebellen. Tevens liet de familie de oorspronkelijke toren verhogen en een aantal vleugels rond de binnenplaats bijbouwen.
In 1568, tijdens de Tachtig jarige oorlog, gebruikten Spaanse troepen het kasteel als hoofdkwartier bij de belegering van Maastricht. Tegen het einde van die oorlog in 1632, streek de Staatse bevelhebber Pinssen van der Aa er neer.
In 1659 trad Maria Florentina van Eynatten in het huwelijk met baron Wolfgang van Schaesberg, waardoor het domein in handen kwam van het geslacht Schaesberg, die het tot eind 18e eeuw in bezit hielden. Ook zij kregen te maken met verwoestingen. Tot tweemaal toe werd het kasteel in brand gestoken. Beide keren door Franse troepen van Lodewijk XIV. De eerste keer in 1672 en de tweede maal in 1747. Daarna raakte het in verval.
Het door de Franse geconfisqueerde kasteel werd in 1809 aan de Maastrichtse burgemeester Christiaan Coenegracht verkocht. Zijn kleindochter Maria Christina Sara en haar echtgenoot Hubertus Theodorus Laurentius Straetman lieten de gesloten hoeve bouwen. Het poortgebouw met geknikt schilddak en stallen dateren van 1816.
In 1904 werd de ruïnetoren voorzien van een trap en platform zodat hij dienst kon doen als belvédère, een uitzichttoren. In 1985 werd de ruïne geconsolideerd en de bijgebouwen gerestaureerd.
In 1922 kocht de “NV Eerste Nederlandse Cement Industrie”, de ENCI, de ruïne aan. Dit bedrijf dat de Sint Pietersberg afgraaft vanwege de mergel, grondstof bij de productie van cement, had in 1939 sloopplannen voor de ruïne. Dit kon worden verhinderd en nu is het complex eigendom van de stichting Natuurmonumenten.

