

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012





|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 9' 32.27" N 4° 29' 33.56" E |
De Leidse Burcht is een prachtig voorbeeld van een van de oudste verdedigingsvormen
in Nederland: het mottekasteel. Het is gebouwd op een kunstmatige heuvel. De grond
die men voor de ophoging gebruikte kwam uit de, om de heuvel gegraven ringgracht.
Zo bereikte de heuvel een hoogte van 12 meter boven N.A.P en circa 9 meter boven
het omliggende maaiveld. Op de motte werd aanvankelijk een houten versterking gebouwd
die rond 1150 werd vervangen door een stenen ringmuur met kantelen, zoals wij die
nu nog kunnen zien. De diameter van deze ringmuur varieert van 34,5 meter tot 36,2
meter . Het muurwerk van deze ringmuur is opgetrokken uit vulmuren . Dat wil zeggen,
dat er een binnenmuur en een buitenmuur werd gemetseld en de ruimte tussen deze twee
muren opgevuld werd met brokken tuf-
De Leidse versterking werd door de graven van Holland aangelegd op het punt waar de Oude en de Nieuwe Rijn, de twee Rijnarmen die Leiden doorkruisen, samen kwamen. Zeker is dat er al in 1203 een versterking in tufsteen stond helaas in de loop der eeuwen bij de vele herstelwerkzaamheden vervangen door bakstenen. De burcht werd in leen gegeven aan de burggraaf, de vertegenwoordiger van de graven van Holland. Vanaf 1202 komt de naam van burggraaf Jacob en de burcht Leiden voor in documenten over de strijd om de macht in het graafschap Holland. De heerschappij werd betwist door Ada, de dochter van graaf Dirk VII die net was overleden en diens broer Willem. De aanhangers van oom Willem wisten het aanvankelijke succes van Ada bij de burcht van Leiden te keren en namen haar gevangen. Haar echtgenoot graaf Lodewijk van Loon veroverde in 1204 de burcht weer en verdreef Willems manschappen.
Daarna hebben diverse burggraven in de burcht hun residentie gehad. Ze hadden veel macht in Leiden. Maar in 1420 kwam daar een einde aan, na een belegering door een Kabeljauws leger van hertog Jan van Beieren tijdens de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. De toenmalige burggraaf Filips van Wassenaar moest capituleren. Alle rechten werden hem ontnomen en het burggraafschap werd een lege titel.
In de 17e eeuw was de burcht nog steeds leengoed van de burggraven. In 1650 verkocht
de laatste burggraaf Claude-
Uiteindelijk werd het burchtterrein meer een meer stadspark. Het terrein is nu toegankelijk via een fraai smeedijzeren hek. Het hek van Pieter Post van rond 1660, is versierd met een aantal wapens van Leidense burgemeesters en het stadswapen en staat tussen twee stenen pijlers uit de 16e eeuw die in 1653 van de Visbrug naar de burcht verplaatst zijn. In die tijd werd aan de voet van de motte ook het herenlogement en koetshuis gebouwd. De slingerpaden langs de heuvel dateren uit de 19e eeuw. Een hoge trap voert naar de burcht zelf.
Voor de restauratie van 1964 lag het loopvlak van de burcht op gelijke hoogte met de onderkant van de schietgaten. Het oorspronkelijke middeleeuwse loopvlak lag 80 cm lager. Deze laag heeft men bij die restauratie afgegraven, maar om de twee beuken en de iep op de binnenplaats te sparen, moest de ophoging rond de bomen blijven liggen, met als gevolg dat de bomen nu op een heuveltje staan. Verder zijn er nog een waterput en een privaat te zien. Van de vroegere vierkante toren zijn de muren zover opgemetseld dat de contouren duidelijk zijn.


