Het kasteel is gesitueerd aan de Oude IJssel in Laag-Keppel en heeft een lange, veelbewogen
geschiedenis. Al in 1182 is er sprake van heren van Keppel, namelijk ene Wouter,
heer van Keppel. Maar de eerste met die met de naam “van Keppel” in archiefstukken
voorkomt, is in 1272 Therodoricus van Keppel. De laatste van dit geslacht was Wolter,
gehuwd met Jutta van der Slusse. Uit dit huwelijk werden acht dochters geboren echter
geen zonen zodat dochter Beatrix na het overlijden van haar vader in 1330 erfgename
werd. Zij trouwde met Roderick van Voorst. Met het overlijden van hun achterkleinzoon
Sweder in 1401 stierf ook het geslacht van Voorst uit. Sweders zus Johanna erfde
zijn bezittingen. Zij trad in het huwelijk met Otto van Polanen. Ook het tijdperk
Polananen was geen lang leven beschoren, daar hun enige zoon kinderloos overleed
in 1432. Hij liet zijn bezittingen na aan zijn zus Cunigunda die getrouwd was met
Frederick van Heeckeren-Rechteren. Door de veelvuldige oorlogen van de hertogen
van Gelre kreeg het kasteel Keppel nogal wat te verduren. In 1510 liep het enorme
schade op nadat de Utrechtenaren het in brand hadden gestoken. Frederick van Rechteren,
de toenmalige kasteelheer, verongelukte tijdens herstelwerkzaamheden toen hij van
de steigers viel. Zijn dochtertje Elisabeth werd kort na zijn dodelijke val geboren.
Zij werd op last van hertog Karel van Gelre uitgehuwelijkt met zijn gunsteling Johan
van Pallandt, waardoor het strategisch gelegen kasteel in bezit kwam van dit geslacht,
tot het kasteel na de Tweede Wereldoorlog ondergebracht werd in de Pallandt van Keppel
Stichting. Huis en tuin zijn op schriftelijke aanvraag bij het Rentmeesterskantoor
Van Lynden BV te bezichtigen.
Het gebouw is een product van vele eeuwen. Van de donjon, die omstreeks 1300 gebouwd
moet zijn, zijn resten te vinden in de toren rechts van de ingang, waar iets later
een poortgebouw verrees. Nog in dezelfde eeuw werd de IJsselvleugel opgetrokken.
In de tweede helft van de 15e eeuw werden de zaalvleugel en de oostelijke hoektoren
gebouwd. Hiermede werd de huidige omvang vastgesteld. De verwoesting van 1582 door
Staatse troepen was catastrofaal en vanaf 1609 werd het kasteel grotendeels herbouwd
door de bouwmeester Willem van Bommelen met gebruikmaking van veel oud muurwerk.
In 1750 en 1850 volgden toevoegingen, waardoor de binnenplaats geheel omsloten werd.