

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Heeswijk
Kasteel 4
5473 VA Heeswijk
Provincie Brabant

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 39' 21.32" N 5° 26' 28.26" E |

Het huidige kasteel Heeswijk gelegen aan de rivier de Aa ten noordwesten van het gelijknamige dorp dateert uit het begin van de 15e eeuw, maar heeft wel een voorganger gehad. In schriftelijke bronnen van 1156 wordt graaf Almericus van Heeswijk vermeld als eerste kasteelbewoner. Dit eerste kasteel was een zogenaamde motteburcht. Het bestond waarschijnlijk uit een toren opgetrokken uit tufsteen en hout en gebouwd op een omgrachte kunstmatige ronde heuvel. Via het huwelijk van de erfdochter van Heeswijk met de Gelderse edelman Walraven van Benthem, kwam het complex in handen van de familie van Benthem. Aan de zuidwest zijde van de motte verschenen toen een ronde toren en een vierkant poortgebouw. Het kasteel doorstond diverse belegeringen in 1371, 1372 en 1398.
In 1360 kocht schepen van ‘s Hertogenbosch, Willem van der Aa het kasteel en startte een bouwplan voor een groot vierkant kasteel. Er verschenen een ringmuur en op de noordwesthoek een grote arkeltoren en een woonvleugel van twee verdiepingen.Rond 1400 werd ridder Hendrik van de Lecke eigenaar van het kasteel. Zijn dochter Johanna van de Lecke voltooide vermoedelijk in1450 het bouwplan. In 1499 kocht Cornelis De Glymes, heer van Zevenbergen, de heerlijkheid Heeswijk en Dinther dat zich relatief vroeg ontwikkeld had tot een representatieve woonresidentie, maar met behoud van defensieve kwaliteiten. Het weerstond in 1518 een aanval van de Gelderse Maarten van Rossum. Ook pogingen van prins Maurits in 1601 en 1603 om het kasteel in te nemen hadden geen succes. Het lukte echter zijn halfbroer, prins Frederik Hendrik, de “stedendwinger” in 1629 wel het kasteel in handen te krijgen. De eerste protestantse bezitter van het kasteel werd Mathijs van Asperen in 1649. Er vond wederom een grote verbouwing plaats waarbij het zijn defensief uiterlijk verloor. In de deze periode bereikte het kasteel ook zijn grootste omvang. Door grote schulden moest van Asperen het kasteel, dat in 1672 gehavend werd door het verblijf van de zonnekoning Lodewijk XIV tijdens zijn strijd tegen de Republiek, van de hand doen en het goed ging over naar de schepenfamilie Van der Hoeven. Ook Pichegru, generaal van de Franse Revolutie onder leiding van Napoleon, gebruikte het kasteel in de 18e eeuw als hoofdkwartier.
In 1835 kocht André baron van den Bogaerde van Terbrugge het kasteel en landerijen voor 72.500 gulden. Met zijn vrouw Eugenie Papejans van Morchover en hun kinderen Amedeus, Louis en Alberic ging hij het kasteel bewonen. Hij was een groot verzamelaar van kunst en oudheden. Na zijn dood in 1855 bleef Louis op Heeswijk wonen. Alberic huisde op kasteel Nemelaer te Haaren dat ook in hun bezit was. De oudste zoon Amadeus werd uitgekocht. Hij had grote schulden. Beide broers, Alberic en Louis breidden de collectie van hun vader enorm uit. Om de collectie te kunnen herbergen werden allerlei wijzingen en uitbreidingen aan het kasteel aangebracht, waarvoor ze architect Snickers als huisarchitect in de arm namen. Na het overlijden van Louis in 1890 bewoonde Alberic met zijn dienstbode en geliefde Jacoba Janssen Heeswijk. Vijf jaar later bij zijn overlijden bleek hij een bijzondere bepaling in zijn testament opgenomen te hebben. Omdat hij wilde dat de vergaarde kunstcollectie en het landgoed van 1400 ha met zo’n 75 boerderijen in tact zou blijven, had hij bepaald dat tot 1963 wanneer de jongste erfgenaam, zijn 12 jarige achterneef Jonkheer Otto van den Bogaerde van Terbrugge de tachtig jarige leeftijd had bereikt, niets verkocht mocht worden en het kasteel niet bewoond mocht worden.De erfgenamen vochten het testament aan. De rechtbank van ’s Hertogenbosch bepaalde dat de inventaris wel verkocht mocht worden. De bepaling dat het kasteel niet bewoond mocht worden bleef tot 1963 echter gehandhaafd. Een groot deel van de collectie werd bij diverse veilingen verkocht. In 1949 vestigde zich een erfgenaam in het koetshuis van het kasteel wiens weduwe, douairière Albertine van den Bogaerde van Terbrugge, baronesse van Heeckeren van Kell, het kasteel in 1976 onderbracht in de stichting “Kasteel Heeswijk”. Na de diverse restauraties werd in 2000 de hoofdburcht weer opgesteld voor het publiek en kreeg het kasteel zijn museale functie terug. Intussen zijn ook de voorburcht met poortgebouw, het koetshuis, de ijzertoren en de wapenzaal gerestaureerd.

plattegrond Heeswijk

Hiernaast enige afbeeldingen van de ridderzaalbibliotheek, de wittesalon en de keuken van kasteel Heeswijk

