

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Gunterstein
Laan van Gunterstein 1
3621 VA Breukelen
Provincie Utrecht
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
52° 10' 20.04" N 5° 0' 21.33" E |

Het huidige kasteel Gunterstein, gelegen aan de Vecht bij Breukelen heeft twee voorgangers gehad. Het eerste Gunterstein werd rond 1300 gebouwd door Gijsbert Gunter uit het gelijknamige geslacht Gunter wiens wapen, drie gouden lelies op een veld van keel (rood) nog te zien is aan de naar de Vecht gekeerde achtergevel. Gijsberts kleindochter Petronella werd in 1386 beleend met het kasteel. Daarna kreeg Splinter van Loenersloot het in bezit, wiens erfdochter Elsabee haar man Willem van Isendoorn naar Gelre volgde en het kasteel in 1418 verkocht aan Hugo Bloot. Hugo’s kleindochter Ermgard van Valkendael erfde het goed waarna haar zoon Daniël van Everdingen in 1459 ermee beleend werd. Tot 1500 bleef Gunterstein in het bezit van de Everdingen. Toen kocht Hendrik van Nijenrode het kasteel. In de oorlog tussen de hertog van Gelre en Maximiliaan van Oostenrijk, was Hendrik op de hand van de Habsburgers. Hoewel het kasteel gelegen was op Stichts grondgebied in Utrecht was het een leengoed van de graaf van Holland. De bisschop kon dus niet rekenen op Gunterstein als steunpunt in de grensconflicten met de graaf van Holland en hij veroverde het kasteel in 1511 en liet het afbreken waarbij de stenen werden gebruikt voor het herstel van een stadsmuur in de domstad.
Gijsbrecht van Nijenrode volgde zijn vader in 1518 op en herbouwde vermoedelijk Gunterstein, dat in 1539 als ridderhofstad erkend werd. Dit tweede Gunterstein kwam in 1611 Van landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt. Zijn bezittingen werden in beslag genomen na zijn veroordeling en terechtstelling in 1619. Het kasteel kende daarna nog enige eigenaren maar werd 1673 door de Fransen verwoest.
De ruïne werd in 1680 gekocht door de 48 jarige Amsterdamse koopmansweduwe Magdalena Poulle, die hetzelfde jaar begon met de bouw van Gunterstein drie, in de stijl van de toen moderne buitenhuizen,vermoedelijk naar het ontwerp van de Amsterdamse architect Dortsman. Bij testament liet zij bepalen dat het stamhuis en de landerijen als geheel diende voort te bestaan waaraan door opeenvolgende erfgenamen gehoor is gegeven. Het is nadien nooit meer verkocht. Haar neefje Pieter Poulle , die op drie jarige leeftijd de eerste steen had gelegd, waarvan een marmeren plaquette onder de waterspiegel van de noordoostelijke hoek nog getuige is, erfde het kasteel maar stierf op zeven jarige leeftijd waardoor zijn vader in Pieters rechten trad. Daarna erfde Marie de Bordes in 1712 het kasteel. Zij was gehuwd met Ferdinand Collen, hoofdschout en later burgemeester van Amsterdam. De laatste telg uit deze familie trouwde in 1844 de Amsterdamse koopman Daniel Willink. Door vererving kwam het goed in 1935 in het bezit van de familie Quarles van Ufford, die het in 1952 onderbracht in de stichting Ridderhofstad Gunsterstein. In 1987 werd een grondige restauratie uitgevoerd.
Het huidige classicistische gebouw heeft een vierkante plattegrond, telt 2 verdiepingen, heeft een kelder en een zolder die wordt bekroond door een holle schoorsteen met in vier nissen vier gebeeldhouwde vrouwenbeelden die de vier jaargetijden symboliseren. De winter is van massief teakhout, de zomer en lente zijn hol en van terracotta en herfst is weer van hout, maar dan van massief grenen.
Achter de oostelijke voorgevel, bevindt zich achter de ingangsdeur die geflankeerd
wordt door dorische zuilen en een balkon draagt, een gang die het hoofdgebouw in
drie traveeën verdeelt en op alle verdiepingen is doorgevoerd. De ingangspartij bevindt
zich aan de haute-
Het wapen boven de ingang aan de oostzijde is dat van de familie Poulle. Een vaste stenen brug verbindt het hoofdgebouw met twee bouwhuizen op het voorplein, waarvan het zuidelijke tot 1955 als oranjerie diende, daarna als woning van de kasteelheer.

