Genoels-Elderen is de kleinste deelgemeente van Riemst. Oorspronkelijk lag de nederzetting
aan de Romeinse heirbanen Tongeren-Keulen en Tongeren-Nijmegen. De naam Genoels zou
ontleend zijn aan haar eerste heer, Godenoel van Elderen, die leefde van 1265 tot
1305. Als landbouwdorp staat Genoels-Elderen vooral bekend voor zijn fruitteelt.
Het kasteel van Elderen werd in 1859 classicistisch verbouwd door graaf de Borchgrave.
Vòòr het kasteel ligt een Franse tuin met vijver. Rechts staat een monumentale kasteelhoeve.
Het éérste kasteel van Genoelselderen werd gebouwd in de 13de eeuw, in opdracht van
Godenoel van Elderen, maar in 1407 door de Tongenaren platgebrand. In de 18de eeuw
werd een tweede versie door de Fransen vernield.
Het huidige classicistische bouwwerk werd in 1859 heropgebouwd door graaf de Borchgrave.
Het U-vormige complex bezit een centrale gang met driehoekig fronton en een dakbedekking
in Ardense leisteen. Langs de zijde van de dreef is het kasteel ommuurd. De Fanse
tuin, met 18de-eeuwse bomenrij in kathedraalvorm, is geïnspireerd door die van Versailles.
Ook hier liggen een vijver en opgaande terrassen op één lijn voor het kasteel. Aan
de rechterkant staat een grote Haspengouwse vierkantshoeve. Daarvan is de oorspronkelijke
massale inrijpoort dichtgemetseld en vervangen door een poort in de schuur. Zowel
hoeve als kasteel zijn wit geverfd.
Achter het kasteel ligt het Kiezelingenbos, over een oppervlakte van 4ha. Het verbergt
een Romeinse tumulus, waarschijnlijk uit de eerste eeuw. Aan de voorzijde van het
kasteel ligt het Grootbos. Daar bevinden zich, behalve de Sint-Jozefskapel, ook de
zogenaamde 'Kelderkes'; twaalf gemetselde bronnen die vroeger door middel van loden
buizen met de kasteelvijver verbonden waren en door het hoogteverschil het water
in de fonteinen meters omhoog stuwden.