Floris V 

is geboren in Leiden in juli 1254. Op tweejarige leeftijd wordt hij graaf van Holland en Zeeland. Zijn vader, de Rooms-koning Willem ll, is een half jaar daarvoor vermoord. Op twaalfjarige leeftijd, in 1266, wordt de jonge Floris officieel meerderjarig verklaard.

Floris V is intelligent en charismatisch. Hij bedwingt acht jaar later, op twintigjarige leeftijd in 1274, een grote opstand van de Kennemerlanders (het gebied rond Haarlem en Alkmaar) en de Waterlanders (ten noorden van Amsterdam). Hij verjaagt Avesnes uit Holland in de herfst van 1277 en met grote leningen houdt hij de bisschoppen van Utrecht in zijn macht. Hij ontvangt het Nedersticht in pand in 1279 en maakt belangrijke gebieden als Woerden, Amstelland en het Gooi tot lenen van Holland.

Zijn schuld aan de hertog van Brabant voor het Brabantse deel van Zuid-Holland is in 1283 helemaal afgelost. Floris krijgt het land in ruil voor steun in het streven van de hertog naar meer macht in Limburg. Floris heeft zijn handen vol aan de Westfriezen. Pas in 1289 verslaat hij ze definitief. Floris beheerst nu het gehele huidige Noord-Holland inclusief Texel.

De strijd tegen Vlaanderen
Floris V raakt ook steeds met zijn schoonvader, de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre, slaags. Ze vechten een felle strijd om Zeeland.

Floris verslaat z'n schoonvader uiteindelijk bij Baarland in 1295. Hij laat zich nadrukkelijk "graaf van Holland, Zeeland en heer van Friesland" noemen vanaf 17 maart 1291.

Zijn politiek is op Engeland gericht. Zijn aanspraken op de in 1290 vacant geworden Schotse koningstroon laat hij afkopen. Maar in 1296 gooit hij het roer om en verbindt zich met Frankrijk. Ontevreden edelen smeden een complot en hij wordt gevangen genomen. Hulp van Hollandse boeren komt te laat. Floris V wordt vermoord bij Muiderberg op 27 juli 1296. Aanvankelijk is hij begraven in Alkmaar in de Grote Kerk, later wordt hij herbegraven in Rijnsburg.

Graaf Floris V slaagt er in het oproer in het noorderkwartier van het Sticht te bezweren. Het verdrag met de machthebbers in Utrecht, de ambachtsgilden en de boeren van de Amstel- en de Vechtstreek, behelst echter niet meer dan een voorlopige wapenstilstand. Floris zal tegenover hen een neutrale houding innemen. Van een eventueel terugkeer van Jan van Nassau, die naar Deventer is gevlucht, is nog geen sprake. De Kennemers die aan de basis van de onrust hebben gestaan, hebben van de graaf een landrecht gekregen.

Na de Kennemers in 1274 onderwerpt graaf Floris V nu ook eindelijk de van oudsher weerbarstige Westfriezen. Hij heeft verschillende "capitulatieverdragen" met hen gesloten, die na alles wat er gebeurt opvallen door hun verzoenende karakter.

Van enige tegemoetkoming van de zijde van Floris is bij zijn aantreden echter geen sprake. Hij wil wraak nemen op de Westfriezen, die in 1256 bij het dorp Hoogwoud zijn vader, Rooms-koning Willem II, hebben vermoord. Aanvankelijk is hij weinig succesvol. In 1272 loopt een veldtocht tegen de Westfriezen uit op een fiasco. Floris onderneemt in 1282 weer een poging hen definitief aan zijn gezag te onderwerpen.

Met steun van de graven Reinald van Gelre en Dirk VIII van Kleef zegeviert hij bij hetzelfde plaatsje waar zijn vader 26 jaar eerder zo smadelijk de dood vond. Een van de overwonnen Friezen, die de moord destijds meemaakte, wordt op straffe van de dood gedwongen het al die jaren angstvallig geheimgehouden graf aan te wijzen. Floris graaft de stoffelijke resten van zijn vader op, die zich onder een woonhuis bevinden, laat ze wassen en in een nieuwe kist leggen waarna ze in de abdij van Middelburg een waardige laatste rustplaats krijgen.

Om elke opstand in de kiem te smoren bouwt Floris dwangburchten. Grote opstanden blijven nu uit. Hardnekkige verzetshaarden, zoals die te Wieringen in 1284, worden opgeruimd. Bovendien speelt de watersnood die in de winter van 1287 - 1288 het hele graafschap teistert, Floris in de kaart. Hij geeft zijn opperbevelhebber Dirk van Brederode onmiddellijk bevel West-Friesland binnen te varen en de door het water ge´soleerde dorpen te onderwerpen. De Friezen, die door deze plotselinge actie verrast worden, geven hun tegenstand op en sluiten de capitulatieverdragen.

Vllak bij zijn kasteel, het Muidenslot wordt graaf Floris V, vastgebonden op zijn paard, met zwaardslagen om het leven gebracht. Boeren die met zeisen en hooivorken oprukken om hun heer te bevrijden, komen te laat.

Floris V bestuurt zijn graafschap dertig jaar lang. Nadat zijn vader Willem II tijdens de strijd tegen de Westfriezen is gesneuveld, wordt Floris al op tweejarige leeftijd graaf. Het bewind wordt eerst door voogden waargenomen, eerst door zijn oom Floris, bijgenaamd "De Voogd" en na diens dood in 1258 door zijn tante Aleid. Ten slotte staat graaf Otto II van Gelre aan het roer. In 1266 wordt Floris meerderjarig en neemt hij zelf het bewind in handen.

Floris streeft naar uitbreiding van de grenzen van zijn graafschap. In 1272 onderneemt hij een strafexpeditie tegen de Westfriezen, bedoeld om zijn vader te wreken. Maar de onderneming mislukt. WÚl lukt het hem in 1279 de Vechtstreek in handen te krijgen. De edelen aldaar, zoals Gijsbrecht IV van Amstel, komen daarmee onder bewind van een krachtig, energieke graaf te staan, iets waar zij zich niet makkelijk bij neerleggen.

Genoot Floris bij deze edelen niet veel populariteit, bij de stedelingen, de boeren en in het algemeen ook wel bij de echte Hollandse en Zeeuwse adel is hij zeer gezien. Hij bevordert de handel en doet veel op het gebied van de waterhuishouding. Hij sticht waterschappen en legt dijken aan.

De buitenlandse politiek van Floris wordt hem uiteindelijk fataal. Sinds 1281 onderhoudt Floris nauwe betrekkingen met Eduard, de koning van Engeland. Om deze banden te bestendigen wordt het zoontje van Floris in 1291 naar Engeland gestuurd om daar te blijven tot zijn huwelijk met een van de dochters van Eduard. De koning van Frankrijk ziet deze goede verstandhouding met lede ogen aan en probeert van alles om de gunst van de Hollandse graaf te winnen, zoals hij dat ook doet bij de graaf van Vlaanderen. En met succes, want in 1296 staat Floris plotseling aan de zijde van de Franse koning. Op 9 januari sluit hij in Parijs een verdrag dat voor hem financieel gezien gunstig is en er zijn dan ook stemmen die beweren dat Floris zich heeft laten "huren". De wraakactie van de Engelse koning is niet mals. Hij zou contact hebben gezocht met ontevreden edelen in Holland met het verzoek hun graaf gevangen te nemen en naar Engeland te brengen.

Onder leiding van Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel wordt Floris tijdens de valkenjacht ten noorden van Utrecht gevangengenomen en naar het Muiderslot gevoerd. Vandaar zou hij naar Engeland worden gebracht. De bewoners van het gebied, opgeschrikt door deze gebeurtenissen, willen echter de inscheping van Floris verijdelen en hun graaf bevrijden. Vanuit een hinderlaag overvallen zij het groepje edelen, dat met hun gevangene heimelijk op weg is naar het gereedliggende schip in Muiden. Uit angst en woede maken de edelen een einde aan het leven van de Hollandse graaf.