

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Dussen
Binnen 5
4271 BV Dussen
Provincie Brabant

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 44' 2.14" N 4° 58' 10.64" E |

Kasteel Dussen is een 14e eeuwse vierkante waterburcht aan de oeverwallen van het riviertje “de Dusse”, bestaande uit drie vleugels rond een binnenplein en aan de noordzijde afgesloten met twee zware ronde torens waartussen een poort via een stenen brug toegang geeft tot die binnenplaats. Het kasteel dateert van 1330 toen het nog een houten woontoren van vier verdiepingen op een ommuurd plein was en bewoond door Jan II van der Dussen. De geschiedenis gaat terug tot 1156. Van dat jaar is een akte bekend waarin Jacobus de Dussen voor het eerst vermeld wordt. In 1387 werd de donjon omgebouwd door Arent II van der Dussen tot kasteel. De Elizabethvloed van 1421 ruïneerde het kasteel. De terugkerende bewoners van de streek gebruikten de stenen van de overeind gebleven muren voor de wederopbouw van hun huizen. In 1456 begon Floris I en later zijn zoon Jan V van der Dussen met de wederopbouw van de burcht. De donjon werd niet meer herbouwd, wel kwamen er nieuwe onderdelen zoals de toegangspoort met de flankerende torens. In 1540 na de dood van de kinderloos gebleven Jan VII van der Dussen, de laatste telg van dit geslacht, vererfde het kasteel op zijn zus Cornelia gehuwd met Godfried van Brecht.
Tijdens de Tachtig jarige oorlog werd het wederom beschadigd en gekocht door baron Walraven van Gent heer van Oyen, van de toenmalige eigenaresse, Cornelia’s dochter Anna van Brecht. Hij liet het kasteel herbouwen, de woonvleugels verhogen en een Toscaanse zuilengalerij op de binnenplaats aanbrengen. Deze galerijen liggen twee meter boven de vloer van de binnenplaats. Aan de zijden van de lange vleugels zijn vijf zuiltjes aangebracht. Aan de zuidzijde wordt de galerij door een trap onderbroken, die van het fraai betegelde binnenplein naar de galerij voert. Het jaartal 1609 in de gevelsteen boven de toegangspoort refereert naar deze restauratie. Door financiële perikelen moest de baron in 1628 het kasteel verkopen aan de familie van Axel. Eduard van Axel verhoogde o.a. de twee torens. Door vererving en huwelijken kwam het kasteel in het midden van de 19e eeuw in handen van de Belgische familie d’Ursel. Zij boden het in 1901 als verblijfplaats aan, aan uit Frankrijk verjaagd Carmelitessen. Hierdoor werd Dussen een klooster. Op de zuidoosthoek werd een kapel over de slotgracht uitgebouwd. Deze is later weer verwijderd. Ze vertrokken in 1920, waarna het kasteel enige tijd leegstond. In 1924 kocht de heer Suringar het aan en liet zijn excentrieke zus er wonen. Deze Rolina Suringar liet zich ’s nacht bewaken door zes mannen uit het dorp, die voor dat doel de nacht op de galerij doorbrachten. De Brabantse schrijver Anton Coolen putte uit haar leven inspiratie voor zijn boek “de vrouw met de zes slapers”. In 1935 kocht de gemeente Dussen het kasteel, liet het grondig opknappen en geschikt maken om als gemeentehuis te kunnen dienen. Maar tijdens de tweede wereldoorlog lag het kasteel in de frontlinie en liep door beschietingen flinke averij op. Het kasteel werd wederom gerestaureerd, het duurde deze keer van 1957 tot 1953 voordat het weer als gemeentehuis dienst kon doen. Na de samenvoeging van de gemeentes Dussen en Werkendam bij de herindeling in 1997, heeft het alleen nog maar een representatieve functie.

