

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel de Kelder
Kelderlaan 11
7009 BV Doetinchem
Provincie Gelderland

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 58' 40.27" N 6° 16' 57.87" E |

Hagen heeft een rechthoekige vorm en is ongeveer 17 bij 6 meter groot. Het bestaat uit drie verdiepingen:een kelder, eigenlijk een souterrain, met een gewelfd plafond en daarboven de hoofdverdieping en tenslotte een zolderverdieping. De twee zijgevels zijn zogenaamde trapgegevels. Hagen wordt ook wel "De Kelder" genoemd, ongetwijfeld heeft het gebouw deze bijnaam te danken aan de kelderverdieping.
Over dit goed is vrij weinig bekend en dat geldt vooral voor de oudste geschiedenis. De reden is ondermeer dat het eerst in 1662 door de eigenaren als leen aan de Staten van Gelderland werd opgedragen, zodat oudere gegevens niet in het register zijn na te slaan.Het huis is bekend onder twee namen, en het zal altijd wel de vraag blijven, welke de oudste is. Mogelijk was het huis een der eerste met een kelder in deze omgeving, maar waarschijnlijker is dat de naam afgeleid is van het Angelsaksische woord 'keld', dat bron betekent en een bron behoorde nu eenmaal tot de allereerst levensbehoeften. 'Hagen' kan afgeleid zijn van het Germaanse woord 'hagana', dat bosje of omheining betekent. Een andere mogelijkheid is, dat het goed genoemd is naar het Doetinchemse geslacht Van Haegen. Leden van dat geslacht worden vanaf 1484 meermalen genoemd en het kan heel goed mogelijk zijn dat zij hier hebben gewoond, maar zekerheid is er niet.
De oudste met zekerheid bekende eigenares van het goed is Margaretha van Eversdijck, vrouwe van Haegen, die in het huwelijk trad met Frederick van Voorst. Hagen vererfde op hun zoon Antonie van Voorst, die in 1603 huwde met Maria Margaretha Schenck van Nideggen, uit welk huwelijk een zoon en twee dochters geboren werden. Zoon Antonie erfde Hagen. Hij overleed echter ongehuwd in 1636, zodat Hagen op zijn beide zusters vererfde. Frederica verkocht in 1651 haar aandeel in het bezit aan Henrick Boshoff, die later van de erfgenamen van Anna Margaretha de andere helft kocht. Hendrik Boshoff was gehuwd met Margaretha van Leefdael. Enige dagen na de laatste aankoop omstreeks 1660 droegen zij Hagen over aan hun zoon Hendrik Jan, terwijl zij in 1661 Suideras op naam van hun zoon Coenraet Jacob lieten zetten. Beiden moesten echter uit financiële nood hun goederen verkopen en in 1662 kwam havezate Hagen in bezit van Elsabe Margaretha van Baer. Zij droeg Hagen in leen op aan de Staten van Gelderland. Eerst toen was het goed van een allodiaal goed een leen geworden. Daarna kwamen het goed door vererving in diverse handen.
In de eerste helft van de negentiende eeuw kwam Hagen in het bezit van Frederik Willem
Floris Theodorus (tot 1853), toen van Adolf Werner Carel en weer later was het van
Floris, baron van Pallandt. Van 1902-


