alles op rij:
blitterswijck
Straat:         maasweg
Postcode:    
Plaats:         blitterwick
Gemeente:   venray
Provincie:    limburg
Land:           nl
Synoniemen: blitterswijk
Stichtings datum: 14 e eeuw
Huidige functie: ruïne
Typologie: Vierkante of rechthoekige burcht (1275-1550)
Rijksmonumentnummer:
Kadasternummer:
Coördinaten: 51° 38′ 9″ N, 6° 3′ 10″ E

Blitterswijk is een Noord-Limburgs dorpje aan de Maas en bezat eind 16e eeuw een kasteel. Bij het ontstaan van het kastaal bestond het  uit niet veel meer dan een vierkante hoofdburcht van circa 20 meter en een voorhof, een grote open ruimte. Op de voorhof bevonden zich de stallen voor het vee en enkele houten gebouwtjes voor het personeel. Eigenaar van Kasteel Blitterswijk was de familie Van Lynden. De eigenaars zelf woonden niet zelf op het kasteel. Als plaatsvervanger van de kasteelheer trad Johan Copper als rentmeester op. Hij was het hoofd van de huishouding en deed de inkopen voor de keuken, betaalde het personeel en de gehuurde arbeidskrachten, inde pacht en verkocht de op het land verbouwde gewassen. Hij hield een boekhouding bij van al die zaken: de zogenaamde rentmeesterrekeningen Uit de periode 1584 tot mei 1991 zijn nog rekeningen bewaard gebleven. Daaruit blijkt dat het leven op het kasteel in die tijd veel gelijkenis vertoonde met dat van op een boerderij. Op de landerijen rondom het kasteel werd graan en vlas verbouwd, men hield koeien en varkens en teelde fruit in eigen boomgaard. Op het kasteel werd bier gebrouwen en van het vlas maakte men zelf linnen en vervolgens kleding. In die jaren woonden en werkten zo'n 10 mensen op het kasteel. Er was vast werk voor een keukenmaagd, een bouwknecht, een portier, een varkenshoeder en een of meer koemaagden. Daarnaast waren er enkele dienstmeiden die vlas sponnen en weefden, en in de oogsttijd werden dagloners ingehuurd om te helpen oogsten. Veel werk was er ook voor enkele timmerlieden en bouwknechten, die moesten 'graeven ofte spaeden, latten houwen, rijss (takjes) houwen en opbinden, holt (hout) kappen en tymmeren'

Het loon voor al hun werkzaamheden werd grotendeels in natura uitgekeerd. Slechts een enkele keer werd ook een klein geldbedrag betaald. De ambachtslieden uit omringende dorpen die op het kasteel kwamen werken, zoals een smid, schoenmaker of metselaar, kregen meestal wel geld betaald. Johan Copper zelf ontving trouwens ook geen salaris: hij mocht van de kasteelheer bepaalde stukken bouwland voor zichzelf gebruiken en hij kon zoveel turf steken als hij nodig had. Alleen in het gebruik van hout werd hij beperkt: hij mocht per jaar maar twee karren hout voor eigen gebruik (laten) kappen.

In die tijd verbleven ook twee soldaten op het kasteel. Vanaf 1568 was Nederland in opstand tegen de Spaanse koning en er werd ook in Limburg stevig gevochten. In januari 1586 werden de dorpen Blitterswijk en Wanssum door de Spanjaarden veroverd en de inwoners zochten hun toevlucht op het kasteel. Johan Copper vermeldt dat er 29 Wansummers met hun vrouwen en kinderen en de bewoners van 48 Blitterswijkse huizen met al hun vee, 10 weken op het kasteel en de voorhof verbleven. Gratis was dit onderdak voor de bewoners niet: voor elk gezin en elke koe moesten ze Johan betalen.

Beschrijving

Naar wordt aangenomen is het huis vernoemd naar de naam van de heerlijkheid waarvan het deel uit maakte.

Etymologie

In 1944 werd het kasteel verwoest. Resten van een kasteel op voormalig omgracht terrein met rechthoekige grondslag. Het metselwerk in staand verband van de 27 cm lange bakstenen duidt op een 14de-eeuwse oorsprong. In de kelders bevinden zich tongewelven met steekgewelven. De voorhofgebouwen waren al voor WO II verdwenen. Nu rest een braakliggend terrein.

   De ruïne is te vinden aan de Maasweg te Blitterswijck en is vrij toegankelijk.

Status / huidIge toestand

De ruïne van kasteel Blitterswijck (Maasstraat ong.) ligt op een verhoging in de Maasbedding ten oosten van het dorp. Mogelijk dateert het oorspronkelijk omgrachte kasteel uit de 14de eeuw. Na een periode van verval liet Frans van Lynden het in 1670 bewoonbaar maken. In 1806 volgde een verbouwing voor B. baron de Cocq van Haeften en zijn vrouw A.M. baronesse Mackay. Na de verwoesting in 1944 zijn slechts enkele muurresten bewaard zijn gebleven.

Bouwgeschiedenis

Voor zover bekend komt de familienaam Blitterswijck voor het eerst in 1242 voor in de geschriften als ene Willem van Blitterswijck getuige is bij de verkoop van goederen gelegen in Wanssum en Blitterswijck. Deze Willem van Blitterswijck is naar men aanneemt een voorvader van Robbert van Blitterswijck, die in 1330 door de hertog van Brabant met de heerlijkheid, tienden en de jurisdictie van Blitterswijck werd beleend volgens het Cuyckse leenrecht.

Na het overlijden van Robbert van Blitterswijck halverwege de 14e eeuw gaan zijn bezittingen over naar zijn zoon Sijbrecht van Blitterswijck, die in een brief van 14 april 1360 door de schepenen van Blitterswijck "onsen heer" werd genoemd. Vanuit die periode stamt de oudts bekende informatie (een akte uit 1374) met betrekking tot het bestaan van het kasteel Blitterswijck. Wanneer Sijbrecht van Blitterswijck met de heerlijkheid Blitterswijck werd beleend is niet bekend. Nadat in 1400 de Cuyckse lenen onder het beheer kwamen van de hertog van Gelre wordt Arnt van Blitterswijck, de zoon van Sijbrecht van Blitterswijcke vermeld in het leenregister van Gelre als zijnde op 9 februari 1428 met de heerlijkheid en het kasteel Blitterswijck te zijn beleend.

Na het overlijden van Arnt van Blitterswijck blijven heerlijkheid en kasteel tot 1515 door vererving binnen de familie Van Blitterswijck. Als gevolg van een geschil met de hertog van Gelre in de periode tussen 1492 en 1502 werden alle Blitterwijkse goederen verbeurd verklaard. Hoewel het Dirk van Blitterswijck lukte om de relatie weer te herstellen, betekende een en ander dat zijn broer niets van zijn goederen mocht erven en gingen heerlijkheid en kasteel bij het overlijden van Dirk van Blitterswijck in 1515 over naar zijn zus Walburga van Blitterswijck. Middels haar huwelijk met Dirk van Lynden kwamen heerlijkheid en kasteel in handen van de familie Van Lynden, waar het door vererving binnen de familie bleef tot 1788.

Na het overlijden van Willem van Lynden, de laatste mannelijke telg uit de familie Van Lynden, gingen heerlijkheid en kasteel in 1788 over naar zijn neef Barthold baron de Cocq van Haeften om vervolgens via vererving in handen te komen van diens kleinzoon Frederik Willem baron von Hamelberg. Na zijn kinderloos overlijden in 1884, werd het kasteel door de erfgenamen van Frederik Willem baron von Hamelberg verkocht aan het Roermondse echtpaar Oscar Thissen en Anna Ephenia Schmasen.

In 1899 kwam het kasteel via verkoop in het bezit van de Venlose notaris Joseph Servatius Hubertus Brouwers, die het in 1904 weer verkoopt aan Franse kloosterzusters, die het in 1920 weer overdroegen aan de paters van de Afrikaanse Missien van St. Paul. In 1935 werd het tenslotte verkocht aan Alfons Cremers, de laatste eigenaar van het kasteel voor de Tweede Wereldoorlog. In november 1944 werd het kasteel door de terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen en bleef er slechts een ruïne over. Deze ruïne werd in 1964 door de gemeente Meerlo-Wanssum aangekocht.

Bezitsgeschiedenis
Bewoners

 

Beschrijving rijksdienst voor cultureel erfgoed

De afmetingen van het totale kasteelterrein inclusief omgrachting zijnde circa 65x130m, die van de hoofdburcht van circa 65x40m en die van de voorburcht van circa 65x90m zijn ingeschat op basis van de combinatie van de kadastrale minuutkaart gemeente Meerlo, 1811-1832, Limburg, sectie A, blad 03 en Google Earth.

Afmetingen

 

Bowmateriaal

 

Bouwstijl

Datum: 1374

Bron:

Voorzover bekend, wordt het kasteel Blitterswijck voor het eerst vermeld in een akte van 29 januari 1374.

Vroegste vermelding

Op grond van de gebruikte bakstenen wordt ervan uitgegaan, dat het oudste gedeelte van het in 1944 verwoeste kasteel stamt uit het begin van de 14e eeuw. Hoewel bij opgravingen in 1970 op de binnenplaats oudere resten werden ontdekt, was het niet mogelijk om deze nader te duiden. Het uit de 14e eeuw stammende gedeelte bestond uit een met een schildmuur omgeven complex gebouwen met een totale oppervlakte van circa 20x20m en buitenmuren met een dikte van 1,40m. Binnen dit complex stond aan de zuid-oostzijde een zaalgebouw van twee bouwlagen met inwendige afmetingen van 8,56x6,25m met aan de westzijde ervan een kamer van circa 7x5m. Toegang tot het complex was mogelijk via een torengebouw aan de noord-oostzijde met inwendige afmetingen van circa 2,5x2,5m en waarschijnlijk 3 bouwlagen. Aangenomen wordt, dat de toegang tot de toren op hetzelfde verdiepingsniveau was na de verbouwing uit de 19e eeuw. In die periode hadden alle gebouwen een plat dak die waren voorzien van kantelen. Bij latere verbouwingen zijn de gebouwen afgedekt met zadeldaken.

Daar in 1586 een boerensmid een rekening indiende voor het leveren van 'nageln en gehengt', nadat 'die Spaengiarts op de voirhoff gebrocken waren', kan worden afgeleid dat de voorburcht van voor die datum stamde. Verder is op 7 april 1602 met de toenmalige heer van Blitterswijck overeengekomen, dat de dorpelingen van Blitterswijck in geval van nood toevlucht konden zoeken op de voorburcht. Uit een kaart van de heerlijkheid uit 1779 blijkt dat op dat ogenblik zowel het kasteel als de voorburcht zijn omgeven door een dubbele omgrachting, waarbij de voorburcht alleen bereikbaar was middels een brug aan de noordzijde. Het kasteel zelf was vanaf de voorburcht via een brug over de tussengracht bereikbaar. Op het voorhof was een U-vormige bebouwing aanwezig.

Daar de eigenaren van het kasteel in de 16e en 17e regelmatig gedurende lange periode het kasteel niet bewoonden, was het noodzakelijk om na iedere periode van leegstand het kasteel weer bewoonbaar te maken. Dat gold b.v. ook voor Frans van Lynden als hij in 1670 het kasteel Blitterswijck wilde betrekken. Mogelijk dat bij deze werkzaamheden de binnenplaats verder is dichtgebouwd met ruimten in de noord-west hoek van het complex.

De grootste verbouwingen werden uitgevoerd door Barthold baron de Cocq van Haeften, die in 1789 is gestart met het moderniseren van het bestaande kasteel en in 1806 met de bouw van de oostvleugel. Zowel het oorspronkelijk deel van het kasteel als de nieuwe vleugel werd daarbij afgedekt met een rondgaand zadeldak met zakgoot. Door hem werden tevens de op het voorburcht aanwezige gebouwen gesloopt en vervangen door een langgerekt bouwhuis. Verder liet hij de direct rondom het kasteel aanwezige eerste gracht dempen evenals de gracht tussen voorburcht.

Aan het eind van de 19e eeuw werd de omgrachting gedempt. Volgens het kadaster zouden in 1885 diverse verbouwingen in het kasteel hebben plaats gevonden. Niet bekend is echter wat de aard en omvang hiervan zijn geweeest. Na de verkoop van het kasteel in 1904 werd het omgevormd tot een klooster, waarbij weer diverse verbouwingen zijn uitgevoerd. Zo werd in het kasteel een kapel ingericht en werd het bouwhuis gesloopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis zwaar beschadigd en daarna grotendeels gesloopt. Van het kasteel resten alleen nog wat fundamenten met wat opgaand muurwerk en een poortje aan de overzijde van de gracht.

Opmerkingen

•Beterams, P., M.J.A.R. Dittrich et al., Blitterswijck: Noord-Limburgs dorp met een rijke historie, een verzameling van herinneringen aan Blitterswijk in vroeger tijden, s.l. (Afferden), Minoprint, 1981, 371 p.

•Beurden, A.F. van, Dading van Derck van Lynden, heer van Blitterswijck, met Peter van Hegelsums kinderen de anno 1515, Sittard, Overdruk uit Limburgs Jaarboek 1907, 1907, 3 p.

•Beurden, A.F. van, Het Lijffgewins Legerboeck van Swolgen, van het huis Blitterswijck 1600-1637, Sittard, Claessens, Overdruk uit Limburgs Jaarboek 12(1906), p. 34-48, 16 p.

•Beurden, A.F. van, 'Blitterswijck' in: Limburg's Jaarboek, 17(1911), p. 96-106.

•Beurden, A.F. van, 'Een en ander uit de geschiedenis der kasteelheren van Blitterswijck' in: Buiten, 5(1911), p. 275.

•Crassier, Louis baron de, Dictionaire historique du Limbourg néerlandais de la période féodale à nos jours, Maastricht, Van Aelst, opnieuw gepagineerde overdruk uit Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg 1930-1937, p. 303.

•Dreiskämper, P., 'Thonis Ongewassen en Johan Copper: leven op Blitterswijk. Onderzoek naar het personeel en de werkzaamheden op een Limburgs kasteel aan het eind van de 16de eeuw' in: Castellogica III, (1993-1997), p 179-192. OOK in: W. Hupperetz (red), Dagelijks leven op kastelen in Limburg (1350-1600): Verwantschap , begrafenisgebruiken en personeel en werkzaamheden, N.a.v. een studiedag in het Limburgs Museum te Venlo op 10 maart 1995, Venlo, 1996, p. 151-170.

•Escaille, H de L', 'Les fiefs du Haut Quartier de Gueldre 1326-1598 (1 het landt van Kessel: Blitterswijk en Wanssum)' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg, 31(1894), p. 151-152.

•Flokstra, M., Kastelen in het land van Kessel, Horst, z.j. (1991), p. 15-18.

•Flokstra, M., 'Het verdwenen kasteel Blitterswijck' in: Castellogica III, (1993-1997), p. 211-222.

•Flokstra, M., 'Een bijdrage over de heren van Blitterswijck in de veertiende en vijftiende eeuw' in: Castellogica I, (1983-1987), p. 205-216.

•Hupperetz, W., B. Olde Meierink en R. Rommes (red.), Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen (1000-1800), Utrecht, Matrijs, 2006, pp. 115-117.

•Hermans, W., 'Bijdragen over de heerlijkheid Blitterswijck en Wanssum' in: De Maasgouw, 3(1881), p. 426, 434, 442, 446, 469 en 7(1885) p. 110 en 8(1886) p. 47.

•Hoekstra, T.J., 'Voorlopig verslag van het onderzoek naar de geschiedenis van het kasteel te Blitterswijck' in: Fibula, 11(1970)2, p. 24-28.

•Janssen, M.J., 'Blitterswijck (Gemeente Meerlo)' in: De Maasgouw, 17(1895)12, p. 45.

•Janssen, M.J., 'Een gedenksteen op het kasteel te Blitterswijck' in: De Maasgouw, 22(1900)15, p. 61-62.

•Janssen, M.J., 'Geschiedkundige aanteekeningen over de Heeren van Meerlo' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 48(1912), p. 235-281.

•Janssen de Limpens, K.J.Th., Leen- en laathoven in de Maaslandse territoria vóór 1795, (Werken uitgegeven door Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, nr. 6) Maastricht, 1974, p. 164 en 170 (nrs. 936 en 965).

•Jongsma, H. & A. Loosjes, Kasteelen, buitenplaatsen, tuinen en parken van Nederland, 3 delen, Amsterdam, Scheltema & Holkema, 1912-1922, deel 1, p. 34.

•Mialaret, J.H.A., Noord-Limburg, Deel V (provincie Limburg), tweede stuk in De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Den Haag, Staatsdrukkerij, 1937, p. 123-125.

•Olthuis, L., 'Blitterswijk, 21 juli tot 2 augustus' in: Fibula, 10(1969)4 / 5, p. 76-77.

•De Provincie Limburg (2 delen), Deel VII in Voorlopige Lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Den Haag, 1926, p. 311.

•Renaud, J.G.N., 'Mededeling Nieuwsbulletin' in: Bulletin KNOB, 68(1969)9, p. 103.

•Verzijl, J.J.M.H., 'Limburgsche kasteelen: Het kasteel van Blitterswijck' in: De Nedermaas, 15(1937 / 38)1, p. 14-19.

Literatuur verwijzingen
Te bezichtigen: False
Goed te fotograferen: True
Omgeving vrij toegankelijk: True
Goed zichtbaar vanaf openbare weg: True
#http://www.kasteleninnederland.nl/kasteeldetails.php?id=528#kasteel-foto/0/#
Links