Clingendael is eigenlijk geen echt kasteel, maar meer een buitenverblijf, zoals zovele
notabelen in de nabijheid van de stad waar ze werkten, in die tijd wilden hebben.
Het werd gebouwd in de buurt van een hoeve die in de 16e eeuw in bezit was van advocaat
Mr. Vronk Booth, die het in 1591 aan Philips Doubleth verkocht. Zijn zoon, Johan
erfde het landgoed. Johan was tevens ambachtheeer van Sint-Annaland in Zeeland. De
naam van die heerlijkheid werd toegevoegd aan die van Clingendael. En tot op heden
heet het landgoed Sint-Annaland’s Clingendael. Philips II, kocht het landgoed van
zijn broer, brak de boerderij af en bouwde er een landhuis. Hij liet tevens de tuinen,
geïnspireerd door de Franse classicistische tuinen, aanleggen. Kenmerkend voor die
tuinen waren veel buxuhagen en symmetrische patronen. Waarschijnlijk zal ook de nabij
gelegen buitenplaats Hofwijck, van de bekende Constantijn Huygens als voorbeeld gediend
hebben. In 1727 werd de familie Slicher eigenaar van het buiten. Deze deed het in
1790 al vaan de hand aan Willem Joseph van Brienen, burgermeester van Amsterdam in
de Franse tijd. Hij liet het huis verbouwen tot het huidige uiterlijk. Het huis werd
aan de voorkant uitgebreid, in het midden een hoofdingang onder een balkon. De gevels
werden bepleisterd en de grote ramen kregen luiken. Ook de klokkentoren is van die
renovatieperiode. De tuinen liet van Brienen oa. door Zocher, Springer en Petzold
aanpassen aan de Engelse landschapstijl.
In de beginjaren van de vorige eeuw woonde freule Daisy van Brienen in het huis.
Zij liet op het terrein de grootste Japanse tuin (6800m²) in Nederland aanleggen.
Ook het tweede bijzonder element van het landgoed: het sterrenbos, stamt uit haar
tijd. De freule stierf in 1939.
Tijdens wereldoorlog II diende Clingendael als woning voor rijkscommissaris Seyss-Inquart.
Na de oorlog was het in handen van de familie Michiels van Verduynen. In 1954 werd
het landgoed gekocht door de gemeente Den Haag. Henriëtte Elisabeth baronesse Michiels
van Verduynen-Jochems, weduwe van de laatste eigenaar, mocht er tot haar dood in
1968 blijven wonen. Tussen 1875 en 1982 werd het grondig gerestaureerd. Daarna vestigde
zich het bekende “Instituut voor vredesvraagstukken Clingendael” zich op het landgoed.
In 1999 trachtte de gemeente het te verkopen, maar dat ging onder luid protest niet
door, evenals de plannen in 2006 om op het terrein een nieuwe ambassade van Amerika
te laten bouwen.