

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Breda
Kasteelplein 10
4811 XC Breda
Provincie Brabant

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 35' 29.53" N 4° 46' 32.16" E |

tekstbron
Stadsarchief Breda
Het is 750 jaar geleden dat het bestaan van de stad Breda in een geschreven bron werd vastgelegd.
Was er toen al een kasteel of burcht? Ja, al in een akte van ca.1198 wordt er een castellum in het Land van Breda vermeld. Hoe dit er uitzag weten we niet. Maar men moet er zich niet te veel van voorstellen, zelfs steen hoeft er nauwelijks aan te pas zijn gekomen. Met aarden wallen en daarbinnen houten gebouwen had men in principe al een burcht. Tot nu toe is er geen enkele archeologische vondst gedaan die erop wijst dat dit oudste kasteel stond op of bij de plaats van het huidige gebouwencomplex waarin de Koninklijke Militaire Academie (KMA) is gevestigd. De oudste vondst, gedaan in 1992, wordt gedateerd op het tweede kwart van de veertiende eeuw: resten van een stenen toren met een daarop aansluitend stuk muur. Over het huidige hoofdgebouw en de geschiedenis ervan verscheen in 1999 een prachtig overzichtswerk van G.W.C. van Wezel onder de titel "Het paleis van Hendrik III graaf van Nassau te Breda". Het mooist is het paleis in zijn gedaante tussen ca. 1700 en 1826 echter vastgelegd in de tekening in vogelvluchtperspectief van Pieter de Swart, waarnaar de prent in de stadsgeschiedenis van Van Goor uit 1744 is gemaakt. Het boek geeft de laatste stand van de kennis over de geschiedenis van het complex weer. Veel van de hier gebruikte gegevens zijn eraan ontleend. Het Stadsarchief Breda beschikt nauwelijks over primaire bronnen erover. Het gebouw heeft immers nooit aan de stad toebehoord. De originele gegevens over het beheer ervan bevinden zich daarom in andere archiefinstellingen. Wel zijn er in Bredase archieven gegevens over de gebeurtenissen in en rond het kasteel. Tekeningen en andere eenmalige afbeeldingen zijn in kunsthistorische collecties in Breda en elders te vinden. Prenten, kopieën van veel van die elders bewaarde documenten en publicaties over het gebouw en de academie kunt u wel bij ons vinden. Voor dit verhaal is ook gebruik gemaakt van origineel bronnenmateriaal uit particuliere archieven en van onze beeldcollectie..
Het nu als Kasteel van Breda bekende gebouw is een van de indrukwekkendste oude gebouwen
in de stad. Het gebouw en de voorgangers ervan zijn gebouwd op een oeverwal als "woning
met bedrijfsruimte" voor de heer van Breda. Die bedrijfsuitoefening was ruim twee
eeuwen, tot 1637, het beheer van de bezittingen van de heer van Breda, later bekend
als de Nassause Domeinen. Het ging om de administratie van al diens bezittingen in
de Nederlanden, niet alleen die in het Land van Breda. Naast de bestuurlijke en residentiële
functie kreeg het kasteel bij de nieuwbouw ervan door Jan II van Polanen van 1350-
Bij een verbouwing rond 1462 onder Jan IV van Nassau werd het terrein van het burchtcomplex
uitgebreid. Vanaf toen grensde het Valkenberg, de kasteeltuin, in het westen direct
aan het kasteelterrein. Maar slechts voor een klein deel want daarna nog bijna 80
jaar lang lag daar het 13e-
Een kasteel in de strikte zin van het woord was het hoofdgebouw sindsdien niet meer.
Middeleeuwse kastelen ontleenden hun waarde aan de verdedigbaarheid ervan en waren
als woning niet erg comfortabel. Toen door nieuwe aanvalstechnieken dikke muren niet
meer voldoende bescherming boden, verviel de voornaamste bestaansreden van het middeleeuwse
kasteel Het is daarom geen wonder dat Hendrik III van Nassau, bij zijn nieuwe aanpak
van de vesting het in aanleg veertiende-
René van Nassau (1519-
Willem III van Oranje-
Aan de bouwstop en de late hervatting van de bouw is te danken dat er betrouwbare
afbeeldingen zijn van het toenmalig uiterlijk van de gesloopte veertiende-
Het was een ingrijpende verbouwing waarbij het paleis met een verdieping werd verhoogd
en waarbij behalve dak, kapel en staatsietrap van het paleis ook de binnengracht
met de brug daarover verdween. Nieuwe bouwkundige ingrepen aan het paleiscomplex
vonden ook nog plaats na de verbouwing tot militaire academie. Ingrepen die wij nu
kunnen betreuren omdat er in-
In het 16e-
De vredesonderhandelingen leidden tot veel hoog bezoek aan de stad en veel feestelijkheden bij de goede afloop. Het nu bekendste punt uit het verdrag is de ruil van Nieuw Amsterdam, dat New York ging heten, voor Suriname. Hoewel de uitgaven van de gezanten aanzienlijk moeten zijn geweest is niet bekend of de stedelijke kas hiervan geprofiteerd heeft via de accijnsen. Bredanaars die tot de leveranciers van de heren behoorden hebben dat vrijwel zeker wel gedaan. De verslaggeving over de "vredehandel" vond onder andere plaats via prenten met een reeks afbeeldingen, als het ware een stripverhaal. In dit verhaal nam de ondertekening van het verdrag natuurlijk een belangrijke plaats in.
Tot in de tweede helft van de 20e eeuw was het gebruik van het woord academie vrijwel
beperkt tot universitair onderwijs. Anders dan de naam militaire academie suggereert
is echter pas in 2001 officieel erkend dat het onderwijs aan de KMA van universitair
oftewel wetenschappelijk niveau is. In de negentiende eeuw werden er dan ook praktijkvakken
gegeven als wiskunde, aardrijkskunde, scheikunde, Duits en militair recht, maar ook
"handtekenen" ontbrak tot zeker rond 1900 niet op het rooster. In 1857 schreef een
van de leraren in dit vak, kunstschilder en tekenaar C.C. Huijsmans (1810-
Gedurende de Opstand oftewel de Tachtigjarige Oorlog wisselde het gezag over de stad Breda, wier heer de militaire leider van deze opstand was, meer dan eens. De machtswisseling in de nacht van 4 op 5 maart 1590, de tweede, is het bekendste. Door soldaten te verstoppen in een schip dat de brandstof turf
(het turfschip) naar het kasteel bracht wist Maurits van Nassau , een zoon van Willem van Oranje, handlangers binnen de vesting te krijgen. Zo kon hij Breda zonder veel bloedvergieten heroveren. Vermoed wordt dat de carnavalsstemming onder de Italiaanse soldaten het slagen van de overval heeft vergemakkelijkt. Lang werd aangenomen dat het schip door het zogenaamde Spanjaardsgat, de tegenwoordige waterpoort aan de westzijde, de binnengracht van de vesting is binnengevaren. Het kasteel maakte immers, zoals eerder al vermeld, vanaf de tweede helft van de 14e eeuw deel uit van die vesting. Dit is zeker niet het geval, in 1590 was de muur tussen beide geschutstorens nog gesloten. Aangenomen wordt dat het schip via een al lang verdwenen sluis bij het Kraaienbos aan de noordzijde van het terrein is binnengevaren.


