

specials:
©2010 Guus
Pauwels
Disclaimer
bezoeker
Laatste update
21 maart 2012




Kasteel Bouvigne
Bouvignelaan 5
4836 AA Breda
Provincie Brabant

|
Noorderbreedte Oosterlengte |
51° 33' 45.33" N 4° 47' 0.71" E |

Het is niet precies bekend hoe oud kasteel Bouvigne is. Voor het eerst wordt het kasteel in officiële documenten uit 1554 vermeld. Het gaat hierbij om het testament van een vroegere eigenaar Jacob van Brecht, waarin het kasteel omschreven wordt als een statig stenen huis omgeven met grachten. Dit stenen huis is in de loop der tijd steeds uitgebreid. Zo werd er tussen 1554 en 1611 de eerste verdieping van een toren bijgebouwd. In de jaren daarna vonden nog meer uitbreidingen en wijzingen plaats.
Het kasteel in zijn huidige vorm heeft een plattegrond van 16 bij 13 meter . De zeskantige toren met peervormige spits staat op de noordwestelijke hoek. Aan de zuidkant is de kasteelingang te bereiken via een brug, Langs de oprijlaan naar de brug, staat het Neerhuis bestaande uit een poortgebouw en een stal. Deze gebouwen stammen vermoedelijk uit de 17e eeuw. Alle overige gebouwen zijn van latere datum.
Het landgoed werd niet altijd Bouvigne genoemd. Tot 1802 gebruikte men de naam Boeverijen, volgens sommigen een verbastering van “Boveria”, dat lage weide, broek of donk betekent. Andere historici menen de naam in verband te kunnen brengen met het geslacht Van der Boverien dat in de 14e eeuw in Breda woonde. Bouvigne heeft vele eigenaren gekend. Het geslacht Van Brecht waarschijnlijk de eerste. In 1611 werd Jan Baptist Keermans de nieuwe bezitter. Hij liet het kasteel verbouwen maar heeft er weinig plezier aan beleefd, daar het kasteel in 1614 in handen kwam van Philips Willem, Prins van Oranje. De oranjes worden wel allemaal genoemd op de gedenkstenen, rechts naast de huidige receptie, maar hebben er echter nooit gewoond. Ze lieten er hun rentmeesters wonen. Het kasteel werd slecht onderhouden en bedreigd met sloop. Dit weerhield prins Willem V niet het kasteel in 1775 te verkopen.
Het kasteel kende de volgende anderhalve eeuw vele eigenaren (allemaal op de reeds
genoemde gedenkstenen vermeld) tot in 1930 de gemeente van Ginniken en Bavel het
aankocht. Deze verhuurde het op haar beurt aan de Pius X-

