Laatste update
21 maart 2012
Het Binnenhof
Binnenhof 23
2513 AA Den Haag
Provincie Zuid Holland
Noorderbreedte
Oosterlengte
52° 4' 46.29" N
4° 18' 47.07" E
tekstbron
Chris Schram
Residentie.net
Officieel verstaat men onder het "Binnenhof" het terrein rond het kasteel en alle
op en om dat terrein (plein) staande (poort)gebouwen, en de Gevangenpoort. Dit ondanks
het feit dat de Gevangenpoort aan het Buitenhof grenst.
Vroege geschiedenis
In november 1229 kocht graaf van Holland Floris IV een landgoed van Vrouwe Meiland
van Wassenaar in de oude Duinen achter Scheveningen, vlak bij het gehucht Eijk en
Duinen. Het landgoed zou volgens sommige bronnen kort daarvoor geplunderd zijn door
enkele roofridders. De Graven van Holland hadden bij Loosduinen al een jachtslot
gehad dat bij een klooster lag. Bovendien verbleven ze regelmatig in een versterkte
woning te 's Gravezande. Floris IV wilde echter een huis op 'eigen grond'. Sinds
1097 hadden d graven al een woning bij de Plaats, maar Floris IV zocht wellicht een
plaats die beter e verdedigen was. Tussen 1230 en 1234 liet Floris de oude Hoeve
van rouwe van Meiland van Wassenaar ombouwen tot een klein kasteel (Donjon), waarbij
mogelijk van de oudere bouwresten gebruik gemaakt werd. Om het gehele terrein werden
wallen van aarde en hout opgeworpen. Namen als Fluwelen Burgwal, Lutherse Burgwal
en Gedempte Burgwal herinneren ons aan de afmetingen van dit terrein. Een dorp was
er nog niet. Alleen deze hoeve in het bos. Nadat de zoon van Floris IV, Willem II
tot Rooms-Koning van het Duits-Romaanse rijk was gekroond (1248) zette deze de bouw
voort. Graaf Willem II had enkele militaire successen behaald in (het huidige) Duitsland
en zou door de Paus tot keizer gekroond worden. Daarom wilde hij een indrukwekkend
paleis hebben in zijn 'geboorteland' Holland. Kiezen voor één van de bestaande steden
zou tot jaloesie hebben geleid van de andere steden. Daarom besloot Willem II wijselijk
tot de bouw van een paleis in het bos. Het moet in die tijd tot vele gefronste wenkbrauwen
hebben geleid. Voordat de kroning plaats zou vinden, wilde Willem de oude vijanden
van Holland, de West-Friezen, nog even een gevoelige nederlaag toebrengen. Hij zou
er dan als keizer geen last meer van hebben. Hij had beter kunnen wachten, want Willem
verloor niet alleen de slag, maar ook zijn leven. Holland heeft vervolgens nooit
een Keizer voortgebracht. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Luxemburg, dat diverse
keizers heeft 'geleverd'. De bouw van het kasteel werd voltooid onder Graaf Floris
V, de zoon van Willem II. Het kasteel bestond toen uit een woongedeelte (Rolgebouw)
en een grote zaal (de Ridderzaal). Vanaf dat moment gold het als de residentie van
de graven van Holland. Het stond aan de hofvijver en was omgeven door muren en slotgrachten.
Het ommuurde en omgrachte terrein waarop dit grafelijke paleis stond, grensde aan
de westzijde aan een voorhof (het Buitenhof) met de stallen en andere gebouwtjes,
dat vanuit het noorden alleen bereikbaar was via een poort (Gevangenpoort). Aan de
oostzijde grensde het terrein aan een gebied met moestuinen (tegenwoordig het Plein)
en het Haagse Bos.
Nadat de familie-tak van Floris IV uitstierf kreeg Holland graven uit het graafschap
Henegouwen. Deze Henegouwse graven maakten in het begin van de 14e eeuw nauwelijks
gebruik van het paleis. Uit die tijd is dan ook niet veel bekend van Den Haag en
het Haagse Hof. Het kasteel zal aan verval onderhevig geweest zijn. Regen, wind,
zon en vorst zullen hun tol hebben geëist evenals plantengroei. Albrecht van Beieren
en diens opvolger, Willem IV, woonden vrijwel permanent op het Binnenhof. Vooral
Graaf Albrecht lijkt van groot belang geweest voor de ontwikkeling van veel Hollandse
Seden. Wanneer je de geschiedenis van grote Hollandse Steden (maar ook bijvoorbeeld
Noordwijk, waarvan hij de Stadsrechten afnam) bekijkt blijkt vaak dat Albrecht de
aanzet/toestemming heeft gegeven tot voor die steden belangrijke ontwikkelingen.
Ongetwijfeld heeft dat ook met de tijd te maken gehad. De steden begonnen door een
steeds beter wordend economisch 'klimaat' te groeien. Door de graven Albrecht en
Willem IV werd het Binnenhof complex aanzienlijk uitgebreid, waardoor het Binnenhof
langzamerhand geheel door bebouwing omgeven raakte. Toen Holland in 1433 deel ging
uitmaken van het Bourgondische rijk, verloor het grafelijke paleis zijn eigenlijke
functie, waarna het wederom langzaam verviel. Steden in de Nederlanden waren machtig.
Het werden er ook steeds meer. Aangezien de graaf niet in iedere stad te gelijk kon
zijn hadden de graaf (van Holland, maar ook andere gebieden in het huidige Nederland
& België) reeds in de 13e eeuw zgn "stadhouders" in dienst. Zij waren plaatsvervangers
van de graaf. De titel "Stadhouder" bleef ook bestaan toen de graaf niet langer uit
Holland kwam, maar uit Henegouwen en ook na die periode. Toen er na Willem IV geen
graaf meer op het Binnenhof woonde (Middelburg in Zeeland was nu "residentie" werd
een deel van de bebouwing langs de Hofvijver permanent voor de Stadhouders ingericht.
Dit bleef ook zo tijdens de Spaanse Periode en de jaren van de Republiek. Stadhouders
waren nu geen vervangers meer van een graaf, maar eerst van de Koning van Spanje
en later van de Republikeinse Regering (Staten van Holland & Staten Generaal) In
1585 vestigde prins Maurits zich in het Stadhouderlijk Kwartier en in hetzelfde jaar
werd het Binnenhof de zetel van de Staten-Generaal. De onder Maurits uitgevoerde
verbouwing en uitbreiding van het Stadhouderlijk Kwartier (met o.a. de Mauritstoren)
was het begin van een langzaam voortschrijdende gedaante-wisseling van het Binnenhof,
die met de bouw van de zuidvleugel onder Stadhouder Willem V voorlopig een einde
vond.
Bebouwing van de Hofvijverzijde
De bebouwing aan de Hofvijver bestaat (gezien vanaf de Korte Vijverberg) voorbij
het restant van de slotgracht tussen Mauritshuis en Binnenhofcomplex, uit diverse
gebouwen die tussen circa 1550 en 1913 in verschillende stijlen zijn gebouwd. Er
is in diezelfde periode ook veel afgebroken om ruimte te creëren. Zo viel de Hofkapel
in de 19e eeuw onder de slopershamer. Één van de oudste gebouwen is het 'ministerstorentje',
met spits toelopend dak, dat waarschijnlijk uit 1479 dateert, maar in 1547 ingrijpend
werd verbouwd en in latere tijden drastisch is gerestaureerd. Oorspronkelijk had
het een verdedigingsfunctie, waarna er in 1556 een soort opslagplaats van werd gemaakt.
Na 1581 deed de toren dienst als gevangenis en vanaf 1849 (Thorbecke) werd het de
vaste werkplek van de minister van Algemene Zaken (Minister-President).In één van
de gebouwen bevindt zich de zogenaamde Trêvezaal (de voormalige audiëntiezaal van
de afgevaardigden van de Staten-Generaal). In deze zaal er zijn de onderhandelingen
gevoerd die tot het twaalf jarige bestand (tijdens de 80-jarige oorlog) hebben geleid.
Op het eind van de veertiende eeuw bevonden zich hier de vertrekken van de graaf
en in de zestiende eeuw heeft Keizer Karel V er tijdelijk gewoond. De lange gevelrij
wordt afgesloten door de tussen 1598 en 1600 gebouwde Mauritstoren, die op de hoek
met de haaks daarop staande westvleugel (Stadhouderlijk Kwartier) staat. Op het Binnenhof
zelf hebben lange tijd ook diverse woningen gestaan die er in de loop der eeuwen
zijn gebouwd. Van al deze woningen is eigenlijk alleen het "Keurhuis" over. Een smal
gebouw. Het is gebouwd in 1640 en was een goud- en zilversmidskeurhuis. In de gevelsteen
boven de deur staat te lezen : "'t Goutsmits Keurhuys".
Ridderzaal
Hoewel de Ridderzaal, die vroeger de 'Grote' of 'Nieuwe Zaal' genoemd werd (de oude
Zaal lag achter de Ridderzaal) er oud uit ziet, heeft hij er eeuwenlang anders bijgestaan.
In de 19e eeuw heeft men allerlei gebouwtjes die er in de loop der eeuwen bijgebouwd
waren verwijderd en de middeleeuwse gevel voor een groot gedeelte gereconstrueerd.
De Ridderzaal, het (dwars) daarachter gebouwde Rolgebouw en de vierkante "De Lairessevleugel"
daar weer achter, was het Grafelijke paleis. Over de geschiedenis van het gebouw
bestaan verschillende theorieën. De Graven van Holland bezaten al een Jachthuis bij
de Hofvijver in 1097. Het was een groot gebouw van steen dat 600 jaar is blijven
(be)staan. Het stond ter hoogte van de Plaats aan de Haagse Beek (de Haragha). Het
was omgeven door wallen en grachtjes. Hoewel de woning van de Graven stevig genoeg
was om tot het einde van de 17e eeuw te blijven staan hebben de Graven toch gekozen
voor een nieuwe woning. Zijn zoon (Roomskoning Willem II) en kleinzoon (Floris V)
hebben de hoeve vervangen door een indrukwekkend paleis van steen Het bovenste gedeelte
van het gebouw en de twee ( 36 meter hoge) ronde torens zijn de oudste onderdelen
van de huidige Ridderzaal. Het portaal en de twee torenspitsen dateren van 1880.
De beroemde fontein, met het beeld van Willem II, is in 1885 geschonken door Jhr.
Victor de Stuers en 86 (!) andere inwoners van Den Haag als dank voor de restauratie
van de Ridderzaal. De tekst op de fontein luidt :
Ter nagedachtenis aan den Graaf van Holland, Koning Willem II, den begunstiger der
Stedelijke wijsheden, den beschermer der Kunst, den stichter der kastelen van 's
Gravenhage en Haarlem.
Vóór de verbouwing van 1860 zijn er plannen geweest om het hele complex af te breken.
Een tekening uit 19e eeuw laat een enorm Neo-Classicistisch gebouw zien, gelegen
aan de Hofvijver. Hagelwit en lijkend op de Amerikaanse regeringsgebouwen. Over de
Hofvijver was in de plannen een witte brug bedacht en het eiland was naar het midden
verplaatst. De brug zou over het eiland heenlopen. Deze plannen waren echter te duur
voor Nederland en niet uitvoerbaar. Het was niet voor het eerst dat men de Ridderzaal
wilde afbreken, want ook in de 17e eeuw waren er al plannen voor sloop van het gebouw.
Stadhouder Prins Maurits wilde er een Paleis in Italiaanse Stijl voor in de plaats
hebben. De financiële middelen ontbraken daar toen echter voor en dus nam Maurits
genoegen met een uitbreiding van het oude Stadhouderlijke kwartier met een naar hem
genoemde toren. De Stadhouders, vanouds vertegenwoordigers van de Graaf van Holland,
later van de koning van Spanje, hadden hun hoofdzetel in de gebouwen in de hoek van
de Hofvijver en het Buitenhof. Die situatie bleef ongewijzigd toen de Staten van
Holland de Spaanse Koning afzwoeren als landsheer (1581). In tegenstelling tot hun
nieuwe machtspositie bleven de Staten van Holland zelf vooralsnog gehuisvest in een
vrij bescheiden gebouw aan de hofvijver. Pas in het eerste stadhouderloze tijdperk
(na de dood van Willem II in 1650) zou de nieuwe Statenzaal in gebruik genomen worden.
Ten tijde van Stadhouder Prins Frederik Hendrik was het Binnenhof nog echt een Stadhouderlijk
hof. Hoewel Frederik Hendrik eigenlijk slechts gebruiker van een 'dienstwoning' was,
ondernam hij diverse initiatieven ter verbetering van de gebouwen en de omgeving.
Hij was hierbij vooral beïnvloed door het Parijs van Hendrik IV. Op het Binnenhof
zelf waren diverse andere regeringslichamen gehuisvest, zoals de Staten van Holland,
het Hof van Holland, de Rekenkamer en de Staten-Generaal. Tot ongeveer 1630 lag het
Binnenhof nadrukkelijk gericht op het westen, in de richting van het Buitenhof en
het dorp Den Haag. De enige echte toegang tot het Binnenhof lag dan ook aan de westkant.
Aan de Oostzijde lagen een oude moestuin en een boomgaard.
Anno 1860
Het Stadhouderlijke kwartier bestond uit een vleugel die in de plaats was gekomen
van de muur die Buitenhof en Binnenhof van elkaar scheidde. Prins Maurits had de
Stadhouderstoren daar tegenaan laten bouwen. Bij het stadhouderlijk paleis hoorden
ook enkele oudere gebouwen langs de hofvijver (tussen de Stadhouderstoren en hofkapel)
. De Ridderzaal zelf was na het tijdperk van de Graven niet meer in gebruik als paleis.
Het is daarna gebruikt als stal, als kazerne en zelfs een tijdlang als loterij-hal. In
1994 en '95 heeft de Eerste Kamer in de Ridderzaal vergaderd, omdat op dat moment
de vergaderruimte van diezelfde Eerste Kamer gerestaureerd werd. De Ridderzaal wordt
nu alleen nog maar gebruikt voor bijzondere bijeenkomsten, zoals de opening van de
Staten-Generaal. In 2006 is de Ridderzaal verbouwd. De zaal is prachtig geworden.
't Goutsmits Keurhuys
Dit pand is gebouwd in de 17e eeuw voor het gilde van de Goud- èn Zilversmeden. Dit
gilde was het meest welvarende gilde van Den Haag toch valt het gebouwtje bijna niet
op. Het is echter een klein pareltje. Vooral de gevelversiering is heel bijzonder.
Oorspronkelijk stond het temidden van andere 17e eeuwse panden. De Ridderzaal werd
in de 17e en 18e eeuw omgeven door huizen en bedrijfjes. Tussen de Mauritspoort en
de Binnen- of Middenpoort lag bijvoorbeeld tot circa 1915 ook een 'gewone' straat
met huizen. Wie door de Mauritspoort kwam, kwam langs een prachtige Classicistische
poort die toegang gaf tot "het Helletje", de binnenplaats van de oude Raad van State.
Om bij het Goutsmits Keurhuys te komen moest je door de Spuipoort en de Hofpoort.
Alleen de Stadhouder mocht gebruik maken van de Stadhouderspoort aan de Buitenhofzijde.
Vrijwel alle oude panden zijn tussen 1860 en 1915 vervangen door nieuwbouw in historische
stijl of er keerde niets meer voor terug. Het Keurhuys der Goud en Zilversmeden (binnenhof
6) is als enige 17e eeuwse gebouw aan deze kant van de Ridderzaal (rechtsachter)
overgebleven. Binnenhof 4 is iets jonger. Dat is in 1779 gebouwd. Het wordt thans
gebruikt door de Tweede Kamer, net als de 20e eeuwse gebouwen die er omheen staan.
Mauritspoort
Het middeleeuwse kasteel was tot het begin van de 17e eeuw omgeven door hoge muren.
Deze waren in de 14e eeuw gebouwd door de Graaf van Holland. Na de oorlog met Spanje
werd Holland onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (of Provinciën).
Het kasteel werd nu regeringscentrum van een veel groter gebied. De stadhouders (eerst
Maurits, later zijn broer Frederik Hendrik) maakten het Binnenhof tot hun paleis.
Een groot gedeelte van de muren moest wijken voor statige gebouwen (in de stijl van
die tijd).Ook de oude poorten werden afgebroken. Aan de achterzijde van het Kasteel
had sinds de 13e eeuw een grote moestuin gelegen. Deze tuin werd door de prins van
Oranje verkocht. Hij wilde dat er een plein zou worden aangelegd. Het werd in 1633
opgeleverd. Er moest een comfortabele entree naar het binnenhof worden gemaakt voor
voorname (hof-) functionarissen die zich aan het nieuwe plein zouden vestigen. De
stadhouder had immers zijn paleis op het Binnenhof. Om het Binnenhof ook aan deze
zijde af te kunnen sluiten, werden er een jaar later, twee nieuwe, vrijwel identieke
poorten aan die zijde gebouwd, later aangeduid als de Binnen- (of Midden)poort en
de Maurits- (of Grenadiers)poort. De Mauritspoort is een van de vier poorten die
nog bewaard gebleven zijn (er waren er tot 150 jaar geleden 5 of 6, waaronder de
prachtige Spuipoort). De hekken die voor de poort lijken te staan horen bij het Mauritshuis,
het oude paleis van Prins Johan Maurits van Nassau-Giesen, voormalig Koning van Brazilië.
Tegenwoordig is in dat paleis het beroemde museum gehuisvest. De kleine poortjes
naast de Mauritspoort zijn ongeveer 160 jaar oud. Oorspronkelijk (1840) zaten ze
in een "één steens" muur (met aparte voetgangersbrug), later kwamen er echte poorthuisjes.
Tot de 19e eeuw kon je aan deze kant slechts door de Mauritspoort naar binnen.
Stadhouderspoort
De Stadhouderspoort is onderdeel van het Binnenhof complex. Het is een van de vier
poorten die nog bewaard gebleven zijn. De slotgracht werd circa 1860 gedempt. In
de 17e eeuw eindigde die gracht (voor het zicht) al kort na de Stadhouderspoort.
Vervolgens kwam er een muur waarachter een tuin lag. Na 1634 mocht alleen de Stadhouder
van de Stadhouderspoort gebruik maken. (Hof)functionarissen en bezoekers van het
hof dienden gebruik te maken van de poorten aan de oostzijde van het Binnenhof. Hoge
gasten kwamen op het Binnenhof via de Spuipoort. Tijdens de Franse overheersing kroonde
Napoleon zijn halfbroer Lodewijk tot koning van Nederland, waarmee er een definitief
einde kwam aan het tijdperk der Stadhouders. Vanaf dat moment mocht de Stadhouderspoort
door iedereen gebruikt worden. De Stadhouderspoort behield zijn naam ook tijdens
en na de Franse overheersing. De poort die men tegenwoordig passeert is echter een
replica (gebouwd in 1899) van de oorspronkelijke poort. Het origineel staat in de
tuin van het Amsterdamse gemeente museum. De Stadhouderspoort was tot het midden
van de 18e eeuw alleen te bereiken over een ophaalbrug. Om het hele binnenhofcomplex
lag tot die tijd namelijk een slotgracht. De gracht is verdwenen. Tot 2000 waren
er parkeer- en Taxi standplaatsen, nu is het een brede stoep. Er is een standbeeld
voor Minister Drees neergezet. Op zich is dit een mooi standbeeld, maar het vloekt
met de gebouwen op de achtergrond. Het kleine voetgangerspoortje links van de Stadhouderspoort
is in 1880 gemaakt, de rechter in 1899.
Stadhouderstoren
De toren staat op de hoek van het oude Stadhouderlijke Paleis en lijkt volledig
"in" de hofvijver te staan. Op de top van de toren stond oorspronkelijk een observatorium.
Vandaar kon met een telescoop naar de sterren en planeten worden gekeken. Christiaan
Huygens ontdekte er de ringen van de planeet Saturnus en de Saturnus-maan Titan.
Het maakte hem wereldberoemd, behalve in Den Haag, want in de stad is nergens een
monument voor hem te bekennen! Wel staat er een borstbeeld van zijn (eveneens beroemde)
vader, Constantijn, bij de Scheveningseweg. Naar Christiaan werd een kleine ruimterobot
genoemd die begin 2005 een landing maakte op de maan Titan. Het is te hopen dat Den
Haag Christiaan alsnog zal eren met een standbeeld. Het observatorium is reeds lang
geleden afgebroken, de Stadhouderstoren is er nog. Stadhouder Maurits (zoon en opvolger
van Stadhouder Prins Willem van Oranje) heeft de toren in 1592-1598 laten bouwen.
Zijn jongere broer Frederik Hendrik heeft er in 1632 nog een lagere toren tegenaan
laten zetten. Op de eerste etage van de toren bevond zich de raadszaal van de Stadhouders.
Daarboven lagen privé-vertrekken, waaronder de slaapkamers. Aangezien de kosten voor
de bouw van de Mauritstoren en de renovatie van de andere vertrekken van het Stadhouderlijk
kwartier (naast en boven de Stadhouderspoort) hoog waren, werd besloten de oude grafelijke
moestuin achter het Binnenhofcomplex te verkopen. De verkoop vond plaats in 1631,
maar in plaats van de door Den Haag gewenste woningen kwam er op aandringen van Stadhouder
Frederik Hendrik In 1633 een plein (Toen heette het Stadhoudersplein, nu gewoon 'Het
Plein' ) De Stadhouderspoort die zich schuin onder de toren bevindt was niet toegankelijk
voor het publiek. Gedurende de tijd dat Nederland een Republiek was (1648 tot de
Franse overheersing aan het eind van de 18e eeuw) mocht alleen de Stadhouder van
deze poort gebruik maken. Er stonden ook wachters voor. Gasten en (hof)functionarissen
dienden vanaf 1634 gebruik te maken van de aan de oostzijde gelegen grenadiers- of
Mauritspoort. In de gebouwen van het Stadhouderlijke paleis zetelt nu onder andere
de Eerste Kamer.






