





Kasteel de Baelen
Rue de chateau de Ruyff 68
Ruijff / Henri Chapelle
Provincie Luik


Een vreemd gegeven is het feit dat dit gebouw do naam draagt van een gemeente waarin
het niet gelegen is. Dit (ogenschijnlijk abnormaal) feit is te verklaren uit het
feit dat de eigenaren van het kasteel vanaf het midden van do zeventiende eeuw tegelijk
ook heer van Baelen waren. Misschien heeft men bovendien door middel van speciale
benaming het kasteel willen onderscheiden van het in het vorige hoofdstuk besproken
kasteel. Beide kastelen liggen immers zeer dicht bij elkaar en beide op een plaats
genaamd de Ruyff, zodat er gemakkelijk verwarring kon ontstaan.
Kasteel Baelen, dat
ten oosten van Henri-
Een
gemetseld bruggetje, dat met zijn pijlers in de droogliggende grachten staat, geeft
toegang tot de ingangsdeur. De noordgevel, die naar de binnenplaats gericht is. is
echt indrukwekkend. We zien er negen grote vensterruimten met omlijstingen in Lodewijk
XIII-
Een driehoekig fronton, ter hoogte van
de dakrand, is versierd met de gebeeldhouwde wapens van de Pirons en de Franquinets
met erboven een kroon en omringd door roccailles in Lodewijk XV-
Binnen in het kasteel vindt men een prachtige dubbele trap in Lodewijk
XIV-
Er is dus eerder sprake van ingrijpende veranderingen
dan van een geheel nieuw gebouw. Ofschoon kasteel Baelen intact gebleven is, wordt
het helaas verschrikkelijk ontsierd door de immense vleugels en bijgebouwen (bestaande
uit troosteloos metselwerk) die de Alexienser paters lieten bouwen ten behoeve van
hun vestiging aldaar.
Zoals we reeds in het vorige hoofdstuk zagen, is de Heerlijkheid
Baelen Ruyff slechts een afsplitsing van de oude Heerlijkheid De Ruyff. Het maakte
zich in de vijftiende eeuw los, waarschijnlijk onder de volgende omstandigheden.
Jean Krummel d'Eynatten (echtgenoot van Catherine de Schwartzenberg) liet zijn bezittingen
in 1457 verdelen. Hij had twee zonen, Jean en Renard Krummhel en één dochter, Agnès
Krümmel die met Simon de Bertolf gehuwd was. De oude Ruyff werd aan Jean Krummel
toegewezen, terwijl Baelen Ruyff aan zijn zus Agnès werd toegewezen.
In elk geval
kreeg Everard de Belven (zoon van wijlen Simon Bertolf en Agnès Krummel d'Eynatten)
kasteel Baelen/Ruyff in 1530 in bezit. Hij trouwde met Marguerite de Doenraedt. Toen
deze in 1561 weduwe werd, erfde zij kasteel Baelen/Ruyff. Bij akte van eigendomsverdeling
in 1596 (en pas in 1600 uitgevoerd) wordt Jean Bertolf (zoon van Everard) eigenaar
van het landgoed. Na zijn dood, in 1631 gaat het over op zijn oudste zoon Jean Bertolf
de Belven. Hij was heer van Baelen en sindsdien kreeg het kasteel de huidige naam.
Uit het huwelijk met Marie Isabelle de Haultepenne krijgt hij twee zonen en een dochter,
die in 1666 de bezittingen van hun ouders verdelen. Kasteel Baelen komt dan toe aan
Jean Philippe de Bertolf (kanunnik te Aken) door middel van uitkoping op termijn
van zijn broer en zus. Hij krijgt kasteel Baelen in 1667 in handen. Ongetwijfeld
kan hij niet aan zijn verplichtingen voldoen, want als gevolg van overname van het
landgoed door zijn schoonbroer Jean Nicolas de Schwartzenberg (echtgenoot van Marie
Philippine de Bertolf) komt deze in 1684 in bezit van het kasteel.
In 1690 -
Het
landgoed gaat na zijn dood over op de oudste dochter uit het eerste huwelijk, Marie
Henriette Béatrix de Pirons de Baelen (geboren in 1754). Zij was in 1779 gehuwd met
Joseph Henri Lambert Marie d'Othée de Limont, eveneens ruiter van het Heilige Roomse
Rijk, en stierf een jaar later, enkele dagen na de geboorte van hun zoon Leon Lambert
Laurent M.J. d'Othée die de bezittingen van Baelen/Ruyff erft. Hij sterft echter
op twintigjarige leeftijd en de voornoemde bezittingen gaan terug op zijn vader die
in 1786 hertrouwde met baronnes Marie Helène Benardine de Baré en liet haar zijn
bezittingen na. Na diens overlijden, trouwde zijn weduwe in 1807 met baron Maximilien
Charles Joseph de Villefagne. Omstreeks 1817 verkoopt zij het kasteel met landerijen
aan M.B.A. Henri Jos. Poswick (echtgenoot van Marie Thérèse Franck).
Hij was slechts
een vijftiental jaren eigenaar van het landgoed en verkocht het in 1827 aan Hertog
Ferdinand de Hamal. Vanaf dat moment (door en aantal elkaar opvolgende verkooptransacties)
gaat het landgoed in 1836 over op Albert E. de Lognay (echtgenoot van Baronnes Maximilienne
de Foullon).
In 1857 gaal het over op mevrouw Michiels (geborene Agnès Lysens) en
in 1866 op Ferdinand Mevis uit Jodoigne. In 1872 komt het bezit in handen van Ad.
Brinckmann en Frederic Semler (Dortmundse zakenlieden) en ten slotte in 1875 van
de Alexienser paters (Hiéronymites) die er een zwakzinnigeninrichting stichtten,
en die er de laatste jaren de hoofdzetel van hun orde van gemaakt hadden.
Tekstbron: www.trois-
|
Noorderbreedte Oosterlengte |
50°40'23.98"N 5°57'19.23"O |
