Kastelen & buitenplaatsen in Nederland
Guus Pauwels

Laatste update

12 mei 2017

Bezoeker

Home.
Brabant.
Drenthe.
Flevoland.
Friesland.
Gelderland.
Groningen.
Limburg.
Noord Holland.
Overijssel.
Utrecht.
Zeeland.
Zuid Holland.
Diversen .
Foto pagina
18e eeuwse tekening kasteel Blanckenburgh
alle gegevens op een rij
Beschrijving Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
Blanckenburgh

Torentje van Blanckenburgh

Wilhelminalaan 2

6641 DG Beuningen

Provincie Gelderland

Weergave op de kaart

Noorderbreedte

Oosterlengte

51° 51′ 0″ N

5° 45′ 0″ E

In Beuningen staat een pover, twaalf meter hoog torentje. Het is het restant van wat ooit het uit een hoofd- en voorburcht bestaande kasteel van Beuningen is geweest. Het torentje is in baksteen opgetrokken. Het werd oorspronkelijk geflankeerd door ringmuren. In een beschrijving uit 1597 is sprake van dubbele grachten rond het kasteel. Verder noemde men het slot zelf en een voorburcht plus singels en boomgaarden. Met recht een bouwwerk van aanzien.
Vermoedelijk stond op het hof "Den Wildenberg" in de 12e en 13e eeuw de voorloper van het slot Blankenburg. Het was in het bezit van het ridderlijke geslacht Boninghe. Dat stierf vermoedelijk uit rond 1260. Waarschijnlijk werd in de 14e of vroege 15e eeuw op deze plaats het kasteel Blankenburg gebouwd. Tot zover de vermoedens.  
'Den Blanckenburgh' heeft in de geschiedenis van het Maas en Waalse land nooit een rol van bijzondere betekenis gespeeld. Toch heeft het toebehoord aan zeer aanzienlijke families. In het jaar 1447 kocht jonkvrouwe Ot van Egmond het slot van Johan van Appeltern. Er is reden om aan te nemen dat dit slot te vereenzelvigen is met het 'adellijk hof in den kerspel Boningen' dat al in de 14e eeuw bewoond werd door de familie van Appeltern. In 1462 draagt Frederik van Egmond den Blankenburgh over aan de Nijmeegse schepen Gijsbert van Welderen. Vervolgens gaat het eigendom over op diens kleinzoon Claes Vijgh tot Blankenburg. Als in 1521 Hendrik Vijgh tot Blankenburg de eigenaar is, wordt het kasteel bewoond door Roelof van Ewijck die later schout van Nijmegen wordt. In 1591 werd Otto van Wijhe van Echteld door zijn huwelijk met een dochter van Hendrik Vijgh heer van Blankenburg. Een stamleen uit 1597 zorgde ervoor dat het slot tot 1774 in handen van de familie van Wijhe bleef. In dat laatste jaar werd het slot - in vervallen toestand - aan de minder aanzienlijke familie Vermeulen verkocht.
Het slot den Blanckenburgh heeft slechts een betrekkelijk korte glorietijd gekend. Op een tekening uit 1740 blijkt het reeds in een vervallen toestand te verkeren. Na diverse provisorische verbouwingen wordt het uiteindelijk in 1863 met de grond gelijk gemaakt. In datzelfde jaar werd de eerste steen gelegd van de flinke boerderij die ook heden ten dagen de naam van dit adellijk huis nog levendig houdt.
  • Stichtingsperiode

    • 14e of 15e eeuw
  • Typologie

    • De typologie van Blankenburg is moeilijk vast te stellen, aangezien nog maar één van de torens overeind staat: een hoektoren, die tevens dienst deed als poorttoren. Een tekening uit ongeveer 1730, waarschijnlijk gemaakt door Cornelis Pronk, laat het vervallen kasteel zien. Op dat moment was er kennelijk sprake van twee hoektorens met tentdaken en een half afgebroken onderkelderde woonvleugel. Het torentje op de voorgrond is het torentje wat er nu nog staat. Deze toren meet 4 bij 4 meter en heeft een muurdikte van 82 centimeter. De voet van dit nog bestaande hoek- en poorttorentje is echter in de grond verdwenen door het dichten van de gracht. De huidige toren laat nog wel de aanzetten zien van de ringmuren die vanaf de toren in oostelijke en zuidelijke richting liepen.
  • Status / bouwgeschiedenis

    • De poorttoren (bij Wilhelminalaan 2) van het middeleeuwse kasteel De Blanckenburgh, waarvan de laatste resten in 1863 zijn gesloopt, dateert uit circa 1500. Deze toren met tentdak - oorspronkelijk een hoektoren van het kasteel - heeft een kelder met tongewelf en een poortdoorgang met graatgewelf. Op het voorm. kasteelterrein staat de uit 1863 daterende hallenhuisboerderij 'De Blanckenburgh' (Wilhelminalaan 2-4), voorzien van een dwars voorhuis met middenrisaliet.
  • Bouwgeschiedenis

    • Wanneer de Blankenburg is gebouwd, is niet bekend. Het kasteel moet er in ieder geval voor 1437 gestaan hebben. Het nog bestaande hoektorentje dateert uit het einde van de vijftiende een het begin van de zestiende eeuw. Een tekening van uit ongeveer 1730 , waarschijnlijk gemaakt door Cornelis Pronk, eeuw laat het vervallen kasteel zien. Op dat moment was er kennelijk sprake van twee hoektorens met tentdaken en een half afgebroken onderkelderde woonvleugel. Het torentje op de voorgrond is het torentje wat er nu nog staat. Deze toren meet 4 bij 4 meter en heeft een muurdikte van 82 centimeter. De voet van dit nog bestaande hoek- en poorttorentje is echter in de grond verdwenen door het dichten van de gracht. De huidige toren laat nog wel de aanzetten zien van de ringmuren die vanaf de toren in oostelijke en zuidelijke richting liepen. Ten tijde van Otto van Wijhe moet tot de Blankenburg ook een voorburcht behoord hebben.In 1810 bestond het complex alleen nog uit het torentje en enkele muurresten. Wanneer het kasteel gedeeltelijk werd verwoest is niet bekend. Eliëns en Harenberg menen dat het mogelijk is dat de Blankenburg in 1526 deels is vernietigd. In dat jaar heeft men in de stadsrekeningen van Nijmegen vermeld dat Pauwels van Bathenborch met onvriendelijke bedoelingen onder begeleiding van een aantal soldaten naar de Blankenburg is getrokken. De resten van de burcht zijn in 1863 afgebroken.
  • Bezitsgeschiedenis

    • Volgens Eliëns en Harenberg gaat het bij Blankenburg en het slot te Beuningen om één en hetzelfde kasteel. Het geslacht van Beuningen wordt al genoemd in de twaalfde eeuw. In de tweede helft van de vijftiende eeuw was de Blankenburg een Egmonds leen. In 1447 had jonkvrouwe Ot van Egmond het landgoed gekocht van Johan van Apeltern. In 1456 was er sprake van ontslag uit de leenband. Willem van Egmond, broer van hertog Arnoud van Gelre verkocht de Blankenburg aan Gijsbert van Welderen. Deze Gijsbert was gedurende een aantal jaren schepen van Nijmegen. Op een gegeven moment kwam de Blankenburg in het bezit van de familie van Wijhe, die ook het kasteel van Hernen bezat. Otto van Wijhe, die getrouwd was met Christina van Wijhe van Hernen, maakte de Blankenburg in 1597 leenroerig aan Gelderland. Het kasteel bleef in de familie tot 1774. Toen verkochten Seyna Jacoba Isabella van Wijhe en haar echtgenoot Frederik Hendrik van Wassenaar de Blankenburg aan Aaldert Jacobs, die zich Vermeulen noemde. In 1877 werd de Blankenburg via een boedelscheiding toebedeeld aan Jacobus Wilhelmus Melchior Vermeulen. Deze Jacobus overleed kinderloos en via zijn broer Alardus Eusebius Michael kwam het landgoed in bezit van de familie Goyaerts. Deze familie verkocht het terrein met het resterende torentje van het kasteel uiteindelijk aan P.H.M. Claassen.
  • Afmetingen

  • Oudste vermelding

    • Datum: 1437 Bron: Volgens Eliëns en Harenberg wordt het kasteel als slot Beuningen het eerst genoemd in 1437 (Eliëns en Harenberg, 1984, p. 68). Blankenburg wordt volgens de ROB-map bij de NKS voor het eerst genoemd in 1597 als een adellijk huis met grachten.
  • Functie

    • monument
  • Synoniemen

    • Slot van Beuningen, blanckenborch
  • Etymologie

    • De naam Blankenburg is deels afgeleid van de aard van het bouwwerk, namelijk een burg of kasteel.
  • Relevante links

  • Rijksmonument nummer

    • 9538
  • Literatuur

  • In 1863 zijn de laatste restanten van de voormalige hoofdburcht, die men nog op de 18de-eeuwse tekening ziet afgebeeld, gesloopt. Dankzij deze, overigens met de nodige voorzichtigheid te interpreteren afbeelding en met behulp van het kadastrale minuutplan en een moderne opmetingstekening, krijgt men enig idee van de vroegere aanleg. De 18de-eeuwse tekening toont de hoofdburcht: een half-afgebroken, doch voor bewoning geschikt gemaakte woonvleugel midden op een omgracht terrein en twee hoektorens met tentdaken, waarvan de toren op de voorgrond die in tegenstelling tot de andere een verdieping heeft, het thans nog bestaande, zgn. ‘torentje van de Blankenburg’ is. Van deze voormalige poorttoren zijn de noordmuur met de ingang en de westmuur afgebeeld. De tekening die omstreeks 1740 gemaakt zal zijn toont verschillende thans nog aanwezige details: de toegangspoort, het venster van de verdieping, de muizentand onder de daklijst, het schoorsteentje en de windvaan. Er is ook een opmerkelijk verschil met de huidige toestand: de voet van het torentje is door het dichten van de gracht aan het gezicht onttrokken, waardoor het torentje iets van zijn rijzigheid heeft moeten prijsgeven. De dakbedekking is blauw-grijs van kleur op de afbeelding, hetgeen erop wijst dat het gedekt was met leien. De Voorloopige Lijst vermeldt ook nog een leien spits. De dekking is later gewijzigd.

    De in baksteen, formaat 24,5/25,5 × 12,2/12,5 × 5,5/6 cm, 101. 69 cm, opgetrokken toren werd oorspronkelijk geflankeerd door ringmuren die vanaf het torenlichaam in oostelijke en zuidelijke richting liepen. De aanzetten daarvan zijn nog zichtbaar. Zoals uit de tekening blijkt was de ommuring in de 18de eeuw al volledig verdwenen. Wat men op de afbeelding ziet stemt overeen met de beschrijving van het complex in de Tegenwoordige Staat uit 1741: ‘Te Beuningen staat een vervallen slot, Blanckenburg geheeten, dat voor eenige jaaren een weinig hersteld en tot eene wooning voor een' rentmeester des eigenaars bekwaam gemaakt is’. Wanneer de burcht ontmanteld en deels verwoest is, is niet bekend. Mogelijk is dit rond 1600 gebeurd tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het is ook denkbaar dat het kasteel al in 1526 door de Nijmegenaren is verwoest.

    Het weerbaar karakter blijkt uit verschillende schietspleten: aan weerszijden van de ingang in de noordmuur, verder beganegronds in de oost- en de westgevel en op de verdieping in de oost- en de zuidgevel. Verschillende moeten en rollagen geven de omvang aan van de oorspronkelijke poortdoorgangen in de noord- en de zuidmuur. De eertijds voor de ophaalbrug uitgespaarde aanslag is thans met jonger materiaal opgevuld.

    De verdieping was oorspronkelijk alleen bereikbaar via de weergang van de noordelijke ringmuur. In de oostgevel ziet men daarvan nog de dichtgezette toegang. Onder de tandlijst bevinden zich aan alle zijden steigergaten.

    Inwendig zijn de kelder en de poortdoorgang respectievelijk overdekt met een tongewelf en een graatgewelf. De kelder wordt verlicht door een klein venster in de oostgevel. Op de begane grond bevinden zich aan weerszijden van de toegang naar het burchtterrein lampnissen in de zuidgevel. Op de verdieping is een stookplaats tegen de westmuur. De verdieping heeft een balkenplafond waarboven een zolderruimte.

     

    info beuningen