Kastelen & buitenplaatsen in Nederland
Guus Pauwels

Laatste update

12 mei 2017

Bezoeker

Home.
Brabant.
Drenthe.
Flevoland.
Friesland.
Gelderland.
Groningen.
Limburg.
Noord Holland.
Overijssel.
Utrecht.
Zeeland.
Zuid Holland.
Diversen .
Foto pagina
Auteur: Petra Dreiskämper
uit Castellogica van de
Nederlandse Kastelen Stichting
__________________________
alle gegevens op een rij
Auteur M. Flokstra
Uit Castellogica vsan de
Nederlande Kastelen Stichting
___________________________
Auiteur M. Flokstra
Uit Castellogica vsan de
Nederlande Kastelen Stichting
__________________________
Blitterswijck
Blitterswijk is een Noord-Limburgs dorpje aan de Maas en bezat eind 16e eeuw een kasteel. Bij het ontstaan van het kastaal bestond het  uit niet veel meer dan een vierkante hoofdburcht van circa 20 meter en een voorhof, een grote open ruimte. Op de voorhof bevonden zich de stallen voor het vee en enkele houten gebouwtjes voor het personeel. Eigenaar van Kasteel Blitterswijk was de familie Van Lynden. De eigenaars zelf woonden niet zelf op het kasteel. Als plaatsvervanger van de kasteelheer trad Johan Copper als rentmeester op. Hij was het hoofd van de huishouding en deed de inkopen voor de keuken, betaalde het personeel en de gehuurde arbeidskrachten, inde pacht en verkocht de op het land verbouwde gewassen. Hij hield een boekhouding bij van al die zaken: de zogenaamde rentmeesterrekeningen Uit de periode 1584 tot mei 1991 zijn nog rekeningen bewaard gebleven. Daaruit blijkt dat het leven op het kasteel in die tijd veel gelijkenis vertoonde met dat van op een boerderij. Op de landerijen rondom het kasteel werd graan en vlas verbouwd, men hield koeien en varkens en teelde fruit in eigen boomgaard. Op het kasteel werd bier gebrouwen en van het vlas maakte men zelf linnen en vervolgens kleding. In die jaren woonden en werkten zo'n 10 mensen op het kasteel. Er was vast werk voor een keukenmaagd, een bouwknecht, een portier, een varkenshoeder en een of meer koemaagden. Daarnaast waren er enkele dienstmeiden die vlas sponnen en weefden, en in de oogsttijd werden dagloners ingehuurd om te helpen oogsten. Veel werk was er ook voor enkele timmerlieden en bouwknechten, die moesten 'graeven ofte spaeden, latten houwen, rijss (takjes) houwen en opbinden, holt (hout) kappen en tymmeren'
Het loon voor al hun werkzaamheden werd grotendeels in natura uitgekeerd. Slechts een enkele keer werd ook een klein geldbedrag betaald. De ambachtslieden uit omringende dorpen die op het kasteel kwamen werken, zoals een smid, schoenmaker of metselaar, kregen meestal wel geld betaald. Johan Copper zelf ontving trouwens ook geen salaris: hij mocht van de kasteelheer bepaalde stukken bouwland voor zichzelf gebruiken en hij kon zoveel turf steken als hij nodig had. Alleen in het gebruik van hout werd hij beperkt: hij mocht per jaar maar twee karren hout voor eigen gebruik (laten) kappen.
In die tijd verbleven ook twee soldaten op het kasteel. Vanaf 1568 was Nederland in opstand tegen de Spaanse koning en er werd ook in Limburg stevig gevochten. In januari 1586 werden de dorpen Blitterswijk en Wanssum door de Spanjaarden veroverd en de inwoners zochten hun toevlucht op het kasteel. Johan Copper vermeldt dat er 29 Wansummers met hun vrouwen en kinderen en de bewoners van 48 Blitterswijkse huizen met al hun vee, 10 weken op het kasteel en de voorhof verbleven. Gratis was dit onderdak voor de bewoners niet: voor elk gezin en elke koe moesten ze Johan betalen.

Zie voor de verdere historie het artikel hiernaar: het verdwenen kasteel Blitterswijck van M. Flokstra

Noorderbreedte

Oosterlengte

 

Kasteel ruïne Blitterswijck

Maasweg

Blitterwijck

Gemeente Venray

Provincie Limburg

Weergave op de kaart
  • Stichtingsperiode

    • 14e eeuw
  • Typologie

    • Vierkante of rechthoekige burcht (1275-1550) Het oorspronkelijke huis bestond uit een ommuurde zaaltoren met aanliggende kamer en een op de noord-oosthoek van het complex aanwezige toren.
  • Status / bouwgeschiedenis

    • Op grond van de gebruikte bakstenen wordt ervan uitgegaan, dat het oudste gedeelte van het in 1944 verwoeste kasteel stamt uit het begin van de 14e eeuw. Hoewel bij opgravingen in 1970 op de binnenplaats oudere resten werden ontdekt, was het niet mogelijk om deze nader te duiden. Het uit de 14e eeuw stammende gedeelte bestond uit een met een schildmuur omgeven complex gebouwen met een totale oppervlakte van circa 20x20m en buitenmuren met een dikte van 1,40m. Binnen dit complex stond aan de zuid-oostzijde een zaalgebouw van twee bouwlagen met inwendige afmetingen van 8,56x6,25m met aan de westzijde ervan een kamer van circa 7x5m. Toegang tot het complex was mogelijk via een torengebouw aan de noord-oostzijde met inwendige afmetingen van circa 2,5x2,5m en waarschijnlijk 3 bouwlagen. Aangenomen wordt, dat de toegang tot de toren op hetzelfde verdiepingsniveau was na de verbouwing uit de 19e eeuw. In die periode hadden alle gebouwen een plat dak die waren voorzien van kantelen. Bij latere verbouwingen zijn de gebouwen afgedekt met zadeldaken. Daar in 1586 een boerensmid een rekening indiende voor het leveren van 'nageln en gehengt', nadat 'die Spaengiarts op de voirhoff gebrocken waren', kan worden afgeleid dat de voorburcht van voor die datum stamde. Verder is op 7 april 1602 met de toenmalige heer van Blitterswijck overeengekomen, dat de dorpelingen van Blitterswijck in geval van nood toevlucht konden zoeken op de voorburcht. Uit een kaart van de heerlijkheid uit 1779 blijkt dat op dat ogenblik zowel het kasteel als de voorburcht zijn omgeven door een dubbele omgrachting, waarbij de voorburcht alleen bereikbaar was middels een brug aan de noordzijde. Het kasteel zelf was vanaf de voorburcht via een brug over de tussengracht bereikbaar. Op het voorhof was een U-vormige bebouwing aanwezig. Daar de eigenaren van het kasteel in de 16e en 17e regelmatig gedurende lange periode het kasteel niet bewoonden, was het noodzakelijk om na iedere periode van leegstand het kasteel weer bewoonbaar te maken. Dat gold b.v. ook voor Frans van Lynden als hij in 1670 het kasteel Blitterswijck wilde betrekken. Mogelijk dat bij deze werkzaamheden de binnenplaats verder is dichtgebouwd met ruimten in de noord-west hoek van het complex. De grootste verbouwingen werden uitgevoerd door Barthold baron de Cocq van Haeften, die in 1789 is gestart met het moderniseren van het bestaande kasteel en in 1806 met de bouw van de oostvleugel. Zowel het oorspronkelijk deel van het kasteel als de nieuwe vleugel werd daarbij afgedekt met een rondgaand zadeldak met zakgoot. Door hem werden tevens de op het voorburcht aanwezige gebouwen gesloopt en vervangen door een langgerekt bouwhuis. Verder liet hij de direct rondom het kasteel aanwezige eerste gracht dempen evenals de gracht tussen voorburcht. Aan het eind van de 19e eeuw werd de omgrachting gedempt. Volgens het kadaster zouden in 1885 diverse verbouwingen in het kasteel hebben plaats gevonden. Niet bekend is echter wat de aard en omvang hiervan zijn geweeest. Na de verkoop van het kasteel in 1904 werd het omgevormd tot een klooster, waarbij weer diverse verbouwingen zijn uitgevoerd. Zo werd in het kasteel een kapel ingericht en werd het bouwhuis gesloopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis zwaar beschadigd en daarna grotendeels gesloopt. Van het kasteel resten alleen nog wat fundamenten met wat opgaand muurwerk en een poortje aan de overzijde van de gracht.
  • Bouwgeschiedenis

    • Hoewel er in 1271 al sprake is van een heer van Amstenrade, is het nog onduidelijk hoe het versterkte huis van die heer er moet hebben uitgezien en waar het gestaan zou kunnen hebben. Hoewel het archeologisch nog nooit is onderzocht, wordt ervan uitgegaan, dat het op zelfde plek stond als het huidige kasteel Amstenrade. Aangenomen wordt dat het oudste huis, zoals gebruikelijk in deze omgeving, een door water omgeven versterkte woontoren moet zijn geweest. Deze woontoren is waarschijnlijk in de vijftiende eeuw beter bewoonbaar gemaakt door het toevoegen van een of meerdere woonvleugels. In die periode is er voor het eerst sprake van een 'kasteel' in Amstenrade. In 1507 werd door rondzwervende troepen van Karel van Gelre grote schade aangericht aan kasteel Amstenrade. Daar het kasteel bewoond bleef zullen waarschijnlijk de nodige werkzaamheden zijn uitgevoerd om deze schade te herstellen en het kasteel weer bewoonbaar te maken. In 1574 werd Amstenrade door Staatse troepen van Willem van Oranje veroverd en leeggeplunderd. Pas in 1581 kwam Amstenrade weer in Spaanse handen en kreeg de familie Huyn het huis weer in eigendom. Daar zij er ook weer gingen wonen, zullen waarschijnlijk eerst de nodige werkzaamheden zijn uitgevoerd om het huis na al die oorlogshandelingen weer bewoonbaar te maken. Na beëindiging van de Tachtigjarige Oorlog heeft graaf Arnold V van Amstenrade de middeleeuwse burcht laten verbouwen tot een representatieve huis met het bij die tijd passende woongenot. Er ontstaat dan een min of meer vierkant hoofdgebouw waarvan de diverse bouwdelen rondom een gesloten binnenplaats waren gesitueerd en dat op de hoeken was voorzien van drie ronden en een vierkante toren. Gezien de muurdikte van de ronde toren op de zuidoost hoek is dit waarschijnlijk een toren die ook onderdeel vormde van het voorafgaande huis. Met uitzondering van de ronde toren op de zuidwest hoek waren de torens bekroond met knobbelspitsen. Verder kenmerkte het bakstenen gebouw zich door de in mergelsteen uitgevoerde speklagen en de in hardsteen uitgevoerde tussendorpelvensters. Op grond van de Ferrariskaart uit 1777 kan worden afgeleid, dat aan de zuidzijde van het hoofdgebouw een voorhof aanwezig was en dat zowel hoofdburcht als voorhof door grachten waren omgeven. Na het overlijden van Maria Huyn in 1673 werd het huis gedurende langere perioden niet bewoond, waardoor het danig in verval geraakte. In 1733 werden in opdracht van prins Claudius Lamoraal De Ligne plannen gemaakt om het huis te verbouwen. Deze plannen werden nooit uitgevoerd. Pas nadat Amstenrade was gekocht door Luikse bankierszoon Nicolaas Willems, werd de bestaande bebouwing gesloopt en vervangen door het huidige L-vormige gebouw. Van de oorspronkelijke bebouwing werd alleen de vierkante toren en mogelijk delen van de fundering gehandhaafd. De bebouwing van het voorhof werd gesloopt en de omgrachting gedempt. Het uit te voeren plan was grotendeels gebaseerd op het eerder in opdracht van De Ligne ontworpen Huis. Van het oorspronkelijk geplande U-vormige gebouw werd de oostvleugel echter niet uitgevoerd. Het huidige L-vormige hoofdgebouw heeft drie verdiepingen boven een souterrain en wordt afgedekt door een zadeldak op de hoofdvleugel en een schilddak voor de zijvleugel. De vierkante hoektoren heeft twee verdiepingen meer dan de beide vleugels en wordt afgedekt door een op de hoeken afgeschuinde koepel voorzien van een gesloten lantaarn met piroen.
  • Bezitsgeschiedenis

    • Voor zover bekend komt de familienaam Blitterswijck voor het eerst in 1242 voor in de geschriften als ene Willem van Blitterswijck getuige is bij de verkoop van goederen gelegen in Wanssum en Blitterswijck. Deze Willem van Blitterswijck is naar men aanneemt een voorvader van Robbert van Blitterswijck, die in 1330 door de hertog van Brabant met de heerlijkheid, tienden en de jurisdictie van Blitterswijck werd beleend volgens het Cuyckse leenrecht. Na het overlijden van Robbert van Blitterswijck halverwege de 14e eeuw gaan zijn bezittingen over naar zijn zoon Sijbrecht van Blitterswijck, die in een brief van 14 april 1360 door de schepenen van Blitterswijck "onsen heer" werd genoemd. Vanuit die periode stamt de oudts bekende informatie (een akte uit 1374) met betrekking tot het bestaan van het kasteel Blitterswijck. Wanneer Sijbrecht van Blitterswijck met de heerlijkheid Blitterswijck werd beleend is niet bekend. Nadat in 1400 de Cuyckse lenen onder het beheer kwamen van de hertog van Gelre wordt Arnt van Blitterswijck, de zoon van Sijbrecht van Blitterswijcke vermeld in het leenregister van Gelre als zijnde op 9 februari 1428 met de heerlijkheid en het kasteel Blitterswijck te zijn beleend. Na het overlijden van Arnt van Blitterswijck blijven heerlijkheid en kasteel tot 1515 door vererving binnen de familie Van Blitterswijck. Als gevolg van een geschil met de hertog van Gelre in de periode tussen 1492 en 1502 werden alle Blitterwijkse goederen verbeurd verklaard. Hoewel het Dirk van Blitterswijck lukte om de relatie weer te herstellen, betekende een en ander dat zijn broer niets van zijn goederen mocht erven en gingen heerlijkheid en kasteel bij het overlijden van Dirk van Blitterswijck in 1515 over naar zijn zus Walburga van Blitterswijck. Middels haar huwelijk met Dirk van Lynden kwamen heerlijkheid en kasteel in handen van de familie Van Lynden, waar het door vererving binnen de familie bleef tot 1788. Na het overlijden van Willem van Lynden, de laatste mannelijke telg uit de familie Van Lynden, gingen heerlijkheid en kasteel in 1788 over naar zijn neef Barthold baron de Cocq van Haeften om vervolgens via vererving in handen te komen van diens kleinzoon Frederik Willem baron von Hamelberg. Na zijn kinderloos overlijden in 1884, werd het kasteel door de erfgenamen van Frederik Willem baron von Hamelberg verkocht aan het Roermondse echtpaar Oscar Thissen en Anna Ephenia Schmasen. In 1899 kwam het kasteel via verkoop in het bezit van de Venlose notaris Joseph Servatius Hubertus Brouwers, die het in 1904 weer verkoopt aan Franse kloosterzusters, die het in 1920 weer overdroegen aan de paters van de Afrikaanse Missien van St. Paul. In 1935 werd het tenslotte verkocht aan Alfons Cremers, de laatste eigenaar van het kasteel voor de Tweede Wereldoorlog. In november 1944 werd het kasteel door de terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen en bleef er slechts een ruïne over. Deze ruïne werd in 1964 door de gemeente Meerlo-Wanssum aangekocht.
  • Afmetingen

    • De afmetingen van het totale kasteelterrein inclusief omgrachting zijnde circa 65x130m, die van de hoofdburcht van circa 65x40m en die van de voorburcht van circa 65x90m zijn ingeschat op basis van de combinatie van de kadastrale minuutkaart gemeente Meerlo, 1811-1832, Limburg, sectie A, blad 03 en Google Earth.
  • Oudste vermelding

    • Datum: 1374 Bron: Voorzover bekend, wordt het kasteel Blitterswijck voor het eerst vermeld in een akte van 29 januari 1374.
  • Functie

    • ruïne/monument
  • Synoniemen

  • Etymologie

    • Naar wordt aangenomen is het huis vernoemd naar de naam van de heerlijkheid waarvan het deel uit maakte.
  • Relevante links

  • Rijksmonument nummer

  • Literatuur

  • Plattegrond kasteel Blitterswijck
    Het kasteel van Blitterswijck
    werd aan het einde van de
    Tweede Wereldoorlog verwoest
    door oorlogshandelingen.
    Er zijn nog enkele restanten
    en een informatiebord met
    de beschrijving over het kasteel
    te bekijken.
    info blitterswijck, gemeentewapen venray
    Kasteel Blitterswijk 1926