trompenburgh PHP Drops :: Custom accordian
Kastelen & buitenplaatsen in Nederland
Guus Pauwels

Laatste update

12 mei 2017

Bezoeker

Home.
Brabant.
Drenthe.
Flevoland.
Friesland.
Gelderland.
Groningen.
Limburg.
Noord Holland.
Overijssel.
Utrecht.
Zeeland.
Zuid Holland.
Diversen .
Foto pagina
Beschrijving Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
Trompenburgh

Huis Trompenburgh

Zuidereinde 43

1243 KK ‘s Graveland

Gemeente Wijdemeren

Provincie Noord Holland

Weergave op de kaart

Noorderbreedte

Oosterlengte

52° 13′ 55″ N

5° 7′ 23″ E

Huis De Trompenburgh is een belangrijke buitenplaats in 's-Graveland, vermoedelijk gebouwd door Daniël Stalpaert voor admiraal Cornelis Tromp, zoon van de legendarische admiraal Maarten Harpertsz Tromp. Het landhuis heeft de vorm van een schip en is omgeven door water. Vanaf het dak, vormgegeven als een scheepsdek, reikte het uitzicht vroeger tot aan de Zuiderzee. In dit huis ontving admiraal Tromp in de zomermaanden zijn welgestelde en voorname gasten.
Trompenburgh is een bijzonder bouwwerk uit de Gouden Eeuw, het heeft de eeuwen vrijwel onveranderd doorstaan. Als kleine broer van Paleis Huis ten Bosch behoort het tot de bijzondere gebouwen van 17de-eeuwse architectuur. Zowel het ontwerp, een huis met een achthoekige koepel, als de geschilderde decoraties in het interieur zijn van grote historische waarde. Het huis behoort tot de top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.
De opzet van het huis, toen de Hooge Dreuvik geheten, dateert uit 1654. De opdrachtgever was Joan van Hellemondt, de eerste echtgenoot van Tromps vrouw Margaretha van Raephorst.
Tromp moest zijn buiten in 1675-1684 opnieuw laten opbouwen nadat een Franse legereenheid in het rampjaar 1672 zijn buitenhuis grondig had verwoest; Tromp had geweigerd de brandschatting van 3500 gulden te betalen. 's Zomers bewoonde het gezin de buitenplaats, door de eigenaar na zijn verheffing in de Deense adelstand (1677) in 1678 "Syllisburg" genoemd.
Zoals veel welgestelde Amsterdammers in de Gouden Eeuw bezat Cornelis Tromp naast een aanzienlijk pand aan de Oudezijds Voorburgwal (136) een tweede huis buiten de stad. Hierbij werd het huis binnen de stad in het winterseizoen bewoond, het landhuis buiten de stad in de zomermaanden. Twee keer per jaar verhuisden bewoners en personeel, en bij de minder rijke families ook servies, linnengoed en huisraad, van de ene plek naar de andere plek, meestal per schip.
Het buitenverblijf had Tromp "Syllisburg" genoemd, naar de adellijke titel "Graaf van Syllisburg" die hij in december 1676 had verkregen van de Deense koning Christiaan V van Denemarken nadat hij als opperbevelhebber van de vloot had deelgenomen aan de strijd tegen Zweden. Het was een van de vele onderscheidingen die hij ontving voor zijn zeemanschap. De Deense koning had hem al eerder ridder van de Olifant gemaakt, een hommage die Tromp 5.000 gulden kostte. Voor een dergelijk bedrag had hij ook een grachtenpand kunnen kopen.
Tromp nodigde regelmatig gasten uit op zijn buitenverblijf in 's-Graveland. Zij ontvingen een uitnodiging die was ondertekend door de "Graaf van Syllisburg". Hij was vrij kieskeurig: de genodigden waren allemaal vooraanstaand in politiek, handel of op zee. Zo brachten stadhouder Willem III, de Franse markies van Ausson, François de Jaucourt [bron?] en prins Philips, de zoon van de Grote Keurvorst van Brandenburg, een bezoek aan Trompenburgh.
Gasten die vanuit Amsterdam de reis wilden maken, gingen veelal per trekschuit. Ze stapten op op het 's-Gravelandseveer, zoals het stukje kade aan de Binnen-Amstel bij de Groenburgwal nog steeds heet. Trekschuiten vormden een betrouwbaar en uitgebreid netwerk van betaalbaar openbaar vervoer die in geen enkel ander land te vinden was. Het kan ook zijn dat Tromp zijn gasten persoonlijk ophaalde of liet ophalen vanuit Amsterdam met zijn jacht.
Omgeving
Trompenburgh ligt op de rand van het Gooi, waar het zand uit het Pleistoceen onder het veen van het Holoceen verdwijnt. Het Gooi was in de 17e eeuw nog een woestenij met heidevelden en bossen; een ideaal jachtgebied, maar ook geschikt voor het leveren van brandhout. Bij goed weer was in het zuiden de toren van de Dom van Utrecht te zien; Tromp was daar lid van het kapittel, een populaire titel waarvoor hij heeft moeten betalen. Bij goed weer waren de schepen op de Zuiderzee, het Muiderslot en Naarden-Vesting zichtbaar.[bron?] In het westen rezen achter de veengronden de torenspitsen van Weesp en Amsterdam op.
Van het uitzicht dat Tromp en zijn gasten had is niet veel meer over - de bebouwing van Kortenhoef en Hilversum en het natuurgebied dat nu achter de 's-Gravelandse buitens ligt, geeft het gebied een geheel ander aanzien. De grote bomen wekken de indruk dat het landschap er altijd zo heeft uitgezien. Dat is niet het geval, want toen het huis in 1674 werd gebouwd, was 's-Graveland nog geen 50 jaar eerder ontgonnen
Indeling
Het huis bestaat uit een woongedeelte - het corps de logis - dat houten buitenmuren heeft. Door een gang is het huis verbonden met een erachter gelegene groot achthoekig paviljoen. Hierin bevindt zich de 'koepelzaal' met bijzondere wandbespanningen en schilderingen, die de verheerlijking van het geslacht Tromp uitbeelden. Er zijn zeestukken van de schepen Witte Olifant en Hollandia, zeeslagen (waaronder een door Willem van de Velde de Oude) en portretten van vader en zoon Tromp en hun echtgenoten.
Trompenburgh na Tromp
Cornelis Tromp stierf in 1691. Zijn vrouw Margaretha van Raephorst was kort daarvoor, in 1690 gestorven. Hij liet, nog zonder de waarde van zijn onroerend goed, ruim 275.000 gulden na.
Na het overlijden van Tromp was er lange tijd onenigheid over de erfenis. Omdat er daardoor geen beslissingen konden worden genomen over Trompenburgh werd het huis verhuurd aan zeeofficieren zoals Philips van der Goes. In 1704 werd Trompenburgh "een Hoffstede genaamt Silis Burgh", geveild in het O.Z. Herenlogement te Amsterdam. Jacob Roeters kocht het landgoed voor 20.000 gulden. Hij veranderde de naam Syllisburg in "Trompenburgh" [bron?], maar liet het huis zelf in tact, op een paar kleine dingen na. Zo liet hij een beeld dat midden in de slotgracht stond en dat "Faam" voorstelt, bij de beelden van de vier jaargetijden op de omgang onder het koepeldak plaatsen.
Na de dood van Roeters in 1745 erfde een van zijn drie kinderen, Jacob Roeters jr. de buitenplaats. Waarschijnlijk liet hij een tweede belvedère op het dak aanleggen, ter gelegenheid waarvan daar ook een klok werd geplaatst, gegoten door Pieter van Seelst en voorzien van het jaartal 1763. Voorts voorzag hij de kamer rechtsvoor (aan de noordzijde) in het benedenhuis van het behangsel dat er nog steeds te zien is. Hij zal het ook zijn geweest die het lofdicht op Tromp boven de ingang van de koepelzaal aanbracht. Dat gedicht is uit 1666 en werd geschreven door Gerard Brandt, de latere biograaf van De Ruyter:
"Geen verf van schilderij, geen stift, noch punt van staal, Verbeeld door kracht van de kunst des Amstels Admiraal; Den Hollandschen Romein; den roem der Batavieren, Die goude ketens won en kroonen van laurieren; Die als een blixem viel in Karels trotsche vloot, En vloog van schip op schip in 't aanzicht van den doot; Die duizenden verwon, die duizenden deed beeven; Dees strijtbre Tromp zal door geen beeld, maar daden leven."
In 1771 verkocht Roeters jr. het landgoed aan Matthijs Straalman. In een beschrijving uit 1797 komt Trompenburgh als volgt naar voren: "De aanleg der Plaats is nog grootendeels in denzelfden staat gebleven, zo als de Admiraal dezelve heeft aangelegd; zelfs zijn er nog geheele Laanen, van dezelfden Boomen, welken de Aanlegger geplant heeft." Straalman liet het park wel aanpassen aan de toen heersende mode van het Engelse landschapspark, door de "aanleg meer natuurlijk en ongedwongen" te maken. Tevens liet hij de houten brug plaatsmaken door een dam. De ramen werden vervangen door schuiframen. Straalmans kleinzoon, Anne Willem Straalman, paste de vensters later aan in Empirestijl. Diens zoon erfde het landgoed en hij liet op 16 juni 1827 Trompenburgh veilen "tot amotie" dat wil zeggen: voor afbraak.
De koopman Cornelis van IJsseldijk kocht het landgoed voor 37.160 gulden maar sloopte het niet. Hij liet wel het interieur, in ieder geval de behangsels, veranderen volgens de "moderne smaak". Na zijn dood ging het huis over op Cornelis Jacobus van Bommel van Beukenburg, die stierf op 31 mei 1861 en had bepaald dat zijn vermogen en zijn huis na zijn dood aan zijn dochter Jeanette toekwamen. Zij werd in augustus van dat jaar echter opgenomen in het gesticht in Bloemendaal, met als gevolg dat Trompenburgh onder beheer van curatoren werd gesteld. Onder hun toezicht werd het op dat moment zo goed als onbewoonbare huis opgeknapt en vanaf 1864 verhuurd voor 800 gulden per jaar.
Halverwege de jaren 70 van de 19de eeuw werd er geen nieuwe huurder gevonden: tegen het einde van de eeuw woonde er een pastoor. Hij werd in 1899 opgevolgd door de schilder en voormalig directeur van het Rijksmuseum Johan Wilhelm Kaiser, die het landgoed voor 700 gulden per jaar huurde en voor wie de grote kamer rechts op de bel-etage die doorgaans werd gebruikt als eetkamer, maar die tijdens Tromp de "schilderij kamer" was geweest, omgebouwd tot atelier.
In 1903 overleed de eigenaresse, Jeanette van Bommel, in de inrichting waarin ze meer dan veertig jaar had verbleven. Haar bezittingen werden geveild en Trompenburgh werd alleen behouden doordat Frans Ernst Blaauw, die op het naburige Gooilust woonde, het pand kocht. Van 1921 tot 1953 was de huurder Hendrik Johan Middendorp Jr. Blaauw had het huis in 1935, een jaar voor zijn dood, aan de Nederlandse Staat gelegateerd, onder de voorwaarde dat het pand niet zou worden uitgebreid en geen andere bestemming zou krijgen dan de toenmalige. Het 17e-eeuwse huis bleek zeer kostbaar om te herstellen en te onderhouden. Na 1953 werd het landgoed verhuurd aan het echtpaar Houthoff - De Groot, dat er een halve eeuw woonde.
In opdracht van de Rijksgebouwendienst zijn er in de afgelopen halve eeuw verscheidene restauraties uitgevoerd. Tijdens de laatste uitgebreide restauratie kwamen diverse opmerkelijke zaken aan het licht, zoals de grote vogel die boven in de hal is geschilderd, en een unieke met grisailles beschilderde lambrisering in een van de voorkamers. Uit kleurenonderzoek in de koepelzaal is gebleken dat de erkers met de scheepstaferelen oorspronkelijk lichtblauw waren geschilderd - wat het theatrale effect zal hebben verhoogd.
Trompenburgh sinds 2006
Van 2006 - 2011 stond Huis Trompenburgh ter beschikking van het Rijksmuseum te Amsterdam. Er werden lezingen, kleine conferenties en exposities gehouden. Sinds juni 2012 wordt het gebruikt voor besloten bijeenkomsten van het Nederlands Instituut voor Kennisoverdracht.
  • Stichtingsperiode

    • 17e eeuw
  • Typologie

  • Status / bouwgeschiedenis

    • Trompenburg (Zuidereinde 43), oorspronkelijk Syllisburg genoemd. Een eerste buitenhuis uit 1654 ter plaatse werd in 1673 door plunderende Franse troepen verwoest. In opdracht van admiraal Cornelis Tromp volgde in 1677-'84 herbouw in classicistische stijl, vermoedelijk deels op de oude funderingen. Het door een vijver omgeven gebouw is aan de achterzijde toegankelijk bij het rechthoekige woonhuis met hoog souterrain, bel-etage en schilddak met attiek. Een gang verbindt dit bouwdeel met een achtzijdige koepelzaal aan de voorzijde. Deze koepel is voorzien van een dakruiter en heeft aan drie zijden uitgebouwde erkers met frontons. Op kelderniveau bevindt zich een omgang of waterstoep voor het aanmeren van boten. Daar staan vier beelden (Flora, Bacchus, Ceres en Pluto). De Trompenburg werd in 1936 door F.E. Blaauw nagelaten aan de Staat en is in 1985-'86 en 2004-'05 gerestaureerd. Het interieur is grotendeels intact. De koepelzaal is rijk voorzien van schilderingen met voorstellingen van de werelddelen, episoden uit het leven van Cornelis Tromp en portretten. Deze afwerking is mogelijk geïnspireerd op de decoraties in de Oranjezaal van Huis ten Bosch te Den Haag. Van de oorspronkelijke formele tuinaanleg resteren achter het huis nog enkele elementen. Vermoedelijk na 1771 liet Matthijs Straalman de tuin in vroege landschapsstijl veranderen. Het tuinmanshuis (Zuidereinde 41) is een gepleisterd dwars huis uit de eerste helft van de 19de eeuw.
  • Functie

  • Synoniemen

    • Syllisburg, Hofstede van de heer Jacob Roeter
  • Etymologie

  • Relevante links

  • Rijksmonument nummer

    • 522880
    • Bewoners

      • 1634 Andries Bicker Dieuwertje Bicker Zuster van Andries Bicker Joan van Hellemondt Zoon van Jan Jansz van Hellemondt en Dieuwertje Bicker
        1665 Margaretha van Raephorst Weduwe van Joan van Hellemondt Margaretha trouwt op 25 januari 1667 in Amsterdam met Cornelis Tromp.
        1671 Tromp koopt van zijn broer Johan Tromp de kavels 18 en 19 2 februari 1673: De Fransen steken Hoge Dreuvik in brand. Cornelis Tromp geeft in ca 1675 opdracht tot bouw Syllisburg. Gereed 1678. Margaretha van Raephorst overlijdt in 1690. 29 mei 1691 overlijdt Cornelis Tromp
        1704 Jacob Roeters Rond 1720 heeft Roeters de kavels 18 t/m 21 in bezit. Hij geeft het landhuis de naam "Trompenburgh". Overlijdt in 1744 Gekocht op veiling
        1745 Jacob Roeters jr Zoon van Jacob erft kavels 20 en 21 met Trompenburgh. Dochter Sara Roeters-Roeters was voor haar vader overleden, daarom erft zijn kleindochter Perina de kavels 18 en 19.
        1771 Matthys Straalman, burgemeester van Amsterdam. (1722-1808) Gehuwd met Cornelia Amsincq. Gekocht van Jacob Roeters jr. Kocht in 1772 het achter de buitenplaatsen gelegen heidegebied, tot voorbij de 's-Gravelandseweg, tussen Trompenburgerlaan en Coverslaan.
        1808 Anne Willem Straalman. (1758-1824) Gehuwd met Johanna Maria Witsen. Geërfd van zijn vader Matthys Straalman.
        1824 Jonas Witsen baron Straalman. Gehuwd met Margaretha Hodshon. Geërfd van zijn vader Anne Willem Straalman.
        1827 Cornelis IJsseldijk Overlijdt in 1832. Weduwe Johanna Judith Zeelt verhuist naar Baambrugge. Zij en haar dochter verkopen Trompenburgh in 1835. Geveild door baron Straalman. IJsseldijk herstelt het vervallen huis.
        1835 Cornelis Jacobus van Bommel van Beukenburg
        1861 Catharina Cornelia Jeanette van Bommel van Beukenburg Laatste jaren verhuurd: aan achtereenvolgens: A.G. Warne van Palland tot 1869: P.A. Clifford Oetgens van Waveren Pancras
        1869-1874: jhr Salomon Backer
        Ca 1875: H.A. Spandau
        ca 1876: H.J. Middendorp
        1877-1883: Anna Maria Schmedding
        ca 1885 C.W. Groskamp
        Ca 1890-1902: Pastoor van Soest, pastoor van Kortenhoef, tbv de verzorging door de gouvernante mw Trip van de weeskinderen van Theodoor zum Gahr en Sophia Lipman en vanaf 1902 leegstand.
        1904 Frans Ernst Blaauw Gekocht op veiling op 10 mei 1904, na overlijden Catharina van Bommel. De aankoop werd betaald door zijn echtgenote Louise Blaauw-Six door een hypotheek te nemen op Gooilust, waar het echtpaar woonde. Huurder van 1904 - 1912: Johan Wilhelm Kaiser, kunstschilder van ca 1915 - 1921: jhr JacobC. van Lennep, schrijver van 1921 - 1953: Hendrik Johan Middendorp jr, commissionair in effecten en zijn echtgenote Johanna Elisabeth freule Berg (nicht van Frans Blaaauw)
        1938 Staat der Nederlanden Legaat van Frans Blaauw (1860-1936).
        Huurder van 1953 - 2001: echtpaar Houthoff - de Groot
        Vanaf 2006 in bruikleen genomen door Rijksmuseum Amsterdam.
        Per 1-1-2011 niet meer in gebruik door Rijksmuseum (als gevolg van bezuiniging). Nu weer in beheer Rijksgebouwendienst.
    info 's graveland
    alle gegevens op een rij
    Plattegrond Trompenburgh