Kastelen & buitenplaatsen in Nederland
Guus Pauwels

Laatste update

12 mei 2017

Bezoeker

Home.
Brabant.
Drenthe.
Flevoland.
Friesland.
Gelderland.
Groningen.
Limburg.
Noord Holland.
Overijssel.
Utrecht.
Zeeland.
Zuid Holland.
Diversen .
Beschrijving Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
Foto pagina
Groenestein

Kasteel Groenestein

Langbroekerdijk 10

Langbroek

Gemeente Wijk bij Duurstede

Provincie Utrecht

Weergave op de kaart

Noorderbreedte

Oosterlengte

52° 0' 14.03" N

5° 20' 52.37" E

Willem de Ridder, zoon van Jan V Hendrikszn. zal kasteel Groenestein tussen 1377 en 1414 hebben laten bouwen. Hij liet zich noemen naar het allodiaal bezit Groenestein van de familie. Willem overleed zonder wettige nakomelingen en het bezit ging over op zijn broer Jan Jansz. de Ridder, die gehuwd was met Getrud van Terwijk. Hun oudste zoon Jan erfde Groenestein. Zijn jongere broer kreeg de bezittingen van zijn moeder in Schalkwijk. Hun zus Geertruyd was priorin van het Wittevrouwenklooster te Utrecht. De kleinzoon van Jan en Gertrud, ook Jan geheten, werd in 1536 met Groenestein beleend. Hij wilde Groenestein erkend krijgen als ridderhofstad.  Daartoe moest hij een drietal bewijzen overleggen. De aanvrager moest ten eerste aantonen dat hij eigenaar van het goed was. Ten tweede moesten bewijzen gebracht worden dat de ridderwoning voldeed aan de gestelde eisen. Waarom de erkenning uitbleef is niet bekend. De oudste zoon, Anthonis volgde zijn overleden vader in 1557 op. In 1568 droeg hij het goed over aan zijn halfbroer, huwde een brouwersdochter en ging in Utrecht wonen. De weduwe van zijn halfbroer gaf hem in 1593 het goed terug. Hij ging echter niet terug. Zijn oudste zoon Dirk nam de goed florerende brouwerij over en kocht samen met zijn broer Cornelis kasteel Rhijnestein in Cothen. Deze Cornelis zou na het overlijden van zijn vader Groenestein hebben herbouwd, waaraan het jaartal  1617 in het poortgebouw herinnert. Hij overleed in 1618 en zijn vrouw in 1627.  
Aangezien de De Ridders katholiek bleven, waren voor hen in de Republiek geen politieke en ambtelijke functies meer weggelegd. Ze weken uit naar Duitsland. Ze vervulden in Mainz hoge functies aan het hof en waren president van het Hof van Justitie, lid van de Raad van State van de keurvorst en geheimraad en keurvorstelijk stadhouder in Erfurt. Een ongehuwde zus Anna Maria Justina kreeg in 1669 het vruchtgebruik en bewoonde kasteel Groenestein. Haar neef Frans Anthony verkocht bij openbare veiling na de dood van Ana Maria Justina in 1729 het kasteel aan Mattheus de Heuter. Deze verkocht het aan een oud-majoor in het Indische leger in Batavia, Gerrit Mom, die waarschijnlijk het nieuwe landhuis Groenestein liet bouwen. In 1769 kwam het nieuwe huis in bezit van Davidt Joan Smidt. Het kasteel werd vanaf toen veelvuldig verhuurd tot 1802 toen het in bezit kwam van Anna Wilhelmina barones van Lynden, een ongehuwde zus van de heer van het nabijgelegen Sandenburg. Tot op heden behoort het landgoed Groenestein nog steeds bij Sandenburg.  De barones overleed in 1847 waarna Groenestein in verval raakte en uiteindelijk in 1862 gesloopt werd. Alleen een poortgebouw en een deel van de gracht rest nog. Het bakstenen poortgebouw staat op een boogbrug over de wetering en dateert uit 1617. Het is een vierkant gebouwtje met een hoge rondboogvormige poortdoorgang en een pangedekt tentdak. Onder de door klossen gedragen houten gootlijst zijn vlieggaten te zien. De zolder deed namelijk dienst als duiventil. Boven de poortdoorgang aan de voorzijde is een hardstenen gevelsteen aangebracht met het wapen van Groenestein.  
alle gegevens op een rij
  • Stichtingsperiode

    • 14e eeuw
  • Typologie

    • Onbekend De typologie van het middeleeuwse Groenestein is onbekend. Op de oudste afbeelding, uit ca. 1665, is Groenestein een gebouwencomplex op een omgracht terrein.
  • Status / bouwgeschiedenis

    • goed. Alleen een poortgebouw en een deel van de gracht rest nog. Groenestein (Langbroekerdijk A 16-20). Van dit kasteel rest een bakstenen poortgebouw annex duiventil. Deze draagt een gebeeldhouwde 18de-eeuwse wapensteen, voorzien van het jaartal 1617. Het is gebouwd op een bakstenen boogbrug over de wetering. Links hiervan stond het kasteel, dicht bij de wetering. Drie dienstwoningen onder een schilddak dateren uit 1862.
  • Bouwgeschiedenis

    • De eerste afbeelding van Groenestein stamt uit ca. 1665. Hierop staat een L-vormig gebouw op een vierkant omgracht terrein. Het vermoedelijk oudste gedeelte bevindt zich in de noordvleugel, en kan mogelijk een woontoren zijn geweest. In het begin van de 17e eeuw is Groenestein verbouwd of heeft er nieuwbouw plaatsgevonden. Er werden twee vleugels bijgebouwd. Het plein werd omgeven door een muur, waarin na 1696 op de hoek een paviljoen werd gebouwd. Ook was er een nieuw poortgebouw in de muur aangebracht. Tussen 1749 en ca. 1760 werd de noordvleugel gesloopt, en de westvleugel verbouwd naar een langgerekt landhuis met twee bouwlagen en een gepleisterde, symmetrische gevel. Dit gebouw is waarschijnlijk in 1862 gesloopt. Op het kasteelterrein werd toen de huidige boerderij gebouwd.
  • Bezitsgeschiedenis

    • Groenestein was een allodiaal goed. De stichter van het kasteel was mogelijk Willem de Ridder van Groenestein, die voor het eerst genoemd werd in 1405. Groenestein bleef lange tijd in bezit van de familie De Ridder van Groenestein. In 1539 moest Jan de Ridder van Groenestein bewijzen dat Groenestein een vrij eigen goed was. Dat lukte blijkbaar, getuige de resolutie van 1539, want op de volgende lijst met ridderhofsteden komt Groenestein gewoon voor. De familie De Ridder van Groenestein bleef eigenaar van Groenestein tot 1730. Toen verkocht Frans Antony de Ridder van Groenestein het goed aan Mattheus de Heuter, die het tien jaar later doorverkocht aan Jan Stalman. In 1746 kocht Gerrit Mom, oud-majoor van het Indische leger in Batavia Groenestein. Tot 1803 was het goed in handen van verschillende families. Daarna kocht Anna Wilhelmina barones van Lynden Groenestein. Zij overleed ongehuwd in 1847, waarna het goed bij Sandenburg werd gevoegd. Groenestein raakte in verval en is waarschijnlijk in 1862 gesloopt.
  • Afmetingen

    • Op de kadastrale minuut is sprake van twee omgrachte terreinen (perceelnummers 378 en 379). Het is lastig te bepalen welke van deze terreinen precies de hoofd- en de voorburcht is. Perceel 378 meet ca. 5 x 5 m. Perceel 379 meet ca. 6 x 6 m. Het gehele terrein inclusief de grachten mat ongeveer 9 x 15 m. Deze afmetingen zijn ontleend aan de kadastrale minuut Langbroek 1811-1832, Utrecht, sectie A, blad 02.
  • Oudste vermelding

    • Datum: 23-5-1539 Bron: RAU, Staten, inv. nr. resolutie 23-5-1539. In 1539 wordt de ridderhofstad Groenestein 'vrij erkend'.
  • Functie

  • Synoniemen

  • Etymologie

    • De aanduiding 'stein' geeft aan dat er hier sprake is van een versterkt huis gebouwd in steen. 'Groene' slaat vermoedelijk op de omgeving.
  • Relevante links

  • Rijksmonument nummer

    • 23894
    • Bewoners

      • 1405 Willem de Ridder
        - 1447 Jan I Jansz de Ridder (broer)
        1447 Jan II Jansz de Ridder (zoon)
        - 1525 Antonis de Ridder (zoon)
        1525 - 1557 Jan III Antonisz de Ridder van Groenestein (zoon)
        1557 - 1568, 1593 - ca 1600 Antonis de Ridder van Groenestein
        1568 - 1593 Willem de Ridder van Groenestein (halfbroer)
        ca 1600 - 1618 Cornelis de Ridder van Groenestein, getrouwd met Catharina van Schadick
        1618 - 1627 Catharina van Schadick
        1627 - 1672 Stephan de Ridder van Groenestein en zijn 4 broers
        1672 - 1696 kinderen van Stephan
        1696 - 1729 Anna Maria Justina de Ridder van Groenestein
        1729 - 1730 Frans Anthony de Ridder van Groenestein (neef)
        1730 - 1740 Mattheus de Heuter
        1740 - 1746 Jan Stalman
        1746 - 1769 Gerrit Mom
        1769 Davidt Joan Smidt
        1780 Anthonie Gustaaf de Geer, heer van Oud-Broekhuizen (huurder)
        1802 - 1847 Anna Wilhelmina van Lynden Hemmen
        1847 onderdeel van landgoed Sandenburg
    • Literatuur

    info langbroek