Home.
 Brabant.
Limburg.
Luik.
Vlaanderen.
Diversen .

Home

belgië

alles

aldenbiezen

amstenraeterhaus

baelen

betho

beusdael

broich

crepe

declee

delamotte

duras

eynenburg

genoelselderen

gorsopleeuw

graaf

hamal

het rood kasteel

hex

hof van draeck

ingelmunster

jehay

kolmont

liberme

lontzen

mariaburcht

mariagaarde

obsinnich

ordingen

pietersvoeren

raeren

raeren huis

renesse

rijkel

rullingen

ruyff

schalkhoven

terbiest

thor

tilff

vierset

waleffes

warfusee

frankrijk

alles1

amboise

blois

chambord

chenonceaux

cheverny

villandry

 

nederland

brabant

aldendriel

asten

boxmeer

bouvigne

breda

blauwecamer

croy

dommelrode

dussen

geldrop

gemert

grootdeurne

heeswijk

heeze

helmond

henksenhage

kleindeurne

maurick

meeuwen

nemelaar

onsenoort

ooijen

seldensate

slotlimburg

stapelen

strijen

tongelaar

wouwse plantage

drenthe

coevorden

friesland

epemastate

fogelsanghstate

poptaslot

schierstins

gelderland

aerdt

ammerzoden

batenburg

biljoen

brakel

cannenburch

de cloese

de kelder

den bramel

de voorst

doornenburg

doorwerth

engelenburg

essenburgh

goudenstein

hackfort

hernen

keppel

kinkelenburg

loevestein

loo

middachten

nederhemert

neerijnen

 

oude loo

rosendael

rossumhuis

ruurlo

schaffelaar

's heerenberg

slangenburg

slot rossum

slot well

staverden

terhorst loenen

't velde

verwolde

valkhof

vorden

waardenburg

wijenburg

wildenborch

wisch

wychen

zypendaal

groningen

breedenborg

ennemaborg

fraeylemaborg

menkemaborg

nienoord

verhildersum

wedderborg

limburg

aerwinkel

amstenrade

arcen

bethlehem

bloemendal

bocholtz

borgharen

buggenum

born

cartils

cortenbach

daelenbroeck

berckt

borggraaf

de grote hegge

nijenborgh

torentjes

d'erp

doenrade

eijsden

elsloo

erenstein

genhoes

gerlach

geulle

geulzicht

geusselt

goedenraad

grasbroek

gronsveld

malborgh

haeren

 

hagenbroek

hasselholt

heel

heijen

hillenraad

hoensbroek

holtmühle

hoogenweerth

horn

imstenrade

jeruzalem

kessel

kruisdonk

lemiers

lichtenberg

limbricht

meerssenhoven

mheer

millen

montfort

mookerheide

neercanne

neubourg

nieuwenbrouck

nuhem

nywiller

obbicht

oost

ravenburg

reijmersbeek

rivieren

rijckholt

roosteren

schaloen

schaesberg

sibberhuuske

stein

strijthagen

tenhove

terhorst

terworm

vaalsbroek

vaeshartelt

valkenburg

vliek

well

wijnandsrade

witham

wittem

wolfrath

wylre

noord holland

assumburg

brederode

egmond

marquette

medemblik

muiderslot

nederhorst

paleisopdedam

schagen

overijssel

 

denberg

diepenheim

eerde

laer

nijenhuis

neijenhuisheino

oosterhof

rechteren

singraven

twickel

vilsteren

warmelo

wegdam

weldam

utrecht

amelisweerd

amerongen

beverweerd

bolensteiin

broekhuizen

camminga

cothen

dehorst

deviersprong

denham

doorn

drakestein

duurstede

Eyckenstein

goudestein

groenestein

groenevecht

groeneveld

gunterstein

haarzuilens

herteveld

hinderstein

hogevuursche

houdringe

houten

huis te vliet

ijsselstein

jaglust

kerckenbosch

linschoten

loenersloot

lunenburg

maartenshuis

ma retraite

moersbergen

molenstein

montfoort

nyenrode

oudaen

oudegein

renswoude

rhijnauwen

rhijnhuizen

sandenburg

slotzeist

slotzuylen

soestdijk

sparrendaal

 

sterkenburg

sypesteyn

veldheim

vollenhoven

vuylcoop

woerden

zuilenburg

zeeland

haamstede

moermond

munnikenhof

oud sabbinge

ten hooge

toorenvliedt

westhove

zuid holland

binckhorst

binnenhof

clingendael

crabbenhof

dever

de werve

duivenvoorde

te werve rijswijk

endegeest

hofwijck

groot poelgeest

hogehuis

hoornwyk

huis te merwede

huis ten bosch

huis ter woude

keenenburg

keukenhof

leidse burcht

mathenesse

mauritshuis

merckenburg

noordeinde

oude koningshuis

oud poelgeest

ravestein

rhoon

teylingen

warmond

 

 

Kasteel Alden Biese

Kasteelstraat 6

B 3740 Rijkhoven/Bilzen

 

Provincie Limburg

Noorderbreedte

Oosterlengte

50° 50¹¹ 30¹

5°  31¹¹  14¹

//letter grootte //letter type //achtergrondkleur menu //kleur menu //kleur letters //target van de link //aantal aanwezige links ( moet gelijk zijn aan het nr aantal van de onderstaande links ) // naam en url van de link (voor het # teken de naam, achter het # teken de url ) //kan ook een pagina zijn ="here" id="obj_301" name="obj_301">
Alden Biese

De landcommanderij Alden Biesen was de hoofdzetel van een balije of provincie van de Duitse Orde in het land van Maas en Rijn. Deze balije telde een 12-tal commanderijen (kastelen op het platteland of residenties in de stad) in die Euregio, elk van hen beheerd door een commandeur.

De Duitse Orde werd in 1190 in Akko (Palestina) opgericht als een burgerlijk hospitaalbroederschap, een initiatief van kooplui uit Bremen en Lübeck. Die bouwden daar toen, in een verzengende hitte, met hun scheepszeilen een tentenhospitaal om de zieke en gewonde kruisvaarders van de derde kruistocht op te vangen. Hoe beperkt soms ook, liefdadigheid zou tot op vandaag één van de fundamenten van de Duitse Orde blijven.

Uit nood aan een permanente aanwezigheid van christelijke strijders in het Heilige Land werd de Duitse Orde acht jaar na de stichting als broederschap omgevormd tot een ridderorde. Naast geestelijke zorg en liefdadigheid was vooral de strijd tegen de andersgelovigen het ideaal van de nieuwe orde. Net als haar oudere voorbeelden, de Johannieters en de Tempeliers, bestond de Duitse Orde uit twee takken: ridders en priesters. Beiden waren gebonden door de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Zwaard en kruis versmolten in hun hand tot een eenheid.

 

Tijdens de ambtsperiode van grootmeester Hermann von Salza (1209-1239) nam het aantal ridders flink toe. Dit blijkt onder meer uit de deelname van de Duitse Orde aan de vijfde kruistocht. Aan de succesvolle gevechten tegen de islam nabij Damiette in Egypte (1219-1221) namen ook ridders uit onze gewesten deel, waardoor de Orde ook in de Nederlanden grotere bekendheid verwierf. Om die strijd aan de grenzen van het christendom te financieren kreeg de Duitse Orde in heel Europa allerlei privilegies en onroerende goederen als gronden, huizen enz. ten geschenke. Ook parochies, kapellen en hospitalen werden haar overgedragen, onder meer in de Nederlanden. Op zeer korte tijd werd de Orde een Europese grootgrondbezitter, een multinational avant la lettre.

Om het toenmalige kruistochtenideaal te ondersteunen schonken graaf Arnold III van Loon en zijn zus Mechtildis van Are, abdis van Munsterbilzen, in 1220 aan de Duitse Orde een bedevaartskapel met aanhorigheden in Rijkhoven (Bilzen). Dit bedehuis stond op de plaats waar “biezen” groeiden. Daar bouwden de ridders van de Orde een vestiging uit. De schenking van 1220 kende grote navolging en Alden Biesen groeide uit tot hoofdzetel van de provincie Biesen, die in de loop der eeuwen twaalf onderhorige commanderijen in het Maas-Rijngebied zou tellen. Aan elk van hen waren rijke inkomsten verbonden, die aanvankelijk aangewend werden voor hun strijd, maar vanaf de late Middeleeuwen voor het standmatige leven van de Orderidders.In 1244 viel Jeruzalem, het spirituele centrum van het christendom, opnieuw in de handen van de islam en in 1291 verloor de Duitse Orde haar laatste vestiging in Palestina aan de moslims. Het zwaartepunt van haar actie werd daarop verlegd naar het Oostzeegebied, waar de Orde al sinds 1230 actief was in haar strijd tegen de “Pruisen” en de Litouwers. Daar zou de Duitse Orde de middeleeuwse geschiedenis mee gestalte geven.In het Balticum bouwde de Orde een eigen staat uit, de “Staat van de Duitse Orde”, met de Marienburg (Malbork, Polen) vanaf 1309 als hoofdzetel. Vanuit dit ridderbastion bleef de Orde kruistochten organiseren tegen de “heidense” Litouwers uit de wijde omgeving. De 14de eeuw was de glorietijd van deze ridderstaat. Deelname aan zulke “Pruisenvaarten” was in de late Middeleeuwen zelfs dé betrachting van elke Westerse ridder. Die strijd in het Oosten, maar ook de laat-middeleeuwse landbouwcrisis, oorlogsomstandigheden in het Heilig Roomse Rijk en wanbeleid in diverse Ordeprovincies brachten met zich dat de Duitse Orde geleidelijk aan zou “veradellijken”. Voor zusters, (half)broeders en familiares was er in de Orde geen plaats meer. Uit de burgerij waren enkel nog priesters toegelaten. De internationale Ordebroederschap van de 13de eeuw evolueerde in de 14de-15de eeuw tot een federatie van regionale adelscorporaties. De Orde werd uiteindelijk een “hospitaal van de Duitse adel”, d.w.z. een instituut waarin nageboren zonen uit de oude adel standmatige inkomsten (prebenden) konden vinden.Omstreeks 1361 verliet de Duitse Orde het onveilige en vochtig gelegen Alden Biesen om in de commanderij Nieuwen Biesen, veilig beschut achter de stadswallen van Maastricht, haar nieuwe hoofdzetel van de balije Biesen te vestigen. Daar werd in de volgende decennia een luxueuze landcommanderij opgetrokken. De oude kloostergebouwen van Alden Biesen bleven troosteloos achter. Op de middeleeuwse bedevaartskapel na leek het Ordeverhaal in Rijkhoven afgelopen.

 

In het Oostzeegebied werd de Staat van de Duitse Orde het slachtoffer van een omsingelingsbeweging van omliggende grootmachten. De slag bij Tannenberg/Grunwald (Stebark in Polen) tussen de Orde en Polen-Litouwen in 1410 was voor de ridderorde het begin van het einde. De Ordestaat werd zwaar belast, maar zijn territorium bleef nog onaangetast. In 1466 kwam het westelijke deel van Pruisen al onder Polen. De volgende eeuw zou de Orde in het Balticum alles verliezen.

De praalzucht van de 15de-eeuwse Biesense ridders bracht de provincie Biesen op de rand van het bankroet. De oude idealen van de stichtingstijd waren ook daar al lang vervlogen. De rijke inkomsten werden niet meer voor het goede doel aangewend, maar wel voor een weelderig leventje en prachtige residenties, zoals Nieuwen Biesen in Maastricht. In 1467 moest in de provincie Biesen een grondige sanering doorgevoerd worden. Zo werd bepaald dat er in de toekomst maximaal nog slechts 20 priesters en 20 ridders opgenomen mochten worden, een maatregel die tot het einde van de 18de eeuw van kracht bleef. Om te kunnen intreden (en dus inkomsten te genieten) moesten de ridders vier adellijke kwartieren of voorouders bewijzen, vanaf ca. 1600 acht en vanaf 1671 niet minder dan zestien. Slechts een heel beperkte groep families in de Maas-Rijnregio kon eeuwenlang de rijke uitkeringen voor zich opeisen. Na een uitzichtloze oorlog onderwierp grootmeester Albrecht von Brandenburg zich in 1525 aan de Poolse koning. Hij trad uit de Duitse Orde, bekeerde zich tot het protestantisme, seculariseerde de “Staat van de Duitse Orde” en werd de eerste hertog van het “nieuwe” Pruisen. In 1561-1562 stortte ook de heerschappij van de Orde in Lijfland in elkaar. De Duitse Orde bleef enkel nog bestaan in het Heilig Roomse Rijk, met het Frankische Mergentheim als nieuwe hoofdzetel. In dat Rijk telde ze twaalf balijen of Ordeprovincies, waarvan Biesen de tweede rijkste was.In 1543 liet landcommandeur Winand von Breill, die onder Karel V nog andere belangrijke functies bekleedde, op het vervallen, maar belastingvrije domein Alden Biesen een majestueuze zomerresidentie bouwen. Die moest vooral ook dienen om de hoge status van deze renaissance-landcommandeur aan te geven. Met de bouw van de klokkentoren was dit kasteel, opgetrokken in de traditie van de laat-middeleeuwse beveiligde waterburchten, in 1566 voltooid. In 1571 werd met de voorburchten begonnen. Alden Biesen was herrezen als een feniks uit zijn as, maar zou tot in de 18de eeuw een permanente bouwwerf blijven.

 

Heinrich von Reuschenberg (1572-1603) was een dynamisch landcommandeur, die zijn balije door de Tachtigjarige Oorlog en de Reformatie loodste. Van langdurige betekenis was zijn indrukwekkende onderwijspolitiek. Aan de universiteit van Keulen stichtte hij twaalf studiebeurzen en aan het jezuïetencollege van Maastricht vier. In Gemert richtte hij een Latijnse school met studiebeurzenstelsel op. Zijn opvolger Amstenrade voltooide dit project in 1622 met de stichting van een college van de Duitse Orde aan de universiteit van Leuven. Binnen de balije Biesen werden vooral via die onderwijsinstellingen ambtenaren en priesters van de Duitse Orde gerekruteerd. Terecht werd Reuschenberg de “tweede stichter” van de balije Biesen genoemd.Door het wegvallen van de heidenstrijd had de Duitse Orde haar doel en dus haar bestaansrecht eigenlijk verloren. Grootmeester Maximiliaan van Oostenrijk gaf haar in 1610 een nieuwe opdracht. Vóór zijn aanstelling tot commandeur moest elke Orderidder in principe drie veldtochten ondernemen in de oorlog tegen de Turken of drie jaar garnizoensdienst verrichten aan de grenzen van het Heilig Roomse Rijk. De meeste ridders behaalden nadien trouwens hoge rangen in de Habsburgse of andere legers. De Duitse Orde behield zo - indirect - haar militair karakter. Als grootmeester koos zij meestal een zoon uit een katholiek vorstenhuis (Habsburg, Pfalz-Neuburg of Wittelsbach), die daarmee zijn aanzien en inkomsten nog vergrootte, maar tegelijk ook de bedreigde instelling onder zijn gezag en bescherming nam. In de 16de-18de eeuw werd de Duitse Orde immers belaagd door de absolutistisch geregeerde staten, waarin haar vele, verstrooide en vaak belastingvrije bezittingen lagen. Door die hoge steun, lobbywerk en compromissen kon de Duitse Orde zich echter tot het einde van de 18de eeuw handhaven.

 

In 1616 liet landcommandeur Amstenrade (1605-1634), die de Katholieke Hervorming eveneens toegedaan was, het zogenaamde gasthuis van Alden Biesen bouwen. Daarin hield een priester van de Duitse Orde school voor de omwonende jeugd. De naam “gasthuis” vindt zijn oorsprong in het feit dat die priester ook de rekeningen bijhield van het middeleeuwse hospitium of verblijf voor pelgrims. De inkomsten van die oude stichting werden toen enkel nog gebruikt voor liefdadige uitdelingen. Landcommandeur Schönborn maakte van het gasthuis in 1715-1716 een herberg voor ambachtslui, winkeliers, bezoekers en vreemd personeel. In Alden Biesen was het vaak een komen en gaan van hoge gasten en dus ook van allerlei leveranciers. Zeker als de landcommandeur in Alden Biesen verbleef, was daar leven in de brouwerij.In 1637 kwam het tot een definitieve breuk tussen de katholieke Duitse Orde van Mergentheim en de protestants geworden balije Utrecht. In dat jaar besliste deze laatste Ordeprovincie immers dat de ridders vrij waren om te huwen. Eigenlijke oorzaak van die afscheiding was het consequent doortrekken van het regionale karakter van de balije: de Staten van Utrecht wilden de Duitse Orde op hun grondgebied onttrekken aan de invloed van de grootmeester. De “Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht” bestaat in Nederland tot op vandaag nog als adellijk-ridderlijke instelling.Werd de balije Utrecht in de eerste helft van de 17de eeuw compleet calvinistisch, de naburige balije Biesen werd onder de landcommandeurs Reuschenberg († 1603) en Amstenrade († 1634) een katholiek bastion. De nieuwe kerk van Alden Biesen, een initiatief van Amstenrade, is er een voorbeeld van. Die barokke Ordekerk verving de oude middeleeuwse O.-L.-Vrouwekapel. Voor de stoffering trok landcommandeur Godfried Huyn van Geleen (1635-1657) bekwame Luikse ambachtslui aan als Pierre Defraisne en Leonard en Gilles de Froidmont. Bij de kerk sluit een galerij met Toscaanse zuilen aan, die in 1635 voltooid werd. De opzet van dit galerijgebouw lijkt een nieuw hospitium, maar die opvangfunctie heeft het nooit vervuld. De Orde had haar caritatieve taken toen al lang tot een minimum herleid.Het indrukwekkende poortgebouw, 30 m hoger gelegen dan de waterburcht, was de vroegere hoofdingang van het domein, tevens het eindpunt van de continue uitbreiding van het domein. De poorttoren van 1652, opgetrokken door landcommandeur Huyn van Geleen, kijkt uit op Maastricht. In de aansluitende trompetterswoning van 1663 logeerde de poortwachter. Het apostelhuis aan de andere kant was in 1719-1720 door landcommandeur Schönborn geconcipieerd als verblijfplaats voor twaalf behoeftigen uit de omgeving. Die functie heeft het evenwel nooit vervuld. Paradoxaal genoeg werden de gebouwen van de Duitse Orde alsmaar imposanter. Die folie des grandeurs van de Orde moest haar tanende betekenis compenseren.

Omstreeks 1700 is de Franse tuin, samen met het oranjeriegebouw, aangelegd door landcommandeur Hendrik van Wassenaar (1690-1709). Deze Hollander was verkozen in de hoop dat hij de calvinistische balije Utrecht voor de Duitse Orde zou kunnen terugwinnen. Wassenaar begon met de modernisering van de waterburcht, waarvan zijn “kabinet van de landcommandeur”, in de oostvleugel van de waterburcht, een schitterend restant is. Bouwmeesters waren in die periode architect du Chastillon en meester Lambert Engelen. Ook landcommandeurs waren kind van hun tijd en als welstellende edellieden erg modebewust. Zo liet nagenoeg elke landcommandeur in het interieur of bij verbouwingen zijn “naamkaartje” in Alden Biesen achter. Damian Hugo von Schönborn (1709-1743), tweevoudig landcommandeur (Biesen en Marburg), bisschop en kardinaal, trad in de voetsporen van Wassenaar en transformeerde het renaissanceslot in 1715-1716 tot een adellijke residentie. De westvleugel van de waterburcht werd omgebouwd tot corps de logis, met in het midden de eretrap. Grote Franse ramen maakten het kasteel transparant. Ook het voorhof werd grondig gerenoveerd en versterkte mee het representatieve karakter van het kasteel. Hoewel een “bouwworm”, was Schönborn meer nog dan met het uitwendige karakter van de Duitse Orde vooral met de spirituele vernieuwing binnen zijn balije begaan. Ook deze kerkvorst kon het tij van de moderne tijdgeest niet keren.In de oostvleugel van de waterburcht bevindt zich het appartement van landcommandeur Ferdinand Damian von Sickingen (1743-1749), dat van 1745 dateert. Het sluit aan bij het kabinet van Wassenaar. Het appartement bestaat uit een salon en een bibliotheek met het staatsieportret van Sickingen, een portrettengalerij van zijn familie en een oudere plafonddecoratie van de Luikse kunstschilder Walthère Damery. In het salon liet Sickingen de Italiaanse stukadoors Giuseppe Moretti en Carlo Spinedi het mooie stucwerk aanbrengen. Het geheel is een schitterend staaltje van Luikse rococo. De landcommandeurs hebben altijd goed geweten bij wie ze moesten aankloppen.

 

Tussen 1769 en 1775 liet landcommandeur Caspar Anton von der Heyden genaamd Belderbusch (1766-1784) de dwarsvleugel van het voorhof, die de twee voorburchten verbond, slopen. In het verlengde van die voorburchten werden twee gebouwen opgetrokken in classicistische stijl: de rijschool en de tiendschuur. Zo was de waterburcht “opengelegd” naar het landschap en kreeg het kasteelcomplex de vorm zoals we die nu nog kennen.Het Engels park was de eindfase van de eeuwenoude kasteelarchitectuur van de Duitse Orde in Alden Biesen. Landcommandeur Franz von Reischach (1784-1807) liet dit landschapspark in 1786-1787 aanleggen door tuinarchitect Ghislain-Joseph Henry uit Dinant. Het bestond uit een helling, monumentale bomen en exotische struiken, een grasveld, kronkelende paadjes, waterpartijen en folies als de Romeinse Minervatempel, Tataarse huisjes, een Chinees tempeltje, een grot, een ruïne en een hermitage. Niet alleen het park maar heel Alden Biesen zou als historische site uiteindelijk een paradise lost worden…In 1794 doken ook in het Maas-Rijngebied de Franse revolutionairen op. Ze dreven de ridders en priesters van de Duitse Orde op de vlucht en namen Alden Biesen en de andere bezittingen van de Orde in beslag. In 1797 werd het domein in Maastricht geveild. De Hasselaar Guillaume Claes werd de nieuwe eigenaar. Alden Biesen verloor zo zijn supranationale bestemming, terwijl de privatisering ervan de kiem van verval in zich sloot. Het gebouwencomplex takelde zienderogen af en overgebleven interieur werd zonder scrupules te gelde gemaakt. De site leek na W.O. II zelfs ten dode opgeschreven.Op 24 april 1809 schafte Napoleon Bonaparte de Duitse Orde in de staten van de Duitse Rijnbond in één pennentrek af. Het instituut bleef enkel nog overeind in de Habsburgse erflanden. Met het verdwijnen van de Donaumonarchie in 1918 leek de hele Duitse Orde op sterven na dood.

 

In 1929 werd met succes een grondige hervorming van de Orde voltooid. De ridderlijke component werd opgedoekt, terwijl de Orde hersticht werd als een zuiver kerkelijke instelling van paters, zusters en familiares (die de doelstellingen van de Duitse Orde genegen zijn). Deze drie takken staan sindsdien onder de leiding van een grootmeester-priester, met hoofdzetel in Wenen.

Op 8 maart 1971 viel de waterburcht ten gevolge van een schoorsteenbrand ten prooi aan de vlammen. De Belgische staat handhaafde op 5 juli van dat jaar toch haar principebesluit om Alden Biesen aan te kopen. De keerzijde van de medaille was de noodzaak om tot een grondige renovatie over te gaan. Die grootscheepse restauratiecampagne en de grensoverschrijdende bestemming maakten het domein sindsdien tot wat het vandaag is: een Europese cultuurtempel van de Vlaamse Gemeenschap, aan wie deze na de federalisering van België overgedragen werd.

In 2000 werd dr. Bruno Platter tot 65ste grootmeester van de Duitse Orde verkozen. Hij staat sindsdien aan het hoofd van een Orde, die verspreid is over Duitsland, Italië, Oostenrijk, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, en die spirituele, parochiale, pedagogische en caritatieve doelstellingen nastreeft. De Orde telt nu nog een 90-tal paters en broeders, ruim 200 zusters en een 700-tal familiares (van wie enkele tientallen in België).

 

Extra